Akkoord moet Iran uit defensief halen

De Iraanse hegemonie neemt toe, menen critici. Het tegendeel is waar. Iran houdt tenauwernood grip op de regio.

Foto AFP

Op 1 juli zou de deadline zijn voor een definitief nucleair akkoord dat de mogelijkheid van een Iraanse kernbom beperkt. Inmiddels is duidelijk dat de deadline van de onderhandelingen tussen Iran en de zogenoemde P5+1 – de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland – met enkele dagen en misschien zelfs maanden zal worden overschreden. Maar tegelijk gaan de meeste betrokkenen ervan uit dat het akkoord er uiteindelijk zal komen. Vertegenwoordigers van de P5+1 wijzen op de voordelen voor vrede en veiligheid. Iran kan beter worden ingetoomd door extra controles en andere concessies dan dat het op nucleair gebied zijn gang kan gaan. Bovendien hopen ze straks goede zaken te kunnen doen in het olie- en gasland.

Teheran op zijn beurt krijgt nieuwe vrienden en aanzienlijk meer financiële armslag doordat internationale sancties worden opgeheven. En die kan het Iraanse regime erg goed gebruiken. Niet alleen om de slechte economische situatie van zijn 80 miljoen inwoners te verbeteren. Ook omdat het Iran een fortuin kost om zijn Arabische bondgenoten in de regio – het Syrische regime, de Libanese beweging Hezbollah en de Iraakse regering – overeind te houden.

Irans tegenstanders, Saoedi-Arabië en Israël voorop, beschuldigen de shi’itische islamitische republiek er dagelijks van de regio te willen overheersen. Ze herinneren eraan dat Iran na de omwenteling van 1979 zijn islamitische revolutie wilde exporteren. En ze onderstrepen dat opheffing van de sancties Iran in staat zal stellen om verder op te rukken in de Arabische wereld. Saoedi-Arabië is drie maanden geleden een luchtoorlog tegen de shi’itische Houthi’s in Jemen begonnen met het argument dat Irans opmars een halt moest worden toegeroepen.

In Iran zijn genoeg woordvoerders te vinden die publiekelijk pochen over groeiende Iraanse hegemonie in het Midden-Oosten. Saoedische media citeren in dit verband graag het Iraanse parlementslid Ali Reza Zakani. Hij zei in september vorig jaar dat Iran na de machtsgreep van de Houthi-rebellen in Sana’a heerst in vier Arabische hoofdsteden – Bagdad, Beiroet, Damascus en Sana’a dus. Hij noemde niet eens Bahrein, waar de oppositie volgens Riad ook door Iran wordt opgehitst

Maar de werkelijkheid is anders. Iran is in het defensief. Het kan die vooruitgeschoven posten, voorzover het daarover inderdaad beschikt, maar ternauwernood overeind houden. In Syrië verliest zijn oude bondgenoot Bashar al-Assad steeds meer terrein, ondanks de miljarden dollars die Iran in diens regime pompt – voor onder andere wapens, militaire adviseurs en shi’itische hulptroepen die het aanvoert uit Afghanistan, Irak en Libanon. Assads regime is van groot belang voor Iran, omdat een regime in Damascus dat wordt gedomineerd door de sunnitische meerderheid de regionale verhoudingen op zijn kop zou zetten. Als de wapenaanvoerlijnen via Damascus worden afgesneden, wordt ook het overleven van Irans Libanese bondgenoot Hezbollah twijfelachtig.

In de Gazastrook heeft de fundamentalistische Palestijnse groep Hamas na het begin van de opstand tegen Assad de kant van de oppositie gekozen en afstand van Iran genomen. In Jemen hebben de Houthi’s niet dankzij Iraanse hulp maar door hun alliantie met ex-president Ali Abdullah Saleh zo ver kunnen oprukken. In tegenstelling tot de Saoedische verklaringen ziet de buitenwereld de Houthi’s niet als marionetten van Iran maar als anti-Saoedisch – dat is iets anders.

Alleen in Irak heeft Iran in de afgelopen jaren grote invloed gewonnen, met dank aan de toenmalige Amerikaanse president Bush, die Irans aartsvijand Saddam Hussein ten val bracht. Veel van de huidige shi’itische machthebbers hebben altijd nauwe banden met Teheran onderhouden. Maar met de opmars van de Islamitische Staat (IS) is de situatie in Irak ook voor Iran aanzienlijk minder comfortabel geworden. De rabiaat antishi’itische extremisten vormen namelijk ook een bedreiging voor Iran zelf. Niet voor niets levert Teheran wapens en advies aan Koerdische en shi’itische milities die tegen IS vechten.

Tegen deze achtergrond zijn de Iraanse concessies voor een nucleair akkoord met de P5+1 goed te begrijpen. Daar doet de dubbelzinnige toespraak die Irans Opperste Leider, ayatollah Ali Khamenei, vorige week gaf niets aan af. Dat was slechts onderhandelingstactiek. Een akkoord blijft van groot belang voor Iran.