Bewijs eerst opzet bij ‘bijstandsfraude’

Bijstandsgerechtigden mogen niet de dupe worden van oneerlijke Fraudewet 2013, betogen veertien wethouders.

Met de Fraudewet in 2013 veranderde het boetebeleid voor uitkeringsgerechtigden. Niet langer ging het om de vraag of mensen met opzet foute gegevens voor een uitkeringsaanvraag aanleverden, elke overtreding diende nu met een boete van 100 procent te worden bestraft. Zij die per ongeluk verkeerde of net te laat gegevens aanleverden, kregen in 2013 en 2014 ongekend hoge boetes.

De wet schiet haar doel voorbij, zei de ombudsman. In november oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de wet geen rekening hield met ernst en verwijtbaarheid. Daarmee zitten we voor de toekomst op het goede spoor. Maar wat te doen met de mensen die reeds beboet zijn? Volgens minister Asscher dienen deze onherroepelijke boetes niet herzien te worden. Dit zou een precedent scheppen en te kostbaar zijn. Deze argumenten snijden echter geen hout.

Als de overheid een fout maakt, dient zij die ook te corrigeren. De overheid dient het goede voorbeeld te geven. Asscher heeft gelijk als hij zegt dat we juridisch niet verplicht zijn om de boetes terug te betalen, want het nieuwe beleid is pas ingegaan na de uitspraak van de rechter. Maar rechtvaardigheid gaat verder dan kijken naar juridische verplichtingen. In onze steden gaan we de komende tijd alle boetebesluiten sinds 2013 herzien. Hoeveel dat precies kost weten we nog niet, maar in totaal zal dat meer dan 1 miljoen euro zijn. Het zou de regering sieren wanneer zij dit bedrag zou betalen. Het is immers het Rijk dat verantwoordelijk is voor de Fraudewet. Asscher zal het hopelijk niet zo ver laten komen dat onze gemeenten niet alleen zijn nalatigheid corrigeren, maar ook voor de kosten opdraaien.