Amsterdam gaat bijstandsboetes herzien (en wil dat Asscher betaalt)

De wethouders bij hun installatie in de Amsterdamse gemeenteraad.
De wethouders bij hun installatie in de Amsterdamse gemeenteraad. ANP / Remko de Waal

Amsterdammers die in 2013 en 2014 een boete kregen voor uitkeringsfraude wacht mogelijk een meevaller. De gemeente gaat 467 boetebesluiten herzien. De kosten voor de herbeoordelingsoperatie zijn ongeveer 100.000 euro. Het totaalbedrag, inclusief terugbetalen of kwijtschelden, kan oplopen tot 1 miljoen euro.

Het college van D66, SP en VVD acht dit nodig omdat de bestuursrechter in november oordeelde dat de Fraudewet uit 2013 geen rekening hield met verwijtbaarheid.

De vraag of mensen opzettelijk of per ongeluk niet aan hun inlichtingenplicht voldeden (denk aan bijverdiensten of verandering van woonsituatie) speelde in de uitvoeringspraktijk nauwelijks een rol, schreef waarnemend Nationale ombudsman Frank van Dooren vervolgens ter inleiding van een rapport met schrijnende situaties.

Bovenop gedwongen terugbetaling van teveel ontvangen uitkering kreeg de ‘fraudeur’ een boete van 100 procent. Het merendeel van de beboete mensen handelde volgens de ombudsman niet doelbewust verkeerd. “Burgers van goede wil voelen zich behandeld als criminelen.” De Fraudewet is daarom aangepast, maar de boetes bleven staan.

‘Gemeenten niet voor kosten laten opdraaien’

Arjan Vliegenthart (SP), wethouder Sociale Zaken in Amsterdam, heeft de gemeenteraad vandaag ingelicht over de herbeoordelingsoperatie. “Het zou de regering sieren wanneer zij dit bedrag zou betalen”, schrijft hij namens dertien wethouders uit andere steden vandaag in een opiniestuk in NRC staat:

“Het is immers het rijk dat verantwoordelijk is voor de Fraudewet. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken zal het hopelijk niet zo ver laten komen dat onze gemeenten niet alleen zijn nalatigheid corrigeren, maar ook voor de kosten opdraaien.”

Leeuwarden, Helmond en een aantal andere gemeenten maakten al eerder kenbaar dat zij de boetes gaan herzien. In een gesprek met NRC benadrukt Vliegenthart dat het er niet toe doet wat hij politiek vindt van de wet. “Ik vlieg het aan vanuit rechtsstatelijkheid, in de ondertekening van ons opiniestuk zijn bijna alle partijen vertegenwoordigd.”

Dat mensen per ongeluk iets vergeten op te geven ligt volgens hem ook aan de complexe regelgeving:

“Als bijstandsgerechtigde moet je bijna het wetboek kunnen bestuderen om te begrijpen hoe het werkt. Probleem is de reflex om elke rafelrand van een nieuwe regeling te voorzien. Dan los je die rafelranden niet op, maar verschuif je die en wordt het systeem complexer.”

Politiek verschillen we van mening, zegt hij over de ondertekenaars:

“Maar er heerst common sense als we de Fraudewet langs de maatstaven van kwaliteit, kenbaarheid en uitvoerbaarheid leggen. Dan ziet iedereen het probleem.”

‘Intenties doen ertoe in het recht!’

Het is volgens de wethouder onbestaanbaar dat de Fraudewet verzuimers en misleiders tot november 2014 even hard bestrafte. “Intenties doen ertoe in het recht! Daarom is er in de strafmaat ook een verschil tussen moord en doodslag. Het recht is geen computerschema, maar een domein waar rechters rechtspreken: die interpreteren per definitie.”

De praktijk laat zich bovendien niet altijd vangen in regels, meent hij.

“Youp van ‘t Hek vertelde eens over hoe dat nou gaat met samenwonen. ‘Ik had wat met jou, jij had wat met mij. Jij had een grotere kamer, en op een gegeven moment trok ik bij jou in.’ Met mijn vriendin ging dat ook ongeveer zo: het moment waarop wij samenwoonden, dat was er niet. Dat is heel diffuus. En probeer dan maar eens aan te geven wat opzet en vergeten is.”

Ook met inkomsten is het volgens hem niet altijd even helder wat je precies moet opgeven. “Als je een tas met boodschappen krijgt, moet je die dan opgeven aan de gemeente?”

Deze week liep Vliegenthart mee met handhavers. Tandenborstels tellen?

“Nee, dat is een simplificatie. Het is een beroep dat ongelooflijk veel vaardigheden van mensen vraagt. Wat zie je, hoe interpreteer je dat, hoe vraag je door. In Amsterdam gaan ze altijd met z’n tweeën. Dan zijn er twee waarnemers. En toch kan er dan nog van alles misgaan. Ook handhaving is mensenwerk.”

Waar handhavers volgens Vliegenthart op moeten letten, is of bijstandsgerechtigden op ‘groen’, ‘oranje’ of ‘rood’ staan. Mensen die er niet op uit zijn de wet te overtreden, daar moet je volgens hem terughoudend mee omgaan. Dus niet de volle boete of inspectie. “Het gaat altijd om de proportionaliteit.”

De boetes komen voort uit een rijkswet. Ondermijnt de gemeente niet de wet als ze die boetes op eigen houtje kwijtscheldt? “De gemeente ondermijnt de wet niet, dat heeft de rechter gedaan”, besluit Vliegenthart. “Die heeft gezegd: dit kan niet. Dat noemen we ook niet ondermijnen, de rechter heeft gedaan wat de rechter moet doen. Hij heeft recht gesproken.”

Reinier van Zutphen, de nieuwe Nationale ombudsman, laat via zijn woordvoerder weten de aanpassing van de wet en de boeteherziening “toe te juichen”. Minister Asscher heeft er vrede mee dat gemeenten op hun eigen boetebesluiten terugkomen. Wel laat hij via zijn woordvoerder weten “het op zijn minst merkwaardig” te vinden dat gemeenten “een onverplichte terugbetaling” bij het rijk in rekening willen brengen. “Sinds 24 november wordt meer rekening gehouden met de ernst van de overtreding, de verwijtbaarheid en de omstandigheden van de uitkeringsgerechtigden. Boetes waar nog bezwaar en beroep tegen lopen, worden nog wel herzien.”

Dit bericht is om 13.44 uur aangepast: toevoeging reactie minister Asscher.

Lees hier het wethoudersplamflet.