Opinie

Surrogaatdochter

Er was een tijd dat sommige grote schrijvers er een secretaresse op nahielden. Francis Scott Fitzgerald (1896 – 1940) was zo’n schrijver. De secretaresse heette Frances Kroll (later Ring). Zij overleed vorige week op 99-jarige leeftijd, wat in de Amerikaanse media niet onopgemerkt bleef, want haar baas was een van de beroemdste Amerikaanse schrijvers van de vorige eeuw.

Fitzgerald was een gekwelde alcoholicus toen Frances twintig maanden voor zijn dood bij hem in dienst trad. Hij had zorgen op allerlei fronten. Zijn vrouw Zelda verbleef in een psychiatrische inrichting, zijn enige kind – dochter Scottie – woonde elders en dreigde van hem te vervreemden, en zijn carrière als schrijver zat in het slop, omdat hij te weinig tijd had voor zijn romans en moest leven van werk dat hij haatte: scenarioschrijven voor Hollywood.

Frances moest veel vuil werk voor hem opknappen. Ze schreef er later een boekje over, Against the Current: as I Remember F. Scott Fitzgerald, en ze gaf in 2009 een vaak geciteerd interview in The Los Angeles Times.

Toen ze als 22-jarige bij hem solliciteerde, was hij net terug van een mislukte reis naar Cuba met Zelda – de laatste keer dat ze elkaar zouden zien. „Hij lag in bed en stelde me allerlei soorten vragen. Toen gaf hij me geld en vroeg me het naar zijn dochter over te maken – en hem te bellen als ik klaar was. Op die manier testte hij mijn eerlijkheid. Hij was nog pas in de veertig, maar hij was zwak. Het soort mens dat je wilt helpen. Hij was erg bleek en had erg blauwe ogen, hij was een charmeur.”

Aan het einde van het gesprek moest ze een la in zijn slaapkamer openen. „In plaats van hemden en ondergoed, waren er alleen drankflessen”, schreef ze later. Misschien wilde hij haar een indruk geven van de problemen die haar te wachten stonden.

Fitzgerald wilde een roman over Hollywood schrijven, maar hij had eerst iemand nodig die zijn leven op orde bracht. Dat werd Frances. Ze typte zijn brieven en scenario’s, ging met hem naar de filmstudio, deed de boekhouding en fungeerde als praatpaal. „Hij praatte vaak over boeken, en ik had veel gelezen, wat hem intrigeerde, want veel secretaresses hadden weinig met boeken. Die vervulden ook andere functies, maar daar was ik niet het meisje voor.”

Frances werd een soort surrogaatdochter voor hem, vertelde ze aan de LA Times. Ze vond het achteraf nogal griezelig, de manier waarop hij zijn verwoeste gezin reconstrueerde met de blonde gossipjournaliste Sheila Graham als zijn nieuwe minnares en Frances als een tweede Scottie. Sheila kwam vaak ’s middags op bezoek. „Ze rolde haar kousen omlaag. Dat was voor mij het teken om weg te gaan.”

Hoe dan ook, zijn nieuwe ‘gezin’ deed Fitzgerald goed; hij begon weer meer te schrijven: een groot deel van zijn roman The Last Tycoon en de zeventien Pat Hobby-stories over een mislukte scenarioschrijver in Hollywood.

Frances beschreef hem als een in de kern vriendelijke man, die razend kon worden als ingestuurd werk door bladen werd afgewezen. „Zijn kracht was dat hij niet opgaf. Hij dronk nog wel, maar hij beheerste het. Het werk was belangrijker dan de drank.”

Hij stierf, 44 jaar oud, plotseling aan een hartaanval. Frances was op dat moment niet bij hem, Sheila wel. Frances organiseerde zorgvuldig de begrafenis, Sheila was er te hysterisch voor.

Volgens Frances.