Het zijn toch mijn prestaties die tellen?

Paralympisch kampioen Marlou van Rhijn (23) loopt zo hard op blades dat ze in de buurt komt van sprinters zonder handicap. Maar zeg niet dat ze voordeel van de blades heeft, dan geeft ze de medaille liever terug.

Foto’s Lars van den Brink

‘Ik ben dolgelukkig.” Je hoort het aan haar stem, ze is het echt. Marlou van Rhijn loopt het ene wereldrecord na het andere. Twee weken geleden het record op de 200 meter sprint, eind mei de snelste tijd ooit op het koningsnummer, de 100 meter. Dat komt wel goed, daar in Rio.

Paralympisch kampioen Van Rhijn (23) loopt zo hard op blades dat ze in de buurt komt van sprinters zonder handicap. Fijn, want zo kan ze zich optrekken aan anderen. Nog sneller worden. Maar het zorgt ook voor ingewikkelde situaties.

Neem „het issue NK”, zoals ze het zelf noemt. Stel: er gebeurt iets geks en ze loopt daar volgende maand naar een medaille op de 200 meter. Van Rhijn weet wat er dan gebeurt: „Dan zou je weer die discussie krijgen.” Is die medaille wel eerlijk? Heeft ze geen voordeel van die kunstbenen? Die veren toch mee? „Die vragen wil ik niet meer. Dus die medaille hoef ik echt niet. Ik loop graag mee voor een goede wedstrijd.”

Begin deze maand hield ze een TED Talk over haar bijzondere benen. Nu praat ze erover in een café in haar woonplaats Purmerend. „Eigenlijk te gek voor woorden. Ik vind het lastig om het erover te hebben, omdat ik niet wil zeuren. Van alle paralympische sporters in Nederland heb ik het waarschijnlijk het beste voor mekaar. Maar dat neemt niet weg dat ik anders gevonden word door mijn handicap. Dat had ik voor mijn atletiekcarrière nooit.”

Atletiek begon voor Van Rhijn met een telefoontje van de bondscoach paralympische sport in 2010. Ze zat in een ziekenhuis eentjes en nulletjes in te voeren op een computer. Bijbaantje. Van Rhijn was net gestopt met zwemmen op topniveau, want ze miste het normale leven van een meisje van 18. De bondscoach vroeg of ze toch weer wilde gaan sporten. Dit keer niet zwemmen, maar atletiek. Want Van Rhijn had „de perfecte handicap” voor atletiek.

Je vond dat een verschrikkelijk telefoontje. Waarom?

„Binnen gehandicaptensport heb je goeie en slechte handicaps voor bepaalde sporten. Toen ik zwom had ik geen goeie handicap, want dan was een voet weer handig of zo. Dat vond ik in het zwemmen al iets heel vervelends aan paralympische sport. Mijn handicap was nu de enige reden voor hem om mij uit te nodigen. Ik dacht: dit is geen sport, dit is gewoon een vleeskeuring.”

Werd je nooit eerder op je handicap aangesproken?

„Natuurlijk waren er wel momenten, zoals op het strand, dat mensen naar me keken. Maar het kwam bijna nooit voor. Ik voelde me niet anders dan anderen.”

Wat had de bondscoach moeten zeggen?

„Uiteindelijk zei hij wel dat ik een snel reactievermogen had. Toen we een keer met drie meiden bij de start stonden en ik mijn haar nog stond te doen, klapte hij in zijn handen en was ik alsnog het eerste weg. Daar zit mijn talent, zei hij later. Dat zijn de dingen die je moet benoemen. Niet: we gaan blades onder je zetten, want daar zijn jouw benen voor geschikt en dan ga je harder rennen. Het is niet zo dat als je op blades gaat staan, je ineens kampioen bent. Je komt wel ver hoor, want paralympische sport is kleiner dan andere sporten. Maar om te winnen moet je naar mijn idee echt wel atletisch vermogen hebben.”

Waarom ben je toch naar die training gegaan?

„Ik vind het nog steeds best wel bijzonder dat ik gegaan ben. Maar ik was wel weer toe aan sporten. Met sport kun je iedere dag weer iets verbeteren. De kleinste dingetjes. Dat is een soort van verslaving van mij, en dat miste ik. In uitgaan was ik ook niet zo goed. Bij de tweede keer dacht ik: tja, dit is eigenlijk gewoon hetzelfde als vorig weekend. Eigenlijk ben ik gewoon heel saai en houd ik heel erg van sporten. Mijn familie zei: misschien moet je het gewoon proberen. Daarom ben ik uiteindelijk toch gegaan. En de training was eigenlijk heel leuk. Toen ik mijn blades kreeg, dacht ik: dit is supervet.”

