Prentkunst van moestuin tot Malta

xx

Jan van de Velde, Gezicht op een dorp langs een rivier, ca. 1616
Jan van de Velde, Gezicht op een dorp langs een rivier, ca. 1616 foto rijksmuseum collectie John en Marine van Vlissingen Art Foundation

Werken van de Nederlandse schilder Josephus Augustus Knip (1777-1847) doen verrassend modern aan. Toen hij van 1809 tot 1812 in Italië verbleef, waren landschappen met antieke Romeinse ruïnes vaak zijn onderwerp. De bouwwerken nemen doorgaans een groot deel in van de kraakhelder geschilderde aquarellen. Een stuk van de Aureliaanse muur bijvoorbeeld, is sterk verkort weergegeven waarbij de detaillering van het bemoste metselwerk afsteekt tegen de zo goed als lege voorgrond en lucht. De nietigheid van een enkel figuurtje linksonder verhoogt het monumentale effect.

Nog opvallender vernieuwend voor zijn tijd, lijkt een aquarel van het interieur van de tempel van Minerva Medica. Gedeelten van drie van boven halfrond afgesloten vensters worden omringd door een gemetseld gewelf waarvan de stuclaag gedeeltelijk is afgebrokkeld. De merkwaardige uitsnede maakt de schildering bijna tot een abstracte compositie, al was dat niet zo door de kunstenaar bedoeld. Bij nadere beschouwing blijkt het blad een fragment te zijn van een veel groter werk: een verknipte Knip.

De werken hangen in een aantrekkelijke tentoonstelling van 46 Knip-aquarellen die het Rijksmuseum onlangs verwierf uit de nalatenschap van I.Q. van Regteren Altena (1899-1980), hoogleraar Kunstgeschiedenis en ooit directeur van het Rijksprentenkabinet. De presentatie staat in het verlengde van een veel grotere tentoonstelling van landschapstekeningen uit de collectie van zakenman John Fentener van Vlissingen en zijn vrouw Marine. Een ruime keuze van 115 bladen (becommentarieerd in een gedegen en mooi geïllustreerde catalogus) van kunstenaars uit de Nederlanden van de zestiende tot en met de negentiende eeuw geeft een beeld van de breedte en gevarieerdheid van die collectie.

Ondanks de overweldigende veelheid van kunstenaars, onderwerpen en technieken, in een weinig dwingende thematische groepering, valt er veel te genieten. Tot de indrukwekkendste bladen behoort een bijna twee meter brede studie voor een panoramisch gezicht op de Hollandse vloot tijdens een veldslag in de oorlog met Engeland (1672). Willem van de Velde heeft de schepen losjes geschetst met zeilen die door grijze wassingen van schaduweffecten zijn voorzien. Maar het wateroppervlak is nauwelijks bewerkt zodat het lijkt of de oorlogsbodems zich surrealistisch over een gladde zandvlakte bewegen.

Maar ook kleine bladen trekken de aandacht, zoals twee tekeningen van Abraham Bloemaert met een gezicht op de moestuin, maar dan vanuit een verrassend kikvorsperspectief: de beschouwer kijkt van onderaf tegen pompoenen, koolbladeren en fluitenkruid aan. Er is een reeks van fijn getekende stads- en dorpsgezichten, inclusief een snelle schets van de windmolen en het bolwerk bij de Amsterdamse Sint-Anthonispoort, van de hand van niemand minder dan Rembrandt. In de zeventiende en achttiende eeuw zochten Nederlandse kunstenaars het ook verder weg. Lambert Doomer tekende een rustig straatje in Nantes met mannen op ezels, en Nicolaes Berchem bracht een groepje boeren in een zonnig Italiaans landschap in beeld. Willem Schellinks tekende een sfeervol gezicht op de vestingwerken van Valetta op Malta. Zulke verbeeldingen van verre streken, of ze nu zijn ontsproten aan eigen observatie of fantasie, vormen een opvallend fraai vertegenwoordigde categorie in de verzameling van het echtpaar Van Vlissingen, die niet toevallig ook vier Romeinse aquarellen van J.A. Knip bevat.