Het kan nu: IS bombarderen in Syrië

Volgens het volkenrecht mag Nederland gevechtshandelingen uitbreiden tot boven Syrië.

Nederlandse militaire trainers leiden in het Iraakse Erbil Koerdische Peshmerga-strijders op.
Nederlandse militaire trainers leiden in het Iraakse Erbil Koerdische Peshmerga-strijders op. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

Minder Nederlandse F-16’s in de strijd tegen Islamitische Staat (IS), maar wel met een ruimere opdracht. Dat is een zeer voorstelbaar scenario nu ook volgens de externe volkenrechtelijk adviseur van de Nederlandse regering militair ingrijpen boven Syrië volkenrechtelijk gelegitimeerd is. Daardoor zouden acties van Nederlandse gevechtvliegtuigen tegen troepen en stellingen van Islamitische Staat zich niet langer noodgedwongen hoeven beperken tot het luchtruim boven Irak.

Het is nog niet zover. Vanavond praat de Tweede Kamer alleen met de ministers Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) en Hennis (Defensie, VVD) over het voorstel de huidige missie, die dit najaar afloopt, met nog een jaar te verlengen. Behalve vier gevechtsvliegtuigen (twee minder dan nu) en 200 man ondersteunend personeel bestaat deze uit 130 militaire trainers om in Irak Koerdische en Iraakse strijdkrachten op te leiden. Voor langer blijven bestaat in de Tweede Kamer een ruime meerderheid.

Maar dit kabinetsbesluit houdt ook de mogelijkheid open de gevechtshandelingen uit te breiden tot boven Syrië. Wat een jaar geleden nog onbespreekbaar was vanwege de volkerenrechtelijke belemmeringen, is dat nu niet meer. De juridische diensten van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie waren al tot deze conclusie gekomen. Zij worden hierin nu gesteund door professor André Nollkaemper, de volkenrechtelijk adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

In zijn advies, dat eind vorige week uitkwam, komt hij tot de conclusie dat bestrijden van IS vanuit de lucht boven Syrië is toegestaan, ook zonder instemming van de Syrische regering. Dit is een belangrijk verschil met zijn advies van een jaar geleden, toen het ontbreken van die toestemming juist het belangrijkste obstakel was. Om die reden werd de taakopdracht van de Nederlandse F-16’s beperkt, net als die van veel andere landen. Alleen de Verenigde Staten en Canada bombarderen nu boven Syrië.

Strikt genomen mogen ‘externen’ alleen ingrijpen als de regering van een land daarom vraagt. Dat is bij Irak het geval. Dit land heeft de internationale gemeenschap verzocht te helpen tegen de opmars van de strijders van Islamitische staat. Zo’n verzoek is er niet van Syrië. Extra complicatie voor de internationale gemeenschap: als Syrië dat wel doet, zou hulp een erkenning inhouden van het regime-Assad. En een groot deel van de internationale gemeenschap erkent dat regime juist niet meer vanwege de gewelddadige acties tegen de eigen bevolking.

Daarom wordt het volkenrechtelijk over een andere boeg gegooid. Aangetoond is dat IS-strijders vanuit Syrië tegen Irak opereren. Hierdoor kan Irak zich beroepen op collectieve zelfverdediging. Optreden boven Syrië is dan toegestaan als dat land niet bereid is (unwilling) of niet in staat is (unable) zelf tegen de IS’ers op te treden.

Het kan dus. Maar het moet ook zin hebben, of „proportioneel” zijn. Die afweging moeten kabinet en Tweede Kamer nog een andere keer maken.