Vakantie? Neem een potlood mee

Iedereen maakt dezelfde foto’s van dezelfde plekken op vakantie. Weg die (telefoon)camera, en pak eens een potlood. Maak voor de lol op vakantie een tekening, in plaats van een foto. „Wie tekent, ziet meer.”

Bovenin: Rome getekend door Jean-Marc van Tol . Links: tekeningen vanSabine Wisman . Rechts: uitzicht in Portugal vanGabriël Kousbroek.
Bovenin: Rome getekend door Jean-Marc van Tol . Links: tekeningen vanSabine Wisman . Rechts: uitzicht in Portugal vanGabriël Kousbroek.

Dat licht en wat een luchten! De marktkramen, dat standbeeld daar, die leuke oude kereltjes en het bijzondere eten op ons bord… Maak gauw een foto, en nog een, en nog een: opdat wij niet vergeten, eenmaal na de vakantie weer thuis.

Alles moet op de gevoelige plaat worden vastgelegd. Attracties, musea, kathedralen. Gevelstenen, watervallen, het meer met de waterfietsen en de beroemde toren uiteraard – waarnaast we guitig poseren als klemden wij haar tussen duim en wijsvinger. Iedereen kan foto’s maken en iedereen doet het, voortdurend, zeker in het buitenland.

„Maar ik vind foto’s niet interessant”, zegt Jean-Marc van Tol, tekenaar van Fokke en Sukke, die camera noch mobiele telefoon bezit. „Ik teken. Ja, ook in de vakantie. In Slovenië onlangs nog, daar is de kust zo prachtig. Iedereen die er komt maakt een foto. Maar dat geeft steeds hetzelfde, weinig tot niets zeggende plaatje. Een tekening is uniek en van mezelf, dat is een groot verschil. Tekenen geeft een band met de vreemde omgeving.”

Jean-Marc van Tol staat niet alleen in deze overtuiging. Wie iets natekent, neemt anders en bewuster waar, stelde al John Ruskin (1819-1900), voorman van The-Arts-and-Crafts-beweging. Tijdens zijn grand tour in 1840, hij was negentien, schilderde hij de ene na de andere aquarel.

Een reiziger, een toerist, raakt pas vervuld als hij goed om zich heen kijkt, vindt ook schrijver/filosoof Alain de Botton. In zijn boek The Art of Travel houdt hij een pleidooi voor het al tekenend reizen. Het gaat daarbij volgens hem niet zozeer om wat je ziet – al is hetgeen je bezoekt nog zo beroemd – maar meer om hoe je ernaar kijkt. Door te tekenen in plaats van fluks kiekjes te schieten, wordt de mens wakker; hij staat niet langer suf te gapen en ziet opeens meer dan alleen wat de reisgids hem al voorkauwde.

Ook Jonathan Jones, die over kunst schrijft voor The Guardian, benadrukte onlangs in zijn blog dat tekenen „makes you see more”, waar „a camera makes you see less”. Het gaat niet om goed of gelijkend te tekenen, maar om ‘possessing it’. Tekenen is toe-eigenen.

Siegfried Woldhek, illustrator en portrettist (onder meer voor NRC), bepleit vakantietekenen en -schilderen vooral op plekken waar het rustig is. „Als er tijdens een vakantie heel veel te zien en te doen is, teken ik niet. Wel in de hoek van een kalm terras, niet midden op een kruispunt. Op rustige momenten verschaft het groot plezier. Ik was eens met vijf vogelaars in Schotland, het miezerde, maar al die mannen zaten aandachtig onder een in hun kraag gestoken paraplu een groep noordse stormvogels te tekenen. Als ik nu bekijk wat ik toen maakte, herinner ik me alles. Wat ik zag, rook, hoorde en voelde. Bij een foto denk ik al gauw: waar was dat ook weer, was ik daarbij?”

Leg de criticus in jezelf het zwijgen op

Het wemelt op het internet van de online tekencursussen, met allerlei tips op het gebied van materialen en vormgeving. Een getekend (reis)dagboek wordt zo een waar ‘art journal’. De talloze, wondermooie voorbeelden kunnen de wens tot het maken van iets dergelijks echter ook doodslaan: zó mooi wordt het toch niet.

Het is de missie van illustratrice en schrijfster Sabine Wisman om de creativiteit te bevorderen die naar haar idee in eenieder leeft. Wisman geeft tekenworkshops aan amateurs en leert haar cursisten dat ze twee zielen in zich verenigen: de creatieveling en de criticus. Als de laatste niet zwijgt, kan de eerste niet spreken. Net als Siegfried Woldhek benadrukt ze het plezier dat tekenen schenkt.

„Iedereen heeft een eigen stijl”, zegt ze. „Die ís er gewoon, zij het misschien nog ongeoefend… Als honderd mensen dezelfde persoon natekenen vanaf hetzelfde standpunt, krijg je honderd verschillende tekeningen. Prestatiedrang en schaamte zitten vaak in de weg. Mensen moeten worden losgeweekt. Ik geef vertrouwen door losjes en snel iets te laten tekenen. Bijvoorbeeld: schets de persoon tegenover je, in één minuut. In de vakantie kun je jezelf op gang helpen. Doe een graai in je toilettas en hop, teken die spullen na. Of kies zes stenen op het strand... Alles kan. Inzoomen of juist uitzoomen. Het uitzicht, of juist wat insecten. De inhoud van een keukenkastje, of die reusachtige berg. ” Wisman tekent zelf graag kunstwerken uit musea na.

Er zijn, behalve puur plezier, meer redenen waarom tekenen in de vakantie een goed idee kan zijn. Jean-Marc van Tol: „Als je met vakantie bent op een onbekende plek, is dat op een bepaalde manier onveilig, je kent niets, je weet niets. Voor mij is tekenen een manier om me goed te voelen, ik vul al sinds mijn dertiende kleine Moleskine-boekjes als ik op reis ben. Een leuk bijeffect is dat het een manier is om in contact te komen met mensen. Er komt altijd wel iemand over mijn schouder staan kijken, zo raak je in gesprek.”

Hoofdpersoon in je eigen strip

Er bestaan ook mensen die van zichzelf een personage maken in het verhaal dat vakantie heet. Mijn moeder Lydia Eiselin-Tierie tekende strips in de vakanties. Bijvoorbeeld over het misgelopen avontuur dat ze met haar beste vriendin op Ibiza beleefde: „Mijn vriendin, die alleenstaand was, leerde een mooie ober kennen. Ik had een piepklein huurfietsje, zij niet, daarom moest ik condooms gaan kopen. Ik moest ervoor naar een apotheek, helemaal aan de andere kant van het eiland. Ik fietste en fietste, mijn knieën sleepten zowat over de grond, een helse tocht was het, in de snikhitte. Jongeren die langs scheerden in jeeps joelden naar me. Eindelijk kwam ik bij de apotheek aan, maar toen was ik het woord voor condooms in het Spaans vergeten. Verwilderd riep ik iets in de trant van ‘something not to have babies’ nou – daarna moest ik nog helemaal terug… En ’s avonds in de dancing kwam die hele ober niet opdagen.”

Ook mooie obers kun je beter maar gewoon natekenen. Dat intensiveert de beleving en bezorgt wél genot.