Opinie

Komkommer-tv: het is weer zo ver

Toffejongenstelevisie bij Bureau Sport (VARA)
Toffejongenstelevisie bij Bureau Sport (VARA)

Wie dacht dat hij pas zaterdag onder een steen hoefde te kruipen om aan het Tour de France-geweld te ontkomen: mis. Komkommertelevisietijd is aangebroken, dus oversteeg het aantal uren wielerprogramma’s dit weekend alweer de duur van een gemiddelde Touretappe. Geen sinecure voor wie helemaal niets met die sport heeft. Die groep lijkt tot overmaat van ramp steeds kleiner te worden, als ik op de beeldvorming mag afgaan. Zelfs de lolbroeken in supermarktreclames suggereren momenteel dat Nederland even fanatiek warmdraait voor het wielrenfestijn als voor een wereldkampioenschap voetbal. Alsof we allemáál op zaterdagochtend onze semiprofessionele racefiets bestijgen om Tour-de-Franceje te spelen.

Maar, lotgenoten: er is een lichtpuntje.

Te midden van de cliché-tv, dat wel. Ik had, nadat de hele middag het Nederlands kampioenschap in Emmen was uitgezonden, goede hoop op de aflevering van Andere Tijden Sport (NOS/VPRO). Die mocht dan ‘Hoe de Tour van ’54 naar Amsterdam kwam’ heten, maar het bleek onvervalste wielerromantiek. De vaste ingrediënten konden allemaal afgevinkt worden: drie nostalgische ouden van dagen (die allen kort na de interviews zijn overleden), Polygoonbeelden, bandenplakanekdotes, vertedering over het houtje-touwtjeniveau van toen (onbestrate cols!), ‘Woutje’ Wagtmans, de algehele mythologisering van de sport en de uitdrukking ‘mannen van ijzer op fietsen van staal’.

Dan was de radiodocumentaire De meet ligt verkeerd bij Radio doc (NTR/VPRO) gisteravond origineler. Weliswaar al te overmatig gelardeerd met mythologische metaforen en potsierlijke Ovidiuscitaten, maar het was een onderhoudend en sappig verhaal over twee Amsterdamse wielerclubs die elkaar in de jaren zeventig beconcurreerden. Er bleek maar plek voor één club en het volkse WVA won het van het elitaire Olympia: de „dikbuiken” van de „atleten”. Met dank aan PvdA-coryfee Harry van den Bergh, die een politiek vrindje aansprak om de club een financieel opkontje te geven. „Dat wás nepotisme”, beaamde Van den Bergh. „Maar ja, soms werkt het wel eens zo.” Ruim baan voor de dikbuiken.

Daar ving radiomaker Jan Maarten Deurvorst en passant mooi het begin van de opmars van de amateur die speelt alsof hij topwielrenner is.

Gelukkig hebben we deze hele week Bureau Sport (VARA), waarin Frank Evenblij en Erik Dijkstra de sport fris en licht kritisch benaderen. Zo is er een rubriek waarin ze oud-renners vragen waarom zij verdorie de Tour niet wonnen en een wegstreepspel waarbij ze potentiële dopingverdachten uit de klassementsgeschiedenis schrappen. Gevolg: de nummer 17 ‘won’ in 2000.

En ze steken de draak met die amateur die zijn benen scheert en de fietsbel afzweert. Een sport met „kalifaatachtige regels”, vond Dijkstra. Door dat soort geintjes is Bureau Sport soms net iets te veel toffejongenstelevisie, en Evenblij koketteert ook wel heel gemakkelijk met zijn zwaarlijvigheid door tijdens het interview op de scooter naast Bauke Mollema te rijden. Zaterdag was het net te flauw, gisteren grappig en goed. Zo goed dat deze Tourhater er deze week elke dag op gaat afstemmen. Dit tegengif zal ik nog nodig hebben.