Uiteenvallen euro na Griekse crisis niet langer uitgesloten

Terwijl Grieken vergeefs pinnen, staat Europa voor een zware test. Desintegratie van de eurozone is niet meer ondenkbaar.

Foto AFP / Denis Charlet
Foto AFP / Denis Charlet

Gesloten banken, opnamelimieten en Grieken die in paniek van de ene naar de andere pinautomaat rennen – het spook van de eurocrisis is terug. Bij supermarkten in Athene was het vanochtend druk. Pasta en rijst raken snel uitverkocht. Veel winkels en benzinestations accepteren alleen nog contanten, als ze al iets kunnen bieden. Want hoe moeten ze anders personeel en leveranciers straks betalen?

Door de mislukking van de onderhandelingen met Athene is Europa in de „onbekende wateren” terechtgekomen waarvoor president Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) waarschuwde. Met Griekse banken die kraken, de rest die zich schrap zet voor de klap en politici die de ramp met open mond aanschouwen.

Omdat de politiek er niet uitkomt, worden banken – de ECB voorop – nu tot handelen gedwongen. Het leidde tot het besluit Griekse banken tot begin volgende week dicht te houden. De opnamelimiet van zestig euro per dag bracht een schok teweeg. Toen twee jaar geleden op Cyprus het kapitaalverkeer werd beperkt konden mensen dagelijks 300 euro opnemen. Zoiets hadden veel Grieken ook gedacht. Vooral voor ouderen is dit een ramp. Ze zijn gewend hun pensioen aan het loket op te nemen en hebben vaak geen bankpasje.

Politieke wil lijkt verdampt

Maar ook voor Europa is dit een test. De eurozone is als Hotel California: je kunt inchecken, maar nooit meer weg. Dit concept van ‘onomkeerbaarheid’, het fundament van de euro, dreigt nu onderuit te worden gehaald. Een desintegrerende eurozone, met een Griekse exit als eerste stap, is sinds dit weekeinde niet langer onvoorstelbaar. Wel moeilijk voorstelbaar is hoe de breuk gelijmd kan worden. Tijdens de crisis van 2012 was er uiteindelijk voldoende politieke wil om erger te voorkomen. Nu lijkt die totaal verdampt. Behalve de Europese Commissie en Frankrijk is iedereen klaar met de Grieken. Dat maakt deze crisis meteen ook veel gevaarlijker.

Vrijdag leek de Griekse trukendoos in de al vijf maanden slepende onderhandelingen echt leeg. Er móest nu wel een akkoord komen over internationale noodsteun in ruil voor bezuinigingen en hervormingen. Maar vrijdagnacht dropte premier Alexis Tsipras een bom die niemand hoorde aankomen: hij kondigde een referendum over de EU-eisen aan, over één week (5 juli). En hij gaf er een - negatief - stemadvies bij.

De timing is bizar. Morgen loopt het EU-programma voor Griekenland formeel af. Zonder verlenging vervalt 7,2 miljard euro noodsteun en gaat het land failliet. Minister van Financiën Yanis Varoufakis vroeg zaterdag in Brussel aan zijn collega’s in de Eurogroep om uitstel. Maar die waren zijn „preken” beu. De breuk was compleet toen Varoufakis wegliep, zonder akkoord op zak. De ministers praatten verder over plan B: het besmettingsgevaar indammen.

Varoufakis sprak van „een slechte dag voor de democratie”. En inderdaad: de Griekse geldcrisis maakt opnieuw duidelijk hoezeer het lidmaatschap van de eurozone op gespannen voet staat met democratie en soevereiniteit. De Grieken hebben, als ze de euro willen behouden, eigenlijk geen andere keus dan accepteren wat eurolanden, de ECB en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) eisen. En nee, dat voelt niet lekker.

Maar ministers voelden zich zaterdag bedonderd. Tsipras heeft vijf maanden de tijd gehad om het volk te raadplegen, maar doet het pas als de deadline al is verstreken. Tja. En het is nogal wat: aan de Grieken vragen om zich uit te spreken over een akkoord dat feitelijk niet bestaat, door de Griekse regering al wel is afgewezen en uitermate complex is. En o ja, er is één week om na te denken over wat in feite neerkomt op ‘in of uit’ de euro. Dat is geen referendum meer, dat is een overval.

De verschillen waren nog maar klein

Het zaait grote twijfels over de Griekse intenties. Willen de links- en rechtsradicalen in Tsipras’ regering wel in de eurozone blijven? Of was een breuk altijd al de bedoeling? De verschillen aan de onderhandelingstafel waren vrijdag nog maar klein.

Ook in eigen land groeit de woede op Tsipras, die heeft beloofd dat de euro blijft. Vanmorgen nam de burgemeester van Athene, Giorgos Kaminis, het voortouw in de ontluikende pro-euro beweging. Juist dat referendum is een „schande voor de democratie”. De partijloze Kaminis verwijt de Griekse regering ook kwade wil, omdat zij niet eens uitgaat van de laatste stand van de onderhandelingen, op 27 juni, maar die van twee dagen eerder. Geldschieters deden daarna nog belangrijke concessies.

De geldschieters gaan ook niet vrijuit: zij bleven vorige week weigeren om te praten over de Griekse staatsschuld. Het zou de EU relatief weinig hebben gekost, terwijl het voor Tsipras om intern-politieke redenen van levensbelang is.

Tsipras en Varoufakis zeggen dat ze de wil van het volk zullen respecteren en bij een ja-stem „op de stippellijn” zullen tekenen, ook als dit betekent dat zij beleid moeten uitvoeren waar ze totaal niet achter staan. Volgens Eurogroep-voorzitter Jeroen Dijsselbloem is dat moeilijk serieus te nemen.

Op korte termijn moet echter vooral blijken of de EU de crisis aankan. De afgelopen jaren werden hervormingen doorgevoerd, zoals de bankenunie, om te voorkomen dat landen elkaar aansteken. Er kwam ook een ‘resolutiemechanisme’ (SRM) waarmee banken die in de problemen raken snel en zo pijnloos mogelijk kunnen worden aangepakt. Het is alleen pas op 1 januari 2016 volledig operationeel.

Wat ook nog ontbreekt: een veel meer op economische groei gericht vervolg van de summiere bezuinigingspolitiek van de afgelopen jaren. Vorige week kwam Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker met plannen hiervoor, maar onder druk van lidstaten zijn die afgezwakt of op de (zeer) lange baan geschoven. De Griekse geldcrisis dwingt tot meer ambitie. Of niet, maar dan zal elke volgende crisis opnieuw het uiterste van politici vergen. En hoe dat kan lopen, is nu wel duidelijk.