Door het konijnenhol

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits
Illustratie Eliane Gerrits

Een broeierige zaterdagmiddag in New York. Lange rijen plakkerige toeristen schuifelen langs de kaartverkoop in de monumentale ontvangsthal van het Metropolitan Museum of Art. Ik hoor een twintigtal talen om me heen.

Hij verschijnt uit het niets, Luke Syson, de zeer Engelse curator van de afdeling Europese beeldhouw- en decoratieve kunst. Als het witte konijn uit Alice in Wonderland werpt hij een ongeduldige blik op zijn horloge. „Snel, snel, volg me. We hebben weinig tijd.” Ik heb de grootste moeite hem bij te houden, terwijl hij met grote passen langs Egyptische sarcofagen en middeleeuwse ridders slalomt. Ik zie nog net dat hij een lift inschiet en ben benieuwd in welk konijnenhol we uitkomen.

Dan schuift hij een scherm opzij en sta ik ineens in een rommelige kamer, vol dozen bubbeltjesplastic. Voor me het levensgrote beeld van een naakte man. Dit kan niemand anders dan Adam zijn. „God schiep de eerste mens”, zegt Syson, „maar de Venetiaanse renaissancekunstenaar Tullio Lombardo deed dat in 1490 nog eens over.”

Inderdaad, de perfecte man, met zijn aantrekkelijke bos krullen, wulpse mond en dromerige blik. De spieren en rondingen accentueren de juiste plekken, hoewel enkele essentialia aan het oog onttrokken worden door een vijgenblad. Maar deze perfectie zal ten val komen, zo suggereren de appel in zijn hand en de slang bij zijn benen.

Adam kwam inderdaad ten val. Niet door de erfzonde, maar door een gammele houten sokkel. In 2002 gebeurde zo’n beetje het ergste wat een museum kan overkomen. Dit meesterwerk viel van zijn voetstuk. In honderden stukken lag Adam op de museumvloer.

Het museum besloot het beeld te restaureren. Niemand kon bevroeden dat dit twaalf jaar in beslag zou nemen. Aan de muur zie ik tekeningen en foto’s van Adam in verschillende fases van opbouw. Syson: „Hij kreeg een neusreconstructie en hoofd-, voet- en knieoperaties, compleet met chirurgische pennen van vezelglas. Het museum schiep het eerste bionische beeldhouwwerk.”

Iedereen kon de wederopstanding van Adam op de voet volgen. Zo’n publieke reconstructie is een radicale breuk. Vroeger gebeurden herstelwerkzaamheden in het geheim. Je vraagt toch ook niet naar het verteringsproces van een operazanger, zei een conservator ooit.

In onze weg naar de uitgang maken we een tussenstop. Mogen we net het mooiste object gezien hebben, we staan nu stil bij het lelijkste voorwerp in de Met, althans volgens Syson. In de vitrine staan twee felroze achttiende-eeuwse Sèvres-vazen met olifantenkoppen met gouden slurven. Syson vertelt: „Ik had deze baan telefonisch vanuit Londen aangenomen. Op mijn eerste dag kwam ik langs deze vazen en dacht: help, wat heb ik in godsnaam gedaan! Die Barbieroze kleur, die Dombo-oren, wat een zinloze kitsch. Maar later realiseerde ik me dat, net zoals Tullio’s Adam, ook dit vreselijke object naar iets hogers leidt. In dit geval de fantasie van de Franse adel van het Ancien Régime om te ontsnappen aan het alledaagse. Dat is wat kunst is, een verscholen toegang tot een andere wereld waarin je je kunt verliezen.”

Als ik weer buiten het museum sta, in de walm van pretzels en met het vertrouwde achtergrondgeluid van brandweersirenes, kan ik niet wachten opnieuw in zo’n konijnenhol te springen. Ik koop een flesje water bij een toeristenstandje. Helaas, er zit geen briefje „drink me” op.