Dat CDA-rapport verdient echt meer dan een lach

Eerst werkten de Christendemocraten met Geert Wilders, nu citeren ze Thomas Piketty, signaleert Floor Rusman

Rapporten van politieke partijen zijn vaak om te lachen en dat is dan ook wat vorige week gebeurde. Het CDA signaleerde in ‘Lang leve het verschil’ een kloof tussen hoog- en laagopgeleiden en illustreerde die met de gescheiden werelden van de humor: vroeger lachten we nog collectief om Wim Kan, nu gieren hoogopgeleiden om Hans Teeuwen en laagopgeleiden om Geer en Goor. Deze observatie liet columnisten op hun beurt weer lachen om het CDA.

Maar dit rapport verdient meer dan een lach. Ik heb het met verbazing gelezen; niet omdat het Wim Kan presenteert als symbool van betere tijden, maar omdat het geschreven lijkt door Jesse Klaver. De marktwerking is doorgedrongen in domeinen waar ze niet thuishoort en dat heeft geleid tot een ‘meritocratisch misverstand’: het idee ‘dat je zelf verantwoordelijk bent voor het bereiken van maatschappelijk succes’. Het CDA ziet een samenleving die uiteenvalt in gepredestineerde winnaars en verliezers.

De oplossingen die het rapport aandraagt zijn ook opvallend. Het CDA, niet een partij van de democratische experimenten, zegt dat we moeten kijken naar de mogelijkheden van referenda en burgerjury’s. In het onderwijs moet er meer ruimte komen voor persoonlijke ontwikkeling. Dit alles wordt ondersteund met citaten van denkers als Thomas Piketty en Paul Verhaeghe (bekend van de stelling dat het neoliberalisme ons ziek maakt).

Is dit de partij die in een vorig kabinet nog samenwerkte met Geert Wilders en bezuinigde op sociale zekerheid en cultuur? Er moet wel heel stevig zijn herbrond in de afgelopen jaren om tot deze conclusies te komen.

Misschien voelt het CDA gewoon goed aan wat nu trendy onderwerpen zijn. Sinds Piketty is sociale ongelijkheid terug op de agenda; ook Mark Rutte zegt nu ‘toedeledokie’ tegen topbankiers. Democratische vernieuwing wordt al in praktijk gebracht – verschillende steden organiseerden hun eigen burgertop.

Maar relevanter dan ‘waar komen deze ideeën vandaan’ is ‘wat gaat ermee gebeuren?’ Er is altijd dat verschil met het werkelijke beleid. Dat zagen we bij het wetenschappelijk bureau van de PvdA, dat in 2013 ‘Van Waarde’ publiceerde. Het kabinet trok zich er weinig van aan. Krijgen we onder een eventueel CDA-kabinet wél grote vernieuwingen in het onderwijs en de democratie? Ik zou het graag willen geloven.