Afrikaanse stofvlakte was ooit mega-meer

In het noorden van Afrika verschenen 15.000 jaar geleden vrij snel vele meren. En 5.000 jaar geleden waren ze weer weg.

Mega-Tsjaadmeer droogde in circa 300 jaar sterk op
Mega-Tsjaadmeer droogde in circa 300 jaar sterk op

De grootste huidige bron van zand in de atmosfeer, het Bodélé-gebied in Tsjaad, maakte niet zo heel lang geleden nog deel uit van een enorm zoetwatermeer in Afrika. Dit Mega-Tsjaadmeer vormde zich circa 15.000 jaar geleden net zo plotseling als dat het zo’n 5.000 jaar geleden weer kromp. Dat beschreven Britse onderzoekers gisteren in het tijdschrift PNAS.

Over de snelheid waarmee meren in het noorden van Afrika destijds opkwamen en weer verdwenen, bestaat veel discussie. Duidelijk is dat er tijdens de African Humid Period – tussen 15.000 en 5.000 jaar geleden – veel meer meren waren dan nu. Door een andere stand van de draaias van de aarde (de precessie, die een cyclus van zo’n 20.000 jaar heeft) reikten de zomerse moessonregens toentertijd veel noordelijker dan nu het geval is. Er viel meer regen dan dat er water verdampte. De huidige Sahara en Sahel waren daardoor groener, en bezaaid met grote en kleine meren.

Eerder onderzoek aan overgewaaid duinzand in sedimenten voor de West-Afrikaanse kust duidden op een abrupte ‘stofstop’ rond 15.000 jaar geleden, die tienduizend jaar later weer werd opgeheven. Maar onderzoek aan een van de tien Oenianga-meren in het noordoosten van Tsjaad wees juist op een geleidelijker scenario.

De Britten steunen met hun onderzoek nu het idee van een snelle opkomst en ondergang. Ze onderzochten daarvoor zand dat ze op verschillende plekken van het oorspronkelijke Mega-Tsjaadmeer hadden verzameld. Daaruit blijkt onder meer dat zodra het water in het wassende Tsjaadmeer hoger kwam dan 289 meter boven zeeniveau, het de Bodélé-depressie kon bereiken via een ‘gleuf’ in het landschap – Bahr el Ghazal genaamd.

Het Mega-Tsjaadmeer droogde vanaf zo’n 5.000 jaar geleden binnen honderden jaren sterk op. Maar het laagste deel van de Bodélé-depressie bleef nog lang onder water, zo concluderen de onderzoekers op basis van restanten van tweekleppigen. Pas duizend jaar geleden viel dat gebied helemaal droog. En pas toen – later dan tot nog toe gedacht – veranderde de Bodélé-depressie in de belangrijkste bron van atmosferisch stof, die de Amazone en de Atlantische Oceaan voedt.