Verdient zo’n Tour zich terug, wil Utrecht weten

Bij elk groot evenement hoort een discussie over de opbrengsten. Maar de precieze nalatenschap is achteraf moeilijk vast te stellen.

De waterfietsen in de Utrechtse Oudegracht hebben de kleuren van de belangrijkste Tour-truien. Foto Rien Zilvold
De waterfietsen in de Utrechtse Oudegracht hebben de kleuren van de belangrijkste Tour-truien. Foto Rien Zilvold

Nog een week tot de Tourkaravaan door de Utrechtse binnenstad trekt. De stad kleurt langzaam geel, restaurants adverteren met Tourmenu’s en overal worden evenementen rondom Le Grand Départ georganiseerd. Maar aanvankelijk was lang niet iedereen enthousiast. „Wat moet dat wel niet kosten?”, klonk het in de gemeenteraad. En wie gaat dat eigenlijk betalen?

Het lijkt een standaarddiscussie rondom grote evenementen. Wegen de kosten op tegen de baten. Ja, is meestal het antwoord van de organisatie of desbetreffende gemeente: denk aan die economische impuls, al dat extra toerisme. Maar zijn dat soort baten eigenlijk wel echt te toetsen?

De Utrechtse Tourstart gaat 15,4 miljoen euro kosten. De gemeente betaalt 6 miljoen, het Rijk legt 2,5 miljoen subsidie bij en de rest komt van private investeerders, sponsoren en commerciële opbrengsten. Het meeste geld zit in de organisatie. Daarna zijn het parcours en de marketing de grootste kostenposten. Voor die 15,4 miljoen krijgt de stad het scenario ‘bolletjestrui’. Een feestelijk aangekleed evenement, met loopbruggen, vrijwilligers, gratis ov, megaschermen, digitale informatieborden en een uitgebreid ‘activatieprogramma’ met nevenactiviteiten.

„De stad staat straks in het middelpunt van de belangstelling”, zegt wethouder Jeroen Kreijkamp (Economie, Tour de France en Stadspromotie, D66). „De Tour trekt zo’n half miljoen bezoekers en wordt overal ter wereld bekeken.” Daarbij wordt het gewoon een groot feest voor heel Utrecht, denkt hij. „Ik voel het enthousiasme en de energie al in de stad.”

30 miljoen opbrengst

De Tourstart gaat Utrecht zo’n 30 miljoen opleveren, verwachten gemeente en organisatie. Daarnaast moet het fungeren als „katalysator voor bestaande gemeentelijke programma’s” op het gebied van sport, zo blijkt uit het projectplan. Ook moet het de relatie tussen gemeente en bedrijfsleven versterken, meer toerisme naar de stad trekken en een „impuls aan Utrecht fietsstad” geven.

Dat lukt al, zegt Kreijkamp. „De wijk Overvecht loopt bijvoorbeeld op het gebied van sport nogal achter. De scholen daar worden actief bij het activatieprogramma betrokken. Bijvoorbeeld door lesprogramma’s gerelateerd aan de Tour.”

Na de meeste grote evenementen wordt achteraf onderzocht wat de legacy is – de nalatenschap. Zo leverde de Rotterdamse Tourstart van 2010 in totaal 33,3 miljoen aan extra bestedingen op. Vergeleken met andere sportevenementen die Rotterdam organiseerde, is start van de Tour de France veruit het meest lucratief, schrijft onderzoeker Daan Vogelaar in een rapport.

Voor Utrecht zou dat totale bedrag wel eens anders kunnen zijn, zegt Bake Dijk, onderzoeker en projectleider bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht (USBO). In het Rotterdamse onderzoek zijn de investeringen van de gemeente in het evenement opgeteld bij de totale bestedingen van de bezoekers van die Tourdagen. Dijk: „Dat mag eigenlijk niet, omdat gemeenten die investeringen sowieso doen. Reparatie van het wegdek bijvoorbeeld. Nu doen ze het alleen wat eerder en meerdere dingen tegelijk.”

De USBO startte begin dit jaar al een onderzoek naar de effecten van Le Grand Départ. Het onderzoek is in opdracht van Le Tour Utrecht, maar wordt onafhankelijk uitgevoerd door de universiteit. Het doel is vast te stellen wat de Tour in financiële zin, maar ook in meer maatschappelijke zin heeft opgeleverd.

Dat is niet altijd makkelijk te toetsen, zegt Dijk. De maatschappelijke doelstellingen bij evenementen zijn volgens hem vaak niet zo concreet geformuleerd. „Dan moet het bijdragen aan de ‘algehele sportparticipatie’ bijvoorbeeld. Het is moeilijk vast te stellen of dat is gelukt.”

Datzelfde geldt voor toerisme bijvoorbeeld: een eventuele stijging hoeft niet per se door de Tour te komen. Utrecht probeert op meerdere manieren meer bekendheid te creëren, bijvoorbeeld door een prominente plek in de populaire reisgids Lonely Planet.

Uit eerder onderzoek – Dijk onderzocht ook de Olympische Spelen in Londen en het European Youth Olympic Festival (EYOF) in Utrecht – blijkt dat veel gedane beloftes niet waargemaakt worden. Zo kwam er van de extra sportparticipatie in veel Londense wijken weinig terecht.

Wie wil dat een evenement wat nalaat moet zorgen dat de activatieprogramma’s aansluiten bij eerder ingezet beleid, zegt Dijk. En dat de nevenactiviteiten een duidelijke link naar het hoofdevenement, in dit geval de Tour, hebben.

„Ook is het belangrijk dat de activiteiten niet ophouden op het moment dat de laatste renner de stad verlaat”, zegt Dijk. „Anders valt de stad in zo'n zwart gat.”

Tot nu toe doet Utrecht het best goed, vindt Dijk. Een eerste conclusie durft hij wel aan, al is het voorbarig. „De Utrechters hebben hun schroom en bescheidenheid een beetje opzij gezet. Ze zijn trots op hun stad.”