Wind, kasseien en historische bergetappes

Veelzijdig is het parcours van de 102de editie van de Tour de France vanaf het begin. Na een openingstijdrit over 13,8 kilometer in Utrecht kan de wind beslissend zijn in de rit naar Neeltje Jans. Dan een Ardennenrit met aankomst tegen de steile wand van de Muur van Huy. De dag daarna zeven stroken met in totaal 13,3 kilometer kasseien. De favorieten voor de eindzege krijgen geen tijd om rustig warm te draaien. In de eerste week ligt de finish nog twee keer op een venijnig klimmetje, om voor de eerste rustdag af te sluiten met een korte ploegentijdrit die ook al heuvelop eindigt.

En dan begint de Tour voor de klassementsrenners pas echt. Geen tijdritten meer, het is dit jaar aan de klimmers. Drie etappes in de Pyreneeën, waarvan twee met aankomst bergop, op de Soudet en Plateau de Beille. Dan wat overgangsritten, met onder meer aankomst in Mende. In de slotweek gevolgd een klimspektakel in de Alpen. De historische rit naar Pra Loup, waar Eddy Merckx veertig jaar geleden verloor van Bernard Thévenet. Dan over de Glandon naar Saint-Jean-de-Maurienne en de dag bergop aankomst in La Toussuire. Om op de laatste zaterdag af te sluiten met een klassieker over Télégraphe en Galibier met aankomst op Alpe d’Huez. Pas na een lange verplaatsing en een ritje van 109 kilometer wacht de finish in Parijs.