Opinie

Het CDA ziet een samenleving van winnaars en verliezers

Sociale ongelijkheid is een trendy onderwerp, merkt Floor Rusman op. Ook in het laatste rapport van het CDA.

Rapporten van politieke partijen zijn vaak om te lachen en dat is dan ook wat vorige week gebeurde. Het CDA signaleerde in ‘Lang leve het verschil’ een kloof tussen hoog- en laagopgeleiden en illustreerde die met de gescheiden werelden van de humor: vroeger lachten we nog collectief om Wim Kan, nu gieren hoogopgeleiden om Hans Teeuwen en laagopgeleiden om Geer en Goor. Deze observatie liet columnisten op hun beurt weer lachen om het CDA.

Maar dit rapport verdient meer dan een lach. Ik heb het met verbazing gelezen; niet omdat het Wim Kan presenteert als symbool van betere tijden, maar omdat het geschreven lijkt door Jesse Klaver.

We zijn te veel een marktsamenleving geworden, stelt het CDA. De marktwerking is doorgedrongen in domeinen waar ze niet thuishoort en dat heeft geleid tot een ‘meritocratisch misverstand’: het idee ‘dat je zelf verantwoordelijk bent voor het bereiken van maatschappelijk succes’. Het CDA ziet een samenleving die uiteenvalt in gepredestineerde winnaars en verliezers.

De oplossingen die het rapport aandraagt zijn ook opvallend. Het CDA, niet een partij van de democratische experimenten, zegt dat we moeten kijken naar de mogelijkheden van referenda en deliberatieve democratie. En in het onderwijs moet er meer ruimte komen voor persoonlijke ontwikkeling: voor burgerschap, filosofie, empathie, creativiteit.

Dit alles wordt ondersteund met citaten van denkers die je niet meteen met christen-democraten associeert: Thomas Piketty, Martha Nussbaum en Paul Verhaeghe (bekend van de stelling dat het neoliberalisme ons ziek maakt).

Is dit de partij die tijdens het vorige kabinet nog samenwerkte met Geert Wilders en bezuinigde op sociale zekerheid en cultuur? Er moet wel heel stevig zijn ‘herbrond’ in de afgelopen jaren om tot deze conclusies te komen.

Misschien voelt het CDA gewoon goed aan wat nu trendy onderwerpen zijn. Sinds Piketty is sociale ongelijkheid terug op de agenda; ook Mark Rutte zegt nu ‘toedeledokie’ tegen topbankiers die meer willen verdienen. Democratische vernieuwing wordt al in praktijk gebracht – verschillende steden organiseerden hun eigen G1000. En ook Bildung is een hip thema. Het Filosofisch Kwintet wijdde er een aflevering aan en minister Bussemaker pleitte onlangs voor meer ‘Bildung, betrokkenheid en burgerschap’ in het onderwijs.

Maar relevanter dan de vraag ‘waar komen deze ideeën vandaan’ is natuurlijk: ‘wat gaat ermee gebeuren?’ Er bestaat vaak een groot verschil tussen zo’n rapport en het beleid. Dat zagen we bij het wetenschappelijk bureau van de PvdA, dat in 2013 ‘Van Waarde’ publiceerde. Dit geschrift leek opvallend veel op het CDA-rapport: de PvdA wilde ‘sociaal-economisch naar links, sociaal-cultureel naar binding, en politiek naar versterking van zeggenschap’. Het kabinet trok zich er weinig van aan.

Krijgen we onder een eventueel CDA-kabinet wél grote vernieuwingen in het onderwijs en de democratie? Ik kan het moeilijk geloven.