Srebrenica, 20 jaar later: en toch zijn wij ook schuldig

‘Veilig Gebied’ Srebrenica is geofferd voor de vrede in Bosnië. Circa achtduizend Bosnische moslims zijn vermoord. De daders: Serviërs. Maar wie was medeplichtig? Frank Westerman over de blaam van de VN, Dutchbat en Defensie.

Illustratie Roland Blokhuizen

Wat blijft hangen is de toost. Mladic de overwinnaar tegenover Karremans de overwonnene. „Don’t shoot the pianoplayer”, zegt de Dutchbat-commandant. Mladic: „Je bent een waardeloze pianist.’ Men neme de fonkeling van twee geheven glazen in het cameralicht. Voeg hierbij de hilariteit rond het verprutste (weggemaakte?) fotorolletje – en klaar is de standaardcocktail van ons Srebrenica-trauma.

Twintig jaar na de massamoord op de achtduizend Bosnische moslims lijken de bitterste ingrediënten echter te zijn vergeten of verdrongen. Ze zijn als bezinksel in het collectieve geheugen aan het wegzakken. Voor wie herdenken wil, is roeren onontkoombaar. Of beter nog: schudden.

Dutchbat was in Srebrenica om de levens te sparen van 40.000 samengedreven vluchtelingen. Het bataljon is slechts een tijdelijke sta-in-de-weg gebleken voor genocide. Vóór tussenkomst van de VN vervolgde generaal Mladic de moslimbevolking van Oost-Bosnië, die hij omsingelde in een vallei, uithongerde en beschoot. Na de overrompeling van Dutchbat, op 11 juli 1995, voltooide Mladic de slachting waaraan hij eerder was begonnen.

„Onze jongens verdienen een heldenwelkom”, sprak de toenmalige minister van Defensie, Joris Voorhoeve. „Een heldenwelkom zullen ze krijgen.” Terwijl de vrijgekomen Nederlanders hossend hun ontladingsfeest vierden, voltrokken zich rondom Srebrenica de massa-executies. Welke blaam trof de internationale gemeenschap? Welke de VN? Welke Dutchbat en Defensie?

Voor een antwoord is het zaak de periode vóór de val (tot de middag van 11 juli) te scheiden van die daarna: toen de Bravo-compagnie zelf op de vlucht sloeg en enkele vluchtelingen doodreed. De tankcolonne van Mladic die Srebrenica binnenrolde, had zonder meer uitgeschakeld kunnen worden: door F-16’s van de NAVO. Dat dit uitbleef tot het te laat was, kwam door een Frans-Amerikaans ingrijpen in de bevelslijn. Onder de kop ‘Slachting Srebrenica gevolg van bewuste keuze VN’ onthulde NRC Handelsblad deze gang van zaken in 1996 op basis van VN-codeberichten.

Als hekkensluiter en twintig jaar te laat gelooft nu ook oud-minister Voorhoeve „dat er een beleid was om niet op te treden tegen een Servische aanval op Srebrenica”.

De enclave is als een onhoudbare pion geofferd voor de vrede in heel Bosnië. Om dit einde aan de oorlog af te dwingen dienden eerst alle VN-soldaten met wie Mladic kat en muis kon spelen uit hun kwetsbare (gijzelbare) posities te vertrekken. Ook en met name: het omsingelde Dutchbat. Pas dan konden de Serviërs naar de onderhandelingstafel worden gebombardeerd - hetgeen gebeurde en uitmondde in de Vrede van Dayton. Einde oorlog, maar wel ten koste van een ongekend bloedvergieten waarvan slechts de schaal valt te bestempelen als onvoorzien.

Het levensgrote gevaar is nu dat dit door Vooerhoeve gedeelde inzicht inzet gaat worden van het vrijpleiten van Dutchbat en Defensie. We zijn immers gepiepeld. Ja, maar dat is slechts het halve verhaal.

De andere helft vangt aan op het moment dat Duchtbat de stad ontvlucht, samen met 25.000 vluchtelingen. Terwijl Mladic de Servische vlag hees in Srebrenica, vonden vijfduizend moslims hun toevlucht op de legerbasis in Potocari. Nog eens twintigduizend vluchtelingen dromden om de compound heen, zich vastklampend aan deze laatste reddingsboei. De restgroep van 15.000, vrijwel allen mannen in de weerbare leeftijd, vertrouwde niet langer op Dutchbat en probeerde via de bergen uit te breken – dwars door Servisch gebied naar midden-Bosnië. Onderweg werden zij echter met honderden tegelijk gevangen genomen en vermoord.

Wat had Dutchbat nog aan hun lot kunnen veranderen?

Het falen van Dutchbat zit ’m in het verzaken. Militair gezien waren de Nederlanders uitgeschakeld, maar de eerste en belangrijkste functie van hun aanwezigheid - ‘de ogen en oren van de internationale gemeenschap te zijn’ - bleef vierhonderdvoudig operationeel. In plaats van te alarmeren klapten bij de bataljonsleiding echter de luiken dicht. Alle signalen die wezen op een slechte (dodelijke) afloop voor de mannen zijn tijdens de meest cruciale dagen genegeerd.

Zoals de lokale VN-medewerkers Almir en Faruk hun laatste fax naar Genève stuurden (‘URGENT. Als iemand in de wereld de Serviërs kan stoppen en de bevolking redden, dan moet hij dit NU doen! Alstublieft, help!’), zo had Karremans noodkreet na noodkreet moeten doen uitgaan. STS: Save their souls.

