Word je gelukkig van een roeping?

‘Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Honderd procent.” „Koninklijke Militaire Academie. Dat wil ik al drie jaar.” „Geen idee. Eerst een tussenjaar en daarna kijk ik wel verder.”

Heel wat jongeren in mijn omgeving hebben net examen gedaan. Sommigen hebben nog geen idee wat ze verder willen. Maar een paar weten al jaren helemaal zeker wat ze gaan doen. Soms tot grote verrassing van hun ouders. Ze hebben een ouderwetse roeping.

Roeping. Het gevoel dat er een duidelijke levenstaak op je wacht. Je zou er jaloers op worden. Zeker als het ook nog gepaard gaat met de overtuiging en het enthousiasme van iemand die nog geen twintig is. Maar wat is roeping eigenlijk? En is het zo mooi als het er uitziet?

Volgens onderzoekers Bryan Dik en Ryan Duffy zijn er drie kenmerken waar je een roeping aan herkent. Nummer een ligt voor de hand: er is ‘iets’ of ‘iemand’ die je roept. Je land, je familie, de maatschappij of een ‘hogere macht’. Daarnaast heeft de taak waartoe je je geroepen voelt een duidelijke relatie met de hogere doelen in je leven. En ten derde gaat het om ‘prosociale’ ambities: je wilt iets betekenen voor een ander of zelfs voor de maatschappij als geheel. Drie kruisjes? Dan heb je een roeping.

Loopbaanonderzoek laat zien dat een roeping nogal wat voordelen kent. Je studie gaat beter, je bereikt sneller betere resultaten in je werk en je bent daar ook nog eens tevreden mee. Ook als het werk zwaar is. Veel mensen vragen zich regelmatig af ‘waar doe ik het eigenlijk allemaal voor’, maar daar heb je als geroepene wat minder last van.

Je zou denken dat roeping vooral voorkomt in bijzondere beroepsgroepen, zoals muzikanten, predikanten en hulpverleners. Maar ook onder schoonmakers en kappers vind je mensen met een roeping. Bijzonder is dat deze mensen vaak hun takenpakket stapje voor stapje aanpassen: ‘job crafting’ in vaktermen. Een onderzoek onder schoonmakers in ziekenhuizen liet bijvoorbeeld zien dat een deel van hen de invulling en planning van het werk nauwkeurig afstemde met de verpleegkundige staf. Daarnaast probeerden ze tijdens het werk regelmatig patiënten en bezoekers op te beuren. Deze ‘geroepen’ schoonmakers zagen zichzelf niet alleen als ‘poetser’ maar ook als een professional die een echte bijdrage aan de patiëntenzorg leverde.

Als patiënt, als klant, als leerling, als werkgever, als maatschappij ben je blij met mensen die een roeping ervaren. Maar interessant is dat geroepenen zelf lang niet altijd zo happy zijn. Hoe zit dat? Het meer ‘eenvoudige’ geluk dat we als mensen kunnen ervaren, hangt volgens psychologen sterk samen met de bevrediging van natuurlijke, eigen behoeften. Goed eten, lekker sporten, gezelligheid.

Het ervaren van betekenis vergt daarentegen een hoop denkwerk. Je moet hetgeen je doet, in je hoofd verbinden met iets wat cultureel als waardevol wordt gezien. Dat kan tot een hoop gepieker leiden. Nadenken over wie je bent en wat je bijdrage is, draagt weliswaar bij aan het ervaren van betekenis, maar niet aan het voelen van geluk.

Ook geldt – je kon er op wachten – dat geroepenen hun werk soms zo belangrijk vinden dat ze zichzelf, vrienden en familie verwaarlozen. Daar word je ook niet blijer van.

Toch gek. Je kunt gelukkig zijn zonder doel in je leven. En je kunt een doel in je leven hebben zonder gelukkig te zijn. Het is niet eenvoudig om mens te zijn.