We willen een leider die een lied zingt en ons kippenvel geeft

Arjen van Veelen bekijkt elke week waarover wij ons opwinden op sociale media. Vandaag: de hoop kwam afgelopen weekend van een zingende president Obama.

Na zijn grafrede voor een dominee die was vermoord door een terrorist, zette de president van de VS, Barack Obama, het lied Amazing Grace in. En de duizenden aanwezigen zongen met hem mee. Ook ik neuriede mee, thuis achter het telefoonschermpje. Het hele weekend bleef ik de hymne neuriën. Waarom? Weet het niet. Kerkganger ben ik niet, toch kreeg ik kippenvel van de zingende president-predikant. Hoe gemeend het leek. Hoe hij dood omtoverde in hoop. Want ondanks de droeve aanleiding, stemde de hymne optimistisch.

Obama zong het lied nog geen zes uur nadat het Hooggerechtshof had bepaald dat het homohuwelijk er komt. De president twitterde: ‘#LoveWins’ – de liefde wint. Hij zong na een week waarin de confederate flag, de banier van de slavenhouders, op veel plaatsen in Amerika naar beneden werd gehaald. Hij zong in een week waarin zijn zorgwet werd gered. Armen konden weer naar de dokter. Een symbool van haat verdween. Vrouwen konden eindelijk overal trouwen met vrouwen en mannen met mannen.

Optimisme leek me altijd een prachtige eigenschap voor wie zich optimisme kan veroorloven, en dat zijn vaak mensen met parelkettingen, maar dit weekend was ik optimistisch. Dit weekend won de liefde. Vooruitgang! Je zou vergeten dat dat kon.

De wereld had hoop hard nodig. De wereld is verdeeld in goed en kwaad, grofweg, en het goede leek de laatste tijd te verliezen. Eerder die week had ik een filmpje gezien van ISIS-strijders die innovatieve manieren hadden gevonden om mensen te doden: door ze te verdrinken in een kooi, door ze in een auto te proppen en te beschieten met een raketwerper.

Dit is het dieptepunt, dacht ik, dit is rauwer dan Game of Thrones, en bijna even professioneel gefilmd. Middeleeuwen met moderne middelen. Lager kan niet. Maar toen kwam er een terrorist met een bootje het strand op, de eenmansinvasie in Tunesië, die in een half uur het hele vakantieseizoen van alle Europeanen vermoordde. Verderf tussen strandballen en bikini’s.

Tegenover die daadkracht van het kwaad stond het cynisch gekloot van onze democratie, want intussen was Europa bezig de Grieken heel lelijk en tergend langzaam te wurgen. Of dat land nu gaat of blijft, nooit meer zal ik geloven in de hooggestemde idealen die ik had toen ik mijn eerste eurobriefjes pinde. Europa is dood van binnen.

De hoop kwam uit de VS, van een president die al een beetje was afgeschreven. Verandering is mogelijk, zei Obama. Hope and change, verkiezingswoordjes die ook ons hadden teleurgesteld, kregen dit weekend betekenis.

Ik denk dat Nederlanders in de zingende Obama zagen wat we zelf missen. Bezieling. Soul. Dit is wat je van een leider wil: dat-ie een lied zingt, dat je dan kippenvel krijgt. Rutte die ‘Waarheen leidt de weg’ zingt. Merkel die ‘Alle Menschen werden Brüder’ inzet. Probeer het je voor te stellen. Nee, lamaar, lukt niet, ze hebben geen soul.

Thé Lau, die heeft soul, zei Humberto Tan eens. Ik denk dat diezelfde behoefte aan bezieling verklaart waarom Nederland Thé Lau zo innig heeft omarmd en uitgezwaaid. ‘De wereld is van iedereen’ – dat is het lied dat we nu willen horen. Thé Lau is dood. Wie zingt nu een liedje voor ons?