Deze gangster maakt geen gangsterrap

Vandaag verschijnt het debuutalbum van Vince Staples (21) uit Long Beach, Los Angeles. Hij is een van de meest talentvolle rappers van dit moment. Zaterdag staat hij op hiphopfestival Woo Hah! in Tilburg.

Foto Bryan Sheffield/Corbis Outline

Vince Staples is een gangster, net zoals zijn grootouders, rapt hij op zijn nieuwe album in het funky ‘Birds & Bees’. Een gangster, net zoals zijn vader. Het is een thema dat regelmatig terugkeert in het oeuvre van de hiphopbelofte uit Long Beach, Los Angeles. Vince Staples groeide op tussen de gangsters. Hij zat op de lagere school toen zijn eerste vrienden werden doodgeschoten. „Gangcultuur zit in de geschiedenis van zuidelijk Californië”, zegt Staples telefonisch vanuit zijn auto, terwijl hij onderweg is naar de opnames van een videoclip. „Het is waar we vandaan komen.”

Op zijn vandaag verschenen debuutalbum Summertime 06 rapt Vince Staples op vaak minimalistische beats over Ramona Park, de plek waar hij als jongen met zijn 2NGC-Crips-gang rondhing. Op de plaat hoor je de geluiden van pistoolschoten, fluitende vogels en politiesirenes. Staples vertelt over een jeugd die al vroeg doordrenkt was van geweld, over lijken in de steeg en zijn eigen misstappen, over cocaïne verkopen met zijn pa en de prijs van een leven „die waar ik vandaan kom een paar honderd dollar is.”

De kille wereld die Staples oproept, is in muziek en film een overbekend decor. Maar in zijn woorden is het, ook na decennia van gangcultuur als entertainment, weer een pijnlijke, nauwelijks te bevatten realiteit. Staples wil met zijn album het verhaal vertellen over de zomer van 2006, waarin de stad hem en zijn vrienden hun jeugd afnam, schreef hij in aanloop naar zijn debuut. „Ik ben als enige achtergebleven om het verhaal te vertellen.” Hij werd die zomer dertien jaar.

Hij rapt over het harde leven op straat

Vorig jaar maakte Staples indruk met de EP Hell Can Wait met daarop ‘Hands up’, een grimmige track over het aanhoudende politiegeweld in de VS tegen zwarte mannen. Staples rapt dat hij in het verkeer voortdurend oplet of er geen ‘penningen’ in de buurt zijn „die schieten zonder te waarschuwen maar wel respect en geweldloosheid verwachten. I refuse the right to be silent”.

Het nummer kwam op een moment dat de protesten tegen de politiemoorden luider begonnen te klinken, maar het lag al een jaar klaar, vertelt hij. In zijn buurt was het altijd al de realiteit, zolang als hij zich kan herinneren. „Het heeft me in mijn jeugd nooit dwarsgezeten dat de politie er niet was om mij te beschermen. Ik heb nog nooit overwogen de politie te bellen. Pas later, wanneer je opgroeit, ga je je realiseren hoe verkeerd dat is.”

In het nieuwe Like it is rapt Staples: „De politie vermoordt ons en dus maakten mijn homies en ik onze eigen wetten.” En: „Mijn opa leerde me niet in de liefde voor het straatleven verstrikt te raken (…) maar voor mij voelt het alsof het alles is wat we hebben.” Het zijn zinnen die uitleggen hoe het kan dat de gangcultuur in zijn buurt, familie en vriendenkring doorsijpelt.

Staples: „We worden opgevoed met het idee dat we sterk moeten staan. Gangs zijn ónze variant van het leger. Ouderen hebben hun littekens en proberen je er wel bij vandaan te houden, maar je wilt als jongere juist doen wat zij doen. En niemand heeft invloed op wat je buiten op straat tegenkomt.”

In de raps van Staples is gangcultuur niet iets om trots op te zijn, noch iets om afstand van te nemen. Hij beschrijft vrij koel het systeem waarin hij vanaf dag één opgroeide, waarin het uitgangspunt is dat je als jongere uiteindelijk zult verliezen. Hij rapt: „Ik hoop dat je begrijpt dat ze me nooit hebben geleerd een man te zijn, maar alleen om een schutter te worden.”

Maar het is geen gangsterrap

Staples kan niets met kritiek op gangsta rap. „Ik weet niet eens wat het betekent. Dit is muziek van mensen die in zware omstandigheden opgroeien en daardoor gevormd worden.”

Staples is een van de talentvolste rappers van dit moment en schetst met rake zinnen een hopeloze realiteit vol verlies, paranoia en zinloosheid. Hij neemt de luisteraar mee naar een wereld waarin een opgepompte borstkas noodzakelijk is; ook tijdens ontspanning bestaat voortdurend de dreiging van dodelijk geweld. Je krijgt nauwelijks lucht, zegt hij.

Zijn muziek biedt Staples de mogelijkheid te ontsnappen uit die wereld. „Ik hoef me nu geen zorgen meer te maken, maar je kunt niet iedereen meenemen. Ik heb familie en vrienden die niet weg kunnen en ik maak me nog steeds druk om hun veiligheid. Dat gevoel is altijd aanwezig.”