Veel Hongaren vinden één vluchteling al te veel

Donderdagnacht is tijdens de eurotop besloten dat Hongarije geen extra vluchtelingen meer hoeft op te vangen in tegenstelling tot bijna alle andere EU-landen. Waarom zijn migranten hier niet welkom? Is het xenofobie of een afleidingsmanoeuvre van de regering?

Opvangplaats voor vluchtelingen in de Hongaarse stad Debrecen.
Opvangplaats voor vluchtelingen in de Hongaarse stad Debrecen. Foto Zsolt Czegledi/AP.

Op de weg naar Csór waarschuwt een groot blauw bord met witte letters en het staatswapen: „Als je naar Hongarije komt, moet je onze cultuur respecteren.” Een boodschap gericht aan de buitenlanders die volgens premier Orbán de harmonie in het land bedreigen. Maar in Csór zijn, net als in andere Hongaarse gehuchten, geen vreemde gezichten te bekennen tussen de wit en oker geverfde huizen met weelderige voortuinen.

Ze waren er wel. Even. „Ons Soedanese gezin is net vertrokken”, zegt burgemeester Krisztián Csete (36). Voor hen woonde hier een stel Afghanen. Csór is het enige dorp in het land dat vluchtelingen vrijwillig opving en onderdompelde in een oer-Hongaarse omgeving. „Dat sprak voor ons vanzelf”, zegt de onafhankelijke politicus in zijn kantoor vol historische prenten en een Europese vlag.

Maar ondanks de gulle Europese fondsen die beschikbaar waren, toonden andere burgemeesters nauwelijks belangstelling. Hongarije is, met uitzondering van een kleine Roma-minderheid, niet multicultureel en wil dat ook niet worden. Dat maakte premier Orbán de afgelopen tijd vaak duidelijk. In de aanloop naar de Europese top van deze week verklaarde zijn kabinet geen teruggestuurde asielzoekers meer aan te nemen uit andere lidstaten. De zogenoemde Dublin-regels dicteren dat het land waar een asielzoeker voor het eerst wordt geregistreerd ook zijn aanvraag afhandelt.

Hongarije is ‘overbelast’

Maar, meldt de regering, met 61.000 illegale migranten en 21.000 aanvragen sinds 1 januari is het land van 10 miljoen inwoners „overbelast”. Nederland kreeg vorig jaar 24.000 asielaanvragen. Hongarije bedong donderdagnacht in Brussel een uitzonderingspositie bij onderhandelingen over het hervestigen van 60.000 vluchtelingen die zich nu in Griekenland, Italië en buiten de EU bevinden.

De toevloed is ook de aanleiding voor Orbán om een vier meter hoge muur te plannen langs de grens met Servië, waar de vluchtelingen opduiken na een tocht door de Balkan. En om via brieven en plakkaten langs de openbare weg mee te delen hoezeer migranten het welzijn van de Hongaren in gevaar brengen. Die boodschap kan werken, suggereren peilingen: 39 procent van de Hongaren wil niet één asielzoeker toelaten. Van de overigen wil 78 procent geen Arabieren.

Moeten de Hongaren zich zorgen maken? „We zijn een transitland”, zegt burgemeester Csete. De Soedanezen zijn uiteindelijk, net als het overgrote deel van de vluchtelingen, niet in Csór gebleven maar naar Finland getrokken. Hun Afghaanse voorgangers zouden in Nederland zijn beland. Als iemand zou blijven, waren zij het: ze spraken Hongaars en namen deel aan het dorpsleven. En als het ergens kon, was het hier. Csór is naar Hongaarse normen een welvarende gemeenschap. „Maar ze waren een beetje geschokt door het niveau van de Hongaarse salarissen”, zegt projectbegeleidster Johanna Németh (36). „En de vrouw, een tandarts, kon hier alleen werk vinden als tandartsassistente.”

Hongarije vangt 3.000 asielzoekers op. Dat is meer dan de capaciteit van 2.500. Volgens de Europese regels werden vorig jaar 800 mensen naar het land teruggestuurd. Maar, zegt de regering, andere lidstaten willen dat getal opdrijven. Boedapest wijst naar rijkere lidstaten die het arme Hongarije zo als buffer gebruiken, maar ook naar Griekenland en Bulgarije, die vluchtelingen laten passeren zonder registratie.

Speelde Orbán het spel zo hard om Brusselse concessies af te dwingen? En zijn er bijkomende motieven? Critici beschuldigen de regering van pure xenofobie. Burgemeester Csete ziet wat anders: „Een afleidingsmanoeuvre: ze willen niet dat we praten over alles wat misgaat in het land.” Bovendien zou regeringspartij Fidesz stemmen willen afvangen van het fascistoïde Jobbik. Die partij wilde als eerste een grensmuur.

„Geldverspilling”, vindt Jánosné Szemenyei (45), assistente op het schooltje in Csór. In een kiosk bij het gemeentehuis bakt ze lángos voor een schoolpicknick: de nationale snack van gefrituurd deeg met zure room, kaas en knoflookolie. „Als mensen in gevaar zijn, moeten we helpen. Maar ze moeten ons vertellen of dat zo is of dat migranten hier komen om ons systeem te misbruiken.” Het probleem, zegt ze, is dat je media en politici niet kunt vertrouwen. „De ene dag hoor je dat er zoveel mensen komen, de andere dag wat anders.”

Schrikbeelden op sociale media

Net als elders in Midden-Europa circuleren geruchten op sociale media over hoe West-Europa wordt geteisterd door massamigratie en moslimfundamentalisten. Orbán gebruikt westerse steden als schrikbeeld. Indien de meer migratievriendelijke oppositie haar gang kon gaan zou je algauw „niet weten of je in Londen, Parijs of Boedapest bent”. Om de forse bevolkingskrimp tegen te gaan, moeten Hongaren niet meer migranten opnemen, maar meer kinderen maken. Want, benadrukt hij: Hongarije is een christelijk land en dat moet zo blijven.

Was de cultuurschok dan zo fel in Csór? Nee, zegt Esztella Róth (50), ex-buurvrouw van de migranten. „We kookten vaak samen. Al was dat iets moeilijker, want ze eten geen varkensvlees.” Blij toont ze een foto van het dochtertje van de Afghanen op haar telefoon.

Na de positieve ervaringen is de toon in Csór gematigd. Maar, zegt Róth: „Veel mensen denken toch: waarom geld geven aan migranten als Hongaren het ook nodig hebben?” En uiteindelijk had Csór wel heel erg goed opgeleide modelvluchtelingen, zegt Csete. „Om echt een migratieland te worden, daarvoor zijn we mentaal niet klaar.”