Opinie

We kennen onszelf niet we construeren onszelf

Wij moeten in staat worden gesteld om een verhaal over ons leven samen te stellen. Dat is het recht van elk kind, zei juriste Dorien Pessers enige tijd geleden in het radioprogramma OBA-live. En om dat verhaal te kunnen vertellen, is het belangrijk om familie te hebben, een gezin, twee ouders van wie je biologisch afstamt.

Natuurlijk zijn er omstandigheden waarin dat niet mogelijk is. Maar, zei ze, aangezien het kind recht heeft om bij zijn biologische ouders op te groeien, doen we het onrecht aan als we het willens en wetens de informatie over een van beide of zelfs beide ouders onthouden.

Ik vond het een interessant punt. Vooral vanwege dat ‘verhaal’. Blijkbaar gaan ook juristen ervan uit dat wij het zozeer nodig hebben om verhalen over onszelf en onze oorsprong te kunnen vertellen, dat dat ons recht genoemd kan worden. Zelfs al vertellen we alleen maar aan onszelf: dat vertrouwen in de goede afloop heb ik van mijn moeder, net zoals mijn vader laat ik altijd een hapje op mijn bord liggen, helaas heb ik de zangstem van mijn oma niet geërfd enz.

Identiteit is een verhaal, en daarin is afstamming een belangrijk oriëntatiepunt. Rutger Kopland schreef ooit: „Zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt/ naar iets in zichzelf, iets ziet daar/ wat het meekreeg”.

Zo’n verhaal hoeft niet steeds hetzelfde te zijn. Vroeger vond ik het altijd irritant als iemand beweerde dat hij of zij ‘heel erg veranderd’ was. Dat zal best meevallen, dacht ik dan bij mezelf. Je lijkt mij niet zo heel anders.

Daar had ik dan in een bepaald opzicht gelijk in vermoedelijk, maar in een ander opzicht toch niet. Iemand die een nieuw verhaal vertelt over zichzelf, andere verbanden legt, andere belichting van de feiten kiest, voelt zich natuurlijk wel degelijk anders. De ervaring van het zelf zit hem eerder in details dan in het grote geheel.

Overigens horen we al jarenlang dat het ‘zelf’ niet bestaat. Er zit niet ergens in ons een of andere harde kern waarop we zouden kunnen stuiten. Dat wat we ons ‘zelf’ noemen, is een illusie die ons brein ons voorspiegelt om ons een gevoel van samenhang te geven. Hoe sterk we hechten aan dat zelf zal ook nog wel cultureel bepaald zijn; wij vinden onze ikjes heel veel belangrijker dan het collectief, wat niet overal zo is.

Dat er nergens in het brein een zichtbare kern zit, betekent natuurlijk niet dat het zelf niet bestaat. Het ‘bestaat’ als een soms alleen maar gevoeld of vermoed verhaal, dat steeds opnieuw verteld of gevoeld wordt, in steeds nieuwe varianten. Het zelfbeeld past zich aan aan de omstandigheden zoals iedereen weet: bij de een ben je slim en grappig en bij de ander voel je je onnoemelijk dom. Wisselwerking. En ook binnen in jezelf kun je heel verschillende tonen aanslaan.

Het fijnste is het als je helemaal niets over jezelf denkt maar je aandacht richt op de buitenwereld. Hoewel we proberen een zelf bij elkaar te vertellen, mislukt dat ook vaak en in je zelf schouwend voel je ook maar zelden de zekerheid dat die verhalen van je waar zijn. Soms, als je iets dat tot dan toe uitsluitend binnen je eigen intimiteit had bestaan, naar buiten weet te brengen, kun je het gevoel krijgen iets te weten te komen over jezelf. Iets op te vangen van wat verborgen is, maar wel in je leeft.

We kennen onszelf niet. We construeren onszelf.