Een torero krijgt niet zomaar het oor van een stier

Een nuchtere Nederlander probeert te begrijpen waarom Spanjaarden begeesterd raken door het ritueel van het stierenvechten.

Stier in de Plaza de Toros de Las Ventas in Madrid metbanderilla’s in zijn zij.
Stier in de Plaza de Toros de Las Ventas in Madrid metbanderilla’s in zijn zij. Foto Manuel González Olaechea y Franco

Stierenvechten. Je kunt er in Spanje niet géén mening over hebben. In een volle arena onder luid gejuich een dier langzaam ter dood brengen. Als Nederlander komt als eerste een gevoel van afkeuring naar boven. Dat kan toch eigenlijk niet meer in 2015?

Maar het kan wel. Sterker nog: het gebeurt in Madrid wekelijks. De monumentale stierenvechtarena Plaza de Toros de Las Ventas staat nota bene in de straat waar ik woon. Op vrouw en dochter hoef ik niet te rekenen. Die zijn op voorhand tegen en kijken vol afschuw naar de prachtige arena. Voor geen goud gaan ze daar naar binnen.

Als correspondent in Spanje kun je je zo’n negatieve houding niet veroorloven. Natuurlijk kun je het stierenvechten afwijzen, maar niet zonder je te verdiepen in wat Spanjaarden eigenlijk nog steeds voor positiefs zien in dit bloederige ritueel. Kan een nuchtere Nederlander invoelen wat er door een Spanjaard heen gaat?

We wagen een poging. Conciërge Santos, een groot liefhebber van stierenvechten, is bereid mee te gaan als gezelschap en gids. We gaan aan het begin van de avond te voet over de Calle de Alcalá naar Ventas. Een klein uurtje voordat de eerste stier snuivend de arena binnenrent is het plein voor de reusachtige ingang al volgestroomd.

Zon of schaduw?

Sol of sombra? Zon of schaduw? Over die eerste vraag hoeft conciërge Santos niet na te denken. Schaduwzijde. Al was het maar omdat hij zelf het kaartje niet hoeft te betalen. Geen offer is te groot, als een ander het maar brengt.

Die wijsheid geldt ook in Spanje. Het verschil van circa 30 euro per kaartje is volgens conciërge Santos de investering meer dan waard. Al was het maar om als toeschouwer in de arena de torero en de stier van dichtbij in de ogen te kunnen kijken.

We zitten tussen de crème de la crème van Madrid. Al snel tikt Santos me aan als we door de catacomben van de arena lopen. Hij wijst op een oudere grijze man. Dat is Sebastián Palomo Linares, fluistert hij. Het blijkt een heel beroemde stierenvechter uit het verleden te zijn. Net als El Soro, die even verderop wordt verwelkomd.

Wij tweeën moeten het doen met drie Spaanse helden van vandaag de dag: Antonio Ferrera, Juan Bautista en El Capea. Geen van drieën topattracties, oordeelt Santos. Maar het kan minder.

Als de presidente van de arena met zijn witte doek zwaait, gaat de poort voor de eerste stier open. Amoroso, 609 kilo schoon aan de haak.

Het waait en het is koud. We hebben pech. Het grootste deel van het gevecht speelt zich af voor de neus van de mensen met de goedkoopste kaartjes, die bovendien genieten van de zachte avondzon.

Amoroso noch Antonio Ferrera krijgt het Spaanse publiek op de banken. Het is het begin van een serie matige gevechten die steevast eindigen met het wegslepen van een dode stier. Hier verdient een torero niet zomaar een oor. Deze Madrileense avond blijft dat eerbetoon uit.

Kunst

De strijd tussen leven en dood zien de Spanjaarden als een vorm van kunst. Stierenvechten staat op de cultuurpagina’s van de lokale, regionale en nationale kranten. Een ritueel dat al tijden onveranderd is. De Spaanse schilder Francisco Goya legde het vast op zijn doeken, schrijver Federico Garcia Lorca schreef erover in zijn romans.

Hoofdstad Madrid is het mekka van het Spaanse stierenvechten. Het symboliseert het Zuid-Europese land van weleer. Catalanen zijn vooral om politieke redenen – anti-Madrid – mordicus tegen stierenvechten. Het is er zelfs al een paar jaar verboden. In de Catalaanse hoofdstad Barcelona is de arena omgetoverd tot winkelcentrum.

Zon of schaduw? Real Madrid of FC Barcelona? Rechts of links? Stierenvechten, kunst of misdaad? Dit zijn pure statements. Laat de Spanjaarden zelf maar kiezen. Ik hou mijn mening als correspondent van heel Spanje liever nog even voor mezelf.