Het nieuwe troetelkind van de rijken: duurzame energie

Opvallend veel topmannen stoppen geld en energie in duurzaamheid

Warren Buffett (l) enBill Gates begin deze maand op een bijeenkomst in New York voor filantropen, georganiseerd door het zakenbladForbes.
Warren Buffett (l) enBill Gates begin deze maand op een bijeenkomst in New York voor filantropen, georganiseerd door het zakenbladForbes. Foto Dimitrios Kambouris / Getty Images

Als milieuministers vandaag bij de Verenigde Naties in New York vergaderen over klimaatverandering, luistert Silicon Valley geïnteresseerd mee. Want in de Amerikaanse technologie-industrie hebben opvallend veel topmannen duurzame energie ontdekt. Ze steken veel geld in duurzame-energietechnologie en roepen overheden op hetzelfde te doen. En ze mengen zich meer in het publieke debat over groene energie.

Bill Gates bijvoorbeeld verdubbelt zijn investeringen in technologieën voor duurzame energie, kondigde de oprichter en voormalig bestuursvoorzitter van Microsoft vorige week aan. De rijkste man ter wereld zal daar de komende vijf jaar 2 miljard dollar (1,8 miljard euro) voor uittrekken. Hij investeerde er de afgelopen jaren al een miljard in. Gates schaart ook innovatieve kernenergie onder duurzaam; hij ziet dat naast zonne-energie als meest veelbelovende energiebron.

Tegelijkertijd deed Gates een oproep aan overheden om miljarden te steken in de ontwikkeling van alternatieven voor fossiele energie. Hij wil een groots en meeslepend project rond duurzame energie: „Zoals het Manhattan-project dat was voor atoomkracht, of het Apollo-programma voor ruimtevaart.” Bij die projecten speelde de Amerikaanse overheid een zeer belangrijke rol. Dat moet ze nu ook doen, vindt hij.

Wereldwijde belasting

Ook Elon Musk doet mee. Musk is rijk geworden met zijn bedrijven Tesla (elektrische auto’s), SolarCity (zonne-energie) en SpaceX (ruimtevaart), die alledrie veel investeren in duurzame energievoorziening, vooral in batterijtechnologie en zonne-energie. Volgens Musk moeten overheden helpen de energievoorziening sneller duurzaam te maken.

Musk is voorstander van een wereldwijde belasting op CO2-uitstoot, zei hij in mei in een interview met deze krant. Maar zolang die wereldwijde belasting er niet is – en de invoering daarvan lijkt niet al te realistisch – vindt hij dat overheden duurzame energie moeten subsidiëren.

„Het is erg lastig om te concurreren met fossiele brandstoffen. Producenten betalen niet de werkelijke kosten van de extra CO2 in de atmosfeer en oceaan die brandstof veroorzaakt. Dus dat vertraagt de transitie. De werkelijke kosten hebben geen gevolgen voor degenen die de kosten veroorzaken.”

Deze oproep van een miljardair in duurzame energie heeft natuurlijk wel iets dubbels: hij wordt bepaald niet slechter van wat extra overheidssubsidie op duurzame energie. Vooralsnog gaat volgens de Oeso meer subsidie naar fossiele energie dan naar duurzame.

Google is met zijn enorme aantallen computerservers een gigantische energieslurper. Maar oprichter en topman Larry Page investeert de laatste jaren ook fors in de verduurzaming van de energievoorziening. Daarbij gaat het niet alleen om Googles eigen datacentra. Volgens persbureau Bloomberg heeft Page met Google inmiddels meer dan 1,8 miljard dollar in duurzame energieprojecten gestopt, waaronder wind- en zonne-energieparken op drie verschillende continenten. Daarvoor werkt Page in sommige projecten samen met Elon Musk.

De toegenomen interesse van rijken in duurzame energie is niet beperkt tot de Amerikaanse technologie-industrie. In China roeren verschillende miljardairs zich al langer in de discussie over de noodzaak van duurzame energie. Britse topwetenschappers van de London School of Economics op hun beurt deden afgelopen week net als Bill Gates een oproep voor een wereldwijd, Apollo-achtig project om een einde te maken aan de afhankelijkheid aan fossiele brandstoffen. Daarvoor zouden overheden, universiteiten en bedrijven veel beter moeten samenwerken dan nu.

Nederland heeft sinds vorige week een eigen klimaatkwestie aan de hand. De rechter oordeelde dat de overheid meer moet doen tegen klimaatverandering. Zij moet zorgen dat er in 2020 minstens 25 procent minder CO2-uitstoot is. Nederland lijkt nu uit te komen op 17 procent. Verduurzaming van de energievoorziening speelde in die uitspraak een grote rol.