Hoogopgeleide zzp’ers vinden opdrachten vaak onduidelijk

Hoogopgeleide zzp’ers zijn tevreden over hun werk, maar er gaat ook veel mis. Dat blijkt uit onderzoek van Tilburg University dat morgen verschijnt. Wat de zzp’ers moeten doen en welke doelen ze moeten halen, blijft vaak onduidelijk. Ook aan feedback over de opdracht én de zzp’er zelf schort het.

Het onderzoek Goed Opdrachtgeverschap deed Tilburg University in samenwerking met zzp-kennisplatform ZiPconomy onder 915 hoogopgeleide zzp’ers en negentig bedrijven en (overheids-)organisaties die hen geregeld inhuren.

De meeste ondervraagden kozen bewust voor een bestaan als zzp’er; negen van de tien zien zichzelf ook in de toekomst als ondernemer. Ze hebben een gemiddelde jaaromzet van 100.000 euro en werken voor non-profitorganisaties, de overheid en bedrijven als ABN Amro.

De ondervraagde zzp’ers zijn onder meer tevreden over de autonomie die ze krijgen en de uitdaging die de opdracht biedt. Maar het ontbreekt volgens de deelnemers vaak aan een heldere omschrijving van de opdracht en de doelen. Gaandeweg de opdracht wordt het niet beter omdat (tussentijdse) beoordelingen en overleg er niet zijn of tegenvallen.

Volgens de onderzoekers kan ook de manier waarop zzp’ers worden behandeld ten opzichte van vaste werknemers, worden verbeterd. Zo mogen zij vaak niet bij alle vergaderingen zijn, waardoor ze buitenstaanders blijven.

Advocaat en arbeidsrechtdocent Johan Zwemmer wijst er in een reactie op hetonderzoek op dat de ondervraagde hoogopgeleiden een andere groep vormen dan de doorsnee-zzp’ers. Dat geeft hun het voordeel dat ze zaken als meevergaderen in principe contractueel kunnen laten vastleggen als ze een opdracht afspreken. Ze moeten, kortom, assertiever zijn. „Een groot deel van de zzp’ers, zoals lopendebandmedewerkers, is inwisselbaar en kan niet zeggen: jij hebt mij nodig, en daarom maak ik afspraken over hoe jij je tegenover mij gedraagt”, aldus Zwemmer.