Wat betekent deze crisis voor de euro?

Een rij voor een pinautomaat gisteren in Athene. Foto Yannis Behrakis/Reuters
Een rij voor een pinautomaat gisteren in Athene. Foto Yannis Behrakis/Reuters

Het spook van de eurocrisis is weer terug. Door de complete ineenstorting van de onderhandelingen met Griekenland dit weekeinde is Europa in de „onbekende wateren” terechtgekomen waarvoor president Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) onlangs waarschuwde. Met Griekse banken die kraken, de rest die zich schrap zet voor de klap en politici die de ramp met groeiende verbijstering aanschouwen. Welkom in Europa.

De eurozone is als Hotel California: je kunt wel inchecken, maar nooit meer weg. Dit concept van ‘onomkeerbaarheid’, het fundament van de Europese munt, dreigt nu door de Griekse geldcrisis onderuit te worden gehaald. Een desintegrerende eurozone, met een Griekse exit als eerste stap, is sinds dit weekeinde niet langer onvoorstelbaar.

Wel moeilijk voorstelbaar is hoe de breuk nog gelijmd kan worden. Tijdens de crisis van 2012 was er uiteindelijk voldoende politieke wil om erger te voorkomen. Ditmaal is die vrijwel helemaal verdampt. Behalve de Europese Commissie en Frankrijk is iedereen wel zo’n beetje klaar met de Grieken. Dat maakt deze crisis meteen ook veel gevaarlijker.

Tsipras dropte een bom

Vrijdag leek de Griekse trukendoos in de al vijf maanden slepende onderhandelingen echt leeg. Er moest nu haast wel een akkoord komen over internationale noodsteun in ruil voor bezuinigingen en hervormingen. Maar vrijdagnacht dropte premier Alexis Tsipras een bom die niemand in Brussel hoorde aankomen: hij kondigde een referendum over het akkoord aan, over één week (5 juli). En hij gaf er meteen een – negatief – stemadvies bij.

De timing is ronduit bizar. Morgen loopt het EU-programma voor Griekenland formeel af. Zonder verlenging vervalt 7,2 miljard euro aan noodsteun en gaat het land failliet. Minister van Financiën Yanis Varoufakis vroeg zaterdag in Brussel aan zijn collega’s in de Eurogroep om uitstel tot aan het referendum. Maar die waren zijn „preken” beu. De breuk was compleet toen Varoufakis wegliep, zonder akkoord op zak, en de ministers zonder hem verder praatten over plan B: het besmettingsgevaar van de Griekse crisis indammen.

Varoufakis sprak van „een slechte dag voor de democratie”. En inderdaad: de Griekse geldcrisis maakt opnieuw duidelijk hoezeer het lidmaatschap van de eurozone op gespannen voet staat met beginselen als democratie en soevereiniteit. De Grieken hebben, als ze de euro willen behouden, eigenlijk geen andere keus dan accepteren wat eurolanden, de ECB en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) eisen. En nee, dat voelt niet lekker.

Maar ministers voelden zich zaterdag bedonderd. Eurogroep-voorzitter Jeroen Dijsselbloem was „zeer negatief verrast” door het referendum. Tsipras heeft vijf maanden de tijd gehad om het volk te raadplegen, maar doet het pas als de deadline al is verstreken. Tja. En het is nogal wat: aan de Grieken vragen om zich uit te spreken over een akkoord dat feitelijk nog niet bestaat, door de Griekse regering al wel is afgewezen en inhoudelijk zeer complex en technisch van aard is. En o ja, je krijgt één week om na te denken over wat in feite neerkomt op ‘in of uit’ de eurozone. Dat is geen democratie meer, dat is een overval.

Het zaait ernstige twijfels over de Griekse intenties. Willen de links- en rechtsradicalen in Tsipras’ regering wel echt in de eurozone blijven of was een breuk altijd al de bedoeling? De verschillen aan de onderhandelingstafel waren vrijdag nog maar klein. Tsipras zegt dat hij de wil van het Griekse volk zal respecteren, ook als dit betekent dat hij beleid moet uitvoeren waar hij niet achter staat. Dijsselbloem, die zaterdag een zeer gespannen indruk maakte, noemde dat „onwaarschijnlijk”.

Is er genoeg gedaan?

Voor de EU is dit een test. De afgelopen jaren werden hervormingen doorgevoerd, zoals de bankenunie, om te voorkomen dat landen elkaar aansteken in geval van crisis. Is het genoeg? Er kwam ook een ‘resolutiemechanisme’ (SRM) waarmee banken die in de problemen raken snel en zo pijnloos mogelijk kunnen worden opgevouwen. Het is alleen pas op 1 januari 2016 volledig operationeel.

Wat ook nog ontbreekt: een veel meer op economische groei gericht vervolg van de eng geformuleerde bezuinigingspolitiek van de afgelopen jaren. Vorige week kwam Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker met plannen hiervoor, maar onder druk van lidstaten zijn die afgezwakt of op de (zeer) lange baan geschoven. De Griekse geldcrisis dwingt tot meer ambitie. Of niet, maar dan zal elke volgende crisis opnieuw het uiterste van politici vragen. En hoe dat kan lopen, is nu wel duidelijk.