De tekenen-aan-de-wand waren legio. Vanaf 12 juli, toen de deportatie van de vluchtelingenmassa met bussen begon, zagen de Nederlanders hoe de mannen uit de menigte werden getrokken. Zij werden apart afgevoerd, eerst naar het ‘verhoorhuis’ tegenover de compound. Tot op het balkon zaten ze opeen gepropt, pal in het zicht van Dutchbat. Bij de beek verderop zagen twee Dutchbatters negen lijken - ze nog zijn gefotografeerd (het beruchte ‘verprutste’ fotorolletje). Het is ook gemeld aan de bataljonsleiding, maar niet door de bataljonsleiding – en dat is onvoorstelbaar.

Tijdens de eerste konvooien van bussen met vrouwen en kinderen, die door Nederlandse blauwhelmen in hun jeeps gevolgd mochten worden, hebben de ‘ogen en de oren van de internationale gemeenschap’ de contouren van een ongekende manhunt aanschouwd - en ook die verzuimd met de rest van de wereld te delen.

Lees ook: Nederland deels aansprakelijk voor ruim 300 slachtoffers Srebrenica

Ze reden langs groepen gevangen moslimmannen die in de weilanden onder schot werden gehouden. Vlakbij is een gravende bulldozer waargenomen - toch is de noodklok niet geluid. Waarom niet? „Niet aan gedacht eerlijk gezegd”, zei Karremans in 1998. „We hadden zes dagen oorlog gehad. Iedereen was moe.”

De Servische politiechef Momir Nikolic verzocht en kreeg een rondleiding over de ziekenboeg van Dutchbat. Nikolic pikte er zeven mannen uit die hij wilde hebben ‘voor verhoor’. Dat was geen probleem. Dutchbat leverde deze gewonde moslims in een legertruck bij hem af in Servisch gebied.

De gezonde mannen op de compound verging het niet beter. In de fabriekshal had majoor Robert Franken nog staan zwaaien met de namenlijst van deze 239 moslims („de hele wereld weet wie jullie zijn”) - vlak voordat ze in de armen van hun moordenaars liepen. De lijst, hun papierdunne beschermlaagje, werd pas in een Haags bureau teruggevonden toen de meesten al in een massagraf lagen.

Ondanks smeekbeden van VN-tolk Hasan Nuhanovic om zijn 20-jarige broer niet uit te leveren, maar pro forma in dienst te nemen, werd de jongen buiten de hekken van de compound gezet - afgevoerd en vermoord. ‘Gezuiverd door Dutchbat’, zette NRC al in 1995 zonder voorbehoud boven zijn relaas. De elektriciën van Dutchbat, Rizo Mustafic, mocht evenmin blijven - ook hij ligt nu in de dodenakker tegenover de compound.

Het is een gotspe dat het NIOD-rapport (2700 pagina’s over Srebrenica) tot de slotsom komt dat Dutchbat geen voorkennis had of kon hebben over het lot van de mannen. Minstens zo pijnlijk is de overtuiging van oud-minister Voorhoeve, uitgesproken tijdens de parlementaire hoorzitting van 2002, dat Dutchbat (en ook Defensie) ‘niet nalatig’ zijn geweest. De Nederlandse blauwhelmen „hebben gedaan wat ze konden en meer dan dat”.

Zijn eigen departement voerde na de val een hardnekkig doofpotbeleid: om de opgelopen imagoschade te beperken speelde landmachtbevelhebber Hans Couzy een hoofdrol. Terwijl minister Pronk als eerste van ‘genocide’ sprak, reisde Couzy een groep Dutchbatters tegemoet die al op 15 juli uit handen van de Serviërs waren. Hun busje had moeten stilstaan voor een shovel met in de laadbak lijken, die in een vrachtauto werden gekieperd waarin meer lichamen lagen. Op een bospad zag een Dutchbatter ‘tientallen lijken’ liggen, terwijl een ander sprak van ‘honderden’.

Op 18 juli uiten de VN in New York hun zorg over ‘consistente verhalen over wreedheden begaan door de Serviërs’. Uit codebericht 2381: „Wij hebben echter niets over dit thema ontvangen van [Dutchbat]. Het is niettemin hun plicht om te rapporteren wat ze hebben gezien.”

Couzy spreekt de vrijgelaten jongens medio juli, waarna hij eind juli in de Defensiekrant laat optekenen: „Al die geruchten over gruwelen komen van de vluchtelingen zelf.” Op het rijtje gefotografeerde lijken na zou er niets zijn gezien. „In het blikveld van Dutchbat geen genocide”, benadrukt hij.

Op de dag van ‘het heldenwelkom’ zegt overste Karremans dat Mladic zijn manschappen „knap heeft uitgemanoeuvreerd”. Heeft hij het over Mladic, dan vallen de kwalificaties ‘collega’ en ‘een groot strateeg’; hij weigert hem een oorlogsmisdadiger te noemen.

In 1996 wordt overste Karremans, na eerder te zijn geëerd in een open Cadillac, bevorderd tot kolonel. Nog twee jaar later, in een interview, zegt hij: „Als Oranje verliest in de halve finale van het WK, dan baalt Nederland een dag. Maar wij, mannen en vrouwen van Dutchbat, worden nog steeds met de nek aangekeken.”

Thom Karremans had het niet begrepen. Hij was niet de juiste man op de juiste plek. Dat kan gebeuren. Maar bij de missie Srebrenica, het beschermen van tienduizenden vluchtelingen, had dit niet mogen gebeuren. Je schaamt je kapot.