Opinie

Valentino

Het zag er té lekker uit. Ik kon het niet laten. Zaterdagmiddag heb ik vlak voor mijn televisietoestel de motorcoureur Valentino Rossi nagedaan als hij een bocht nam.

Van het kijken naar mooie sport, wil je zelf gaan sporten.

Ik heb geen motorrijbewijs. Een echte motorfan ben ik ook niet. Ik behoor tot de mensen die hun hoofd schudden als een stilstaande Harley-rijder bij een rood stoplicht uitsloverig het gashendel opendraait.

Als ik op de snelweg de gezworen vriendenclub Satudarah in mijn dode hoek zie, laat ik mijn auto naar een pensioengerechtigde snelheid zakken. Als de knalpijporgie langs trekt en het geluid op zijn hardst is, denk ik hun yell erbij: ‘Tetap!’

Kortom, ik had een Valentino-momentje nodig om alsnog de liefde te bedrijven met een motorfiets.

De 36-jarige Italiaanse coureur was zeer behulpzaam. Ik heb nog nooit zo’n spannende finale gezien tijdens een MotoGP. Rossi en de Spanjaard Marc Márquez zaten elkaar voortdurend op de hielen tijdens de TT van Assen.

In vertraagde beelden kon je zien hoe schuin Rossi reed in de bochten. Zijn knieën hingen hooguit één centimeter boven het asfalt. Waarom viel hij niet? Trok de middelpuntvliedende kracht een lange neus naar de ouderwetse zwaartekracht?

Rossi remde extreem laat voor een bocht. Hij deed zijn been even buiten de motor. Alsof hij zó behendig was dat hij naast sturen, remmen en balanceren ook nog kon plassen. Net op tijd ging het been binnenboord en lag hij weer nagenoeg horizontaal boven het asfalt.

Ik moest en zou ook zo door een bocht. Handen aan een imaginair motorstuur. Ik duwde mijn voeten in de spleet tussen het zitkussen en de rugleuning van de bank. Bij het zien van een dubbele chicane door Rossi, liet ik me gelijktijdig eerst links, dan rechts op de bank vallen.

Heerlijk, die losse swing op zo’n motorzadel.

Valentino Rossi heeft de heupen van een paaldanseres, de snelheid van een hongerig luipaard en de kalmte van een straaljagerpiloot.

In de laatste bocht wilde Márquez hem in een uiterste poging passeren. De motoren raakten elkaar. Even was Rossi uit balans. Hij moest rechtuit sturen. Doodkalm trok de Italiaan zijn voorwiel omhoog en raasde buiten de baan over het grind.

Valentino sprong na de overwinning van zijn motor en holde naar de tribune. Op een grasveldje deed hij een drievoudige koprol. Ik wilde ook koprollen, op mijn vloerkleed. Maar nee, te moe van alle bochten.

Ik zal niet zeggen dat ik mijn motorrijbewijs ga halen. Dat lijkt me voor alle verkeersdeelnemers geen fijn vooruitzicht. Het imiteren van Valentino Rossi is voor mij het hoogst haalbare in die duizelingwekkende wereld van de motorsport.