Hoe voelde dat?

„Ik heb altijd gewone protheses gehad. Gewoon van houten blokjes. Ik rende daarop wel naar de bus. Tenminste, ik had het idee dat ik aan het rennen was, maar het leek natuurlijk nergens op. Dat ging niet vooruit. Met die blades was ik opeens echt aan het rennen.”

De meeste mensen die willen hardlopen gaan naar de winkel voor een paar mooie sportschoenen. Hoe koop je blades?

„Die dingen kosten duizenden euro’s. Je moet naar een prothesemaker en je moet aan de gemeente of zorgverzekeraar vragen of zij de blades alsjeblieft voor je willen vergoeden. Ik vind dat een gehandicapt kind in de sportwinkel een paar blades moet kunnen kopen in een leuk kleurtje. Net zoals anderen leuke Nikes kopen. Voor mijn scriptie commerciële economie zoek ik naar een manier om dat voor elkaar te krijgen. Met sponsoring is er best veel mogelijk. Ik wil ervanaf dat kinderen zonder benen om de blades moeten vragen, maar ik wil er ook vanaf dat ze de blades krijgen. Jij krijgt ook geen schoenen van Nike.”

Met haar scriptie vlot het niet zo. Want Van Rhijn stortte zich op haar sport, fulltime. Ze kwalificeerde zich voor de Spelen in Londen en won goud en zilver. „Mijn zus huilde heel Londen door, zo mooi vond ze het. Maar toen ik thuiskwam, werd ik geconfronteerd met mijn handicap. In interviews moest ik opeens een verhaal hebben. Ik dacht: het zijn toch mijn prestaties die tellen? Niet mijn handicap. Ik ben heel bot gaan reageren. Dat vond ik erg moeilijk. Want ik wil altijd heel graag dat mensen mij aardig vinden. Maar ik werd niet zo aardig. Soms was ik echt een paar keer per dag pissed op mensen.”

Je traint sinds vorig jaar niet meer met paralympische sporters, maar met olympische sporters. Waarom die overstap?

„Het is niet dat ik niet met gehandicapten wil trainen. Maar het voelde raar. Ik had nooit in gehandicaptengroepen gezeten. Ik vroeg me af: waarom zit ik in een andere groep terwijl de sprintgroep ergens anders traint? Nu heb ik een sprintcoach en train ik met mensen van wie ik veel opsteek. Ze zijn gewoon ontzettend goed , ambitieus en bezig met hetzelfde als ik. En ze leren ook van mij.”

Je trainingsgenoten zeggen dat je op sommige afstanden sneller bent. Wil je niet tegen ze lopen in wedstrijden?

„Oscar Pistorius heeft dat allemaal gedaan. Die is die hele molen ingegaan. Die heeft allerlei testen moeten doen. En hij mocht meelopen bij de olympiërs, ja. Waarom hij het wilde? Waarschijnlijk voor de competitie, snap ik helemaal. Maar nu zijn de Paralympische Spelen heel professioneel, in ieder geval op mijn nummers. En al zijn ze het niet, dan nog is dat mijn concurrentie. En stel: ik loop een keer hard genoeg voor de Olympische Spelen, dan nog hoeft dat voor mij niet. Ik snap ook niet zo goed waarom wel. Daarmee zou je aangeven dat olympische sport beter is dan paralympische sport. Dan wil je winnen van olympische sporters, nou dat hoef ik helemaal niet. Ik vind het allebei even mooi.”

Je legt het heel helder uit.

„Ik heb er best wel lang over gedaan om deze mening goed te kunnen vormen. Bij wedstrijden blijft de discussie steeds terugkomen. Verdien ik wel de dagprijs bij een toernooi als ik een wereldrecord loop op kunstbenen, terwijl er ook een gewone discuswerper is die prima gooit? Dat heb ik laatst nog meegemaakt. Maar ik bemoei me er niet meer mee.”

Mensen noemen je blade babe, is dat ook niet een vleeskeuring?

„Zo voelt het niet. Ik denk dat mensen die bijnaam met mijn prestaties associëren en dan pas met mijn uiterlijk. En dan is zo’n bijnaam plotseling een onwijs compliment.”