TT als theaterstuk voor twee heren

De Italiaanse publiekslieveling Valentino Rossi won zaterdag de TT, na een adembenemend gevecht met Marc Márquez.

De Italiaanse motorcoureur Valentino Rossi (rechts), voor zijn Spaanse schaduw Marc Márquez, op weg naar zijn zevende titel in Assen.
De Italiaanse motorcoureur Valentino Rossi (rechts), voor zijn Spaanse schaduw Marc Márquez, op weg naar zijn zevende titel in Assen. Foto AP/VIncent Jannink

Ze voerden een perfecte show synchroon dansen op. Aan elkaar gekleefd op het rechte stukken met topsnelheden in de buurt van de driehonderd kilometer per uur. En daarna plat door de scherpe bochten van de Kathedraal. Sierlijk lijnenspel, scherp langs of op de rood-wit-blauwe kerbstones aan de rand van het asfalt. Met de knie aan grond, knagend aan de grenzen van wat hun motor aan hellingshoeken kon verdragen. Wie het Italiaanse race-idool Valentino Rossi en de regerend wereldkampioen Marc Márquez zaterdagmiddag zo bezig zag beleefde niet alleen sport met snelheid en strijd, maar kreeg ook een bijna esthetisch gevoel bij de motoracrobatiek van twee coureurs die hun motoren platter dan plat weten te leggen. Dansend van de ene bocht naar de andere.

De 85ste editie van de TT Assen was een theaterstuk voor twee heren. Rossi, negenvoudig wereldkampioen en lieveling van het Nederlandse publiek, vertrok op zijn Yamaha van poleposition en vocht een verbeten gevecht uit met zijn Spaanse achtervolger Márquez. De twee pushten elkaar naar voren, de rest van het veld kwam er niet aan te pas. Ook niet Jorge Lorenzo, Rossi’s teamcollega en directe tegenstander in het klassement om de wereldtitel. Hij zou derde worden, op 14 seconden afstand.

Márquez zat Rossi de hele race op de hielen en wist in de negentiende ronde de koppositie even over te nemen. Maar dat duurde niet al te lang. Rossi, die ondanks zijn 36 jaar de bravoure van een tiener heeft, heroverde drie ronden later zijn plek en leek die niet meer prijs te geven.

In de allerlaatste bocht voor de finish deed Márquez op zijn Honda een desperate inhaalpoging. Het werd duwen en trekken waarbij de twee coureurs elkaar licht raakten. Rossi pareerde de aanval, maar moest een stukje door de grindbak gaan. De Italiaan, bejubeld door een grote schare Nederlandse fans, won en met het laatste man-tegen-mangevecht beleefde Assen – bijna honderdduizend bezoekers – een fraaie apotheose.

De twee coureurs gaven hun onderlinge gevecht na afloop een stekelig vervolg tijdens de persconferentie. Want wie had er nu eigenlijk schuld aan de schermutseling in de Geert Timmer-bocht, wilde de internationale pers weten. En als het Rossi was geweest, zou team-Márquez dan een klacht indienen?

Tot een eensluidende reconstructie kwam het niet. Márquez: „Ik denk dat niemand opzettelijk contact zocht. Mijn inhaalactie was perfect, ik ging naar de goede plek aan de binnenkant. Ik zat zo op de goede lijn om Valentino in het tweede deel van de bocht achter me te kunnen houden. Maar hij stuurde naar hetzelfde punt waardoor we elkaar raakten. Ik kwam niet van ver, dus ik denk dat hij me wel gezien had.”

Rossi had zijn eigen lezing: „Ik zat in de laatste bocht helemaal voor hem. Ik remde pas op het laatste moment en Marc deed nog een poging om me in te halen. Hij was te laat, want ik zat al in de bocht. Ik kon nog net zijn voorband zien toen hij me vlak achter mijn elleboog raakte. Door de actie werd ik naar de buitenkant van de bocht gedwongen en ging ik eraf. Gelukkig kon ik de motor nog overeind houden in het grind.”

Maar wie zou er zonder de botsing hebben gewonnen? Rossi: „Als ik me goed herinner reed ik voorop, dus ik denk ik.” Márquez: „Ik herinner me dat ik aan de binnenkant zat, dus waarschijnlijk had ik gewonnen.” In hun videoanalyse zagen de stewards na de race niets onreglementairs. En zo won Rossi voor de zevende keer de grand prix van Assen. Hij won al 111 keer een grand prix, waarvan 85 in de koningsklasse. Voor Márquez, wereldkampioen in de MotoGP in 2013 en 2014, waren de druiven zuur, hoewel hij van een geslaagde race sprak.

Rossi verstevigde met de overwinning zijn leidende positie in het kampioenschap. Hij staat nu op 163 punten, Lorenzo op 153. Andrea Iannone van Ducati is derde (107 punten). Daarna komt Marc Márquez met 89 punten.