De Angsthaas Award

Het is bijna een ritueel, zo vaak komt het voor. Op allerlei gebied krijgen mensen prijzen, maar alleen in de kunsten lijkt het nogal eens of een prijs geen eer is maar een belediging. De, toch echt evidente, tikfout die de schrijver W.F. Hermans in 1972 deed besluiten om zijn P.C. Hooft-prijs te weigeren, werd legendarisch. Gouden Kalveren voor filmprestaties werden ostentatief op het toilet ‘vergeten’ of uit de taxi gegooid. Het felst roeren zich echter kunstenaars die bijna een prijs krijgen: de genomineerden.

Zo weigeren nu twee cabaretiers hun nominatie voor de zogeheten Poelifinario (de prijs voor het meest belangwekkende cabaretprogramma van het jaar). Ze vinden de prijs „niet eervol” genoeg. Een nominatie kun je niet weigeren, het is een voordracht. Door de Poelifinario op voorhand zwart te maken, maken deze cabaretiers vooral de indruk dat ze vrezen de prijs niet te winnen.

Ook op het Internationaal Theaterscholen festival (ITs) verbond een groep studenten en alumni zich al tegen bekroningen vóór ze in aanmerking kwamen. Het argument was dat het ITs te veel „over de prijzen ging”. Maar in de communiqués sidderde vooral de angst om serieus, dat wil zeggen door buitenstaanders, beoordeeld te worden. Hun nachtmerrie kwam uit. De jury’s voor de Ton Lutz Award (regie) en Krisztina de Châtel Award (dans) gaven geen prijs, want ze wilden niet „de minst slechte voorstelling” bekronen. De jury van de ITs Acteursprijs hield het op zeven eervolle vermeldingen – en dat komt neer op een Angsthaas Award. Niemand werd er apart uitgelicht. Verliezen was er niet bij. Zo werden de afstuderende acteurs in slaap gesust. Maar het is hetzelfde als geen prijs.

Bekroning is aangenaam. Het is erkenning en kan als bijvangst net die extra aandacht genereren die het publiek nieuwsgierig maakt en de subsidiecommissies happig.

Kunst is geen wedstrijd, klinkt het. En dat is waar. Een kunstprijs beloont ambachtelijkheid en kwaliteit maar vooral uitzonderlijkheid. Om hem te winnen kan de kunstenaar slechts doen wat hij of zij sowieso doet: het beste geven om een publiek te vinden, te verbazen, te verrijken en te binden. Criteria voor kunstprijzen bestaan dan ook niet. Elke winnaar brengt zijn eigen argumenten mee.

In de kunsten worden geen prijzen gewonnen, maar gekregen. Het mooiste voorbeeld daarvan speelde zich vorige week af.

Acteur Hans Kesting kreeg na afloop van de voorstelling Kings of War out of the blue de Albert van Dalsumring. Daar is er maar één van. De drager (Gijs Scholten van Aschat) geeft hem door wanneer hij vindt dat het tijd is en aan wie hij wil. Regels of maatstaven zijn er niet. Geen acteur weet dat hij in de running is. Ineens is hij de beste.