Haal de nicotine uit de sigaret

Pakjes zonder logo, accijnzen: ‘t haalt allemaal weinig uit. Beter om de sigaret zelf aan te pakken. Verzuur de rook, haal het smaakje weg en verwijder de nicotine, betoogt hoogleraar tabaksontmoediging Marc Willemsen.

De machtige tabaksindustrie lijkt het steeds moeilijker te krijgen. De sector kreeg onlangs een gevoelige klap, toen een rechter in Canada oordeelde dat drie tabaksfabrikanten 11 miljard euro moeten betalen aan rokers die ziek waren geworden.

De industrie had hen niet ingelicht over de gezondheidsrisico’s. Vorig jaar werd de sigarettenproductie van Philip Morris in Bergen op Zoom stopgezet. Daar stond tot voor kort de grootste tabaksfabriek in Europa. Zes jaar eerder stuurde concurrent British-American Tobacco alle werknemers in Zevenaar naar huis. Nederland heeft geen tabaksproductie meer van enige betekenis. Steeds minder volwassenen roken en ook het roken onder jongeren daalt al jaren gestaag. Betekent dit alles ook dat de tabaksindustrie op haar retour is?

De sector lijkt ogenschijnlijk ten dode opgeschreven. Immers: hoe kan een industrie die volledig gebaseerd is op één product, dat de helft van zijn consumenten doodt, voortbestaan? Het productimago is nog nooit zo slecht geweest. Toch slagen de tabaksmultinationals er op miraculeuze wijze in om nog steeds groeicijfers te laten zien. Hoe doen ze dat?

De belangrijkste verklaring voor het voortbestaan van de tabaksindustrie is dat de teruglopende omzet in het Westen ruimschoots wordt gecompenseerd door groeimarkten in Afrika, China en India waar steeds meer mensen voldoende geld verdienen om zich dure sigaretten te kunnen veroorloven. De industrie probeert dan ook zo lang mogelijk aan de sigaret vast te houden, omdat het een van de meest winstgevende producten ooit is. Een sigaret kost een paar cent om te maken, maar genereert dubbeltjes winst. De industrie blijft zich met hand en tand verzetten tegen nieuwe regelgeving die de consumptie kan verminderen, zoals sigaretten uit het zicht van jongeren in de winkels, pakjes zonder merklogo, hogere accijnzen en productmodificaties.

Een andere strategie van de industrie om te overleven is door slim in te spelen op onrustgevoelens omtrent het product. Ooit merkte een advocaat van de tabaksindustrie op: ,,Er is slechts één probleem: hoe kunnen we die miljoenen rokers verlossen van dat angstige schuldgevoel, diep van binnen, elke keer als ze een sigaret opsteken?” Het gezondheidsbewustzijn dwong de industrie haar producten aan te passen. De eerste oplossing was het sigarettenfilter. Toen die in de 70’er jaren op de markt kwam, steeg onmiddellijk de verkoop. Daarna kwamen de light en ultra-light sigaretten, die gretig aftrek vonden bij verontruste rokers. Toen onderzoek aantoonde dat dit type sigaret net zo schadelijk was als normale sigaretten, werden termen als ‘light’ en ‘mild’ verboden.

De industrie zegt al jaren aan een ‘veiliger’ sigaret te werken: een alternatief product dat wél de nicotinekick geeft, maar minder schade, doordat tabak niet wordt verbrand maar verhit. Producten als Accord van Philip Morris en Premier en Eclipse van Reynolds flopten jaren geleden volledig in testmarkten.

Tabaksfabrikanten investeren de laatste jaren steeds meer in de ontwikkeling van elektronische sigaretten. In de praktijk blijken rokers nog niet massaal van de conventionele sigaret over te zijn gestapt op een elektronisch alternatief. De e-sigaret is al zeven jaar op de Nederlandse markt verkrijgbaar, maar volgens een recente peiling door het Trimbos-instituut gebruikte in 2014 nog maar 4 procent van de Nederlanders hem en de meesten doen dit niet dagelijks. Een echt alternatief is het dan ook nog niet gebleken.

Het kan niet alleen aan de industrie worden overgelaten om haar producten te ‘verbeteren’. De overheid dient in te grijpen en de sector te dwingen haar producten dusdanig aan te passen dat ze uiteindelijk op termijn geen bestaansrecht meer hebben.

Een belangrijke stap is onlangs gezet door de EU, die heeft bepaald dat er vanaf mei 2016 geen karakteristieke smaak- en geurstoffen meer aan sigaretten mogen worden toegevoegd. Hierdoor zullen tabaksproducten minder aantrekkelijk worden voor jongeren en huidige consumenten. Een volgende effectieve maatregel zou kunnen zijn om stoffen te verwijderen die de PH-waarde van de sigaret verlagen. Hierdoor zou de tabaksrook minder gemakkelijk inhaleerbaar worden, waardoor de verslavende werking vermindert.

Een andere ingreep zou heel goed kunnen zijn om de nicotine verplicht uit de tabak te verwijderen. De sigaret zou hiermee haar greep op de bevolking verliezen. De industrie is al jaren in staat om sigaretten zonder nicotine te produceren, een feit dat nog onvoldoende bekend is bij de politiek.

De definitieve doorbraak van een acceptabel alternatief voor de sigaret is er niet gekomen en valt ook niet snel te verwachten, zolang de traditionele sigaret nog zo verslavend is. Het lijkt er op dat de industrie vooral innoveert om de sigarettenproductie op peil te houden en goodwill te creëren bij publiek en politiek. De industrie zal tot haar laatste snik het lucratieve verdienmodel uitmelken. Overheden die de tabaksepidemie voorgoed willen stoppen, kunnen de markt niet op haar beloop laten, maar zullen radicaal moeten ingrijpen door de aantrekkingskracht van tabaksproducten nog verder te reduceren.