Frustraties zijn begrijpelijk maar er is nog steeds reden Griekenland erbij te houden

Een slopend pokerspel was het al, en de Europese tegenspelers van de Griekse regering waren al het nodige gewend. Maar toch wist premier Tsipras zijn tafelgenoten opnieuw te verbijsteren door alles wat hij heeft in één keer in te zetten. Griekenland houdt een referendum op zondag 5 juli. Dat is een uiterst gevaarlijke zet.

Formeel wordt de Griekse bevolking gevraagd zich uit te spreken over het ultieme voorstel dat de Griekse crediteuren – de Europese Centrale Bank (ECB), het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de landen van de eurozone – hebben gedaan. Los van de vraag welk voorstel dat dan precies is, is de kwestie dusdanig technisch dat een weldenkend mens zich er bijna niet over kán uitspreken. En zo gaat het referendum onvermijdelijk over de vraag of Griekenland de euro houdt of niet.

En dan? Als het ‘nee’ klinkt, waarvoor de regering-Tsipras zich actief zegt te zullen inzetten, dan is de crisis compleet. Het resterende vertrouwen van de financiële markten zal worden weggevaagd en het is de vraag wat Athene dan zal doen. Bij een ‘ja’ wordt het voorstel van de crediteuren alsnog aangenomen en zal dan moeten worden uitgevoerd door een regering die er actief tegen heeft gelobbyd. Verkiezingen lijken dan onvermijdelijk.

Het is de vraag wat Europa moet doen. Morgen moet Griekenland een IMF-lening van 1,6 miljard euro aflossen. Morgen loopt ook het bestaande steunprogram af, waardoor de bij een compromis toegezegde 7,2 miljard euro vervalt. Het Griekse verzoek om uitstel van dit ultimatum tot na het referendum is niet gehonoreerd – hetgeen aangeeft dat het geduld in Brussel dit weekeinde echt helemaal op was.

Zelfs als wanbetaling aan het IMF morgen relatief zonder gevolgen blijft, is er op 20 juli de aflossing van miljarden aan staatsleningen die in het bezit zijn van de ECB. Blijft Athene hier in gebreke, dan is de chaos compleet en een uittocht uit de euro onvermijdelijk.

Het kan zijn dat Tsipras’ besluit tot een referendum getuigt van een onbevattelijke genialiteit, Vooralsnog lijkt het een roekeloze noodsprong. Vanaf vandaag zijn de banken dicht, is de beurs gesloten en zijn beperkingen op het kapitaalverkeer onvermijdelijk. Wellicht is het de hoop van Athene dat een week van ontberingen het volksverzet tegen wat gezien wordt als een Europees dictaat verder versterkt. Vooralsnog geven peilingen aan dat meerderheid van de bevolking nog steeds vóór handhaving van de euro is.

De uitkomst van het referendum is dus hoogst ongewis. Het referendum wordt door Tsipras verdedigd als een initiatief tegen het ondemocratische proces in Europa dat hem nu voor dit blok heeft gesteld. Dat is een grote uitspraak voor een premier van een coalitie met 40 procent van de Griekse stemmen achter zich. Hij had dit referendum veel eerder kunnen organiseren, in plaats van nu, en zet zijn eigen bevolking onnodig onder enorme druk. En dan nog: de stem van elke Griek telt, maar Tsipras heeft achttien andere gekozen regeringen tegenover zich. Tellen de stemmen van hun kiezers dan niet?

Het is voor die andere eurolanden, na vijf maanden van frustrerende onderhandelingen, van obstructie en wispelturigheid makkelijk om te concluderen: dan maar niet. Maar dat doet geen recht aan de hogere missie van Europa: het waarborgen van welvaart, recht en veiligheid voor zijn gehele bevolking.

Naast dit idealisme is er ook een keihard realisme. Een disfunctionele staat binnen de eigen gelederen, binnen de Europese Unie, is hoogst onwenselijk. Geopolitiek is er een overweldigende prikkel om de Grieken binnenboord te houden. En als door een Grieks vertrek de euro niet onherroepelijk blijkt, dan kan er een doos van Pandora opengaan. Er is het risico dat speculatiegolven vroeg of laat ook andere verondersteld zwakke eurolanden treffen.

Zolang er ruimte is om te onderhandelen en tot een akkoord te komen, moet die dus worden gebruikt. De ECB heeft er gisteren verstandig aan gedaan om de noodhulp aan Griekse banken intact te houden maar niet verder op te hogen. Dit voorkomt dat het Griekse bankenstelsel instort en bevriest in wezen de huidige situatie. Het was het meeste wat Frankfurt kon doen, zonder zijn eigen regels te overtreden.

Waar de schuldvraag ook ligt, het is onvermijdelijk dat schuldverlichting voor Griekenland deel zal moeten uitmaken van een werkelijk, en werkbaar, akkoord. Dat is lastig. Ja, het land leefde boven zijn stand. Ja, het bedroog bij zijn toetreding tot de euro, en daarna. Maar zonder fundamentele oplossing kan het er niet bovenop komen. Van Griekse kant zullen werkelijke hervormingen nodig zijn – hervormingen van een staat die te veel corruptie kent, een te gebrekkige vrije markt heeft en aan elkaar hangt van speciale belangen en privileges.

Dat is de werkelijk uitruil en er is nog tijd voor. Want de Griekse crisis is nog lang niet voorbij. Ook niet na het referendum van zondag en eventuele verkiezingen daarna. Hopelijk geeft de hele gang van zaken nu ook de impuls om van de euro een werkbaar concept te maken. Daarin spelen nauwere politieke samenwerking en een gemeenschappelijker financiële verantwoordelijkheid onvermijdelijke de hoofdrol. Een goede crisis is zonde om te verspillen, zo heet het. Aan de slag dus.