Opnieuw een klap voor Tunesië

Als Tunesië straks helemaal geen toeristen meer trekt, zal het extremisme alleen nog maar meer kans krijgen.

foto's EPA, AFP

Een gewapende man heeft gisteren in Tunesië een bloedbad aangericht onder toeristen. Het is de tweede keer dit jaar dat het land door een grote terroristische aanslag wordt getroffen. Op het strand en in een hotel in de badplaats Sousse schoot de man ten minste 37 mensen dood; 36 anderen raakten gewond. Onder de slachtoffers bevinden zich Belgen, Duitsers en Britten.

Tijdens een treffen met de politie kwam de aanvaller om het leven. Aanvankelijk leek er sprake te zijn van een mededader, maar het Tunesische ministerie van Binnenlandse Zaken sprak dit later tegen. De schutter naderde Hotel Imperial vanaf het strand en opende daar volgens een woordvoerder van de regering het vuur met een kalasjnikov op zonnebadende mensen. Daarna zette hij koers naar het zwembad van het hotel, waar hij eveneens slachtoffers maakte.

Veel toeristen vluchtten in paniek naar hun kamers. Eerst dachten sommige strandgasten dat het om vuurwerk ging. „Maar het was al snel duidelijk dat het ging om vuurwapens die werden afgeschoten en mensen begonnen te schreeuwen en weg te rennen”, aldus de Britse toerist Steve Johnson tegenover de BBC. De Nederlandse reisorganisatie TUI schrapt tot 4 juli alle vluchten naar Tunesië.

Toeristen eerder al doelwit

In maart van dit jaar voerden islamitische terroristen al een aanslag uit op het Bardo-museum in de hoofdstad Tunis, een geliefde bestemming van veel buitenlanders die het land bezoeken. Toen kwamen 21 mensen om het leven. Islamitische Staat eiste de verantwoordelijkheid voor die aanslag op, maar het staat niet vast dat IS er werkelijk achter zat.

Het is evenmin duidelijk wie er achter de aanslag van gisteren zit. Volgens de politie was de schutter afkomstig uit de Tunesische stad Kairouan, maar ging het niet om een bekende van justitie. Wel zei een regeringsfunctionaris later dat „hij zeker contact had met extremisten”. President Essebsi stelde dat de aanslag niet op zichzelf stond: „Tunesië ziet zich geconfronteerd met een internationale beweging. Het kan daar niet in zijn eentje op reageren.”

Dat de aanslag plaatsvond tijdens de ramadan houdt mogelijk verband met de oproep van de leiders van de Islamitische Staat (IS), dinsdag om juist tijdens de islamitische vastenmaand hun aanvallen op te voeren. Het is bovendien bekend dat veel fundamentalisten een diepe verachting koesteren voor de huns inziens decadente westerse cultuur, met veel bloot aan het strand en bij het zwembad, dikwijls in combinatie met alcoholische dranken. Sousse, dat ook veel nachtclubs kent en een zeer seculiere indruk maakt, geldt in hun ogen dan ook als een verdorven plaats.

Het relatief goed ontwikkelde Tunesië is in veel opzichten een buitenbeentje in de Arabische wereld. Het was de bakermat van de zogenoemde ‘Arabische Lente’, een breed gedragen stroming die in 2011 in diverse Arabische landen het vertrek eiste van lang zittende autocratische heersers en aandrong op een meer democratische samenleving. Tunesië is ook het enige land dat vier jaar later nog een democratie kan worden genoemd.

Veel werkloze jongeren

Tegelijkertijd blijft het land bijzonder kwetsbaar. Economisch gezien gaat het de laatste jaren niet goed, mede doordat de stroom westerse toeristen door alle onrust in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, en de aanslag op Museum Bardo, is verminderd. Overal in het land hangen werklozen rond, met name ook veel jongeren.

Velen van hen zijn vatbaar voor het radicale gedachtengoed van de fundamentalisten. Geen land telt zoveel jongeren die naar Syrië en Irak zijn gereisd om zich te voegen bij de strijders van IS of andere radicale groepen: zo’n 3.000 tot 5.000.

Inmiddels kunnen fundamentalistisch ingestelde jongeren het nog dichter bij huis zoeken: ook in het buurland Libië is IS inmiddels opgedoken.

Voor Tunesië is de nieuwe aanslag slecht nieuws. „Telkens wanneer het terrorisme oprukt, trekt het toerisme zich verder terug en wanneer het toerisme zich terugtrekt, doet ook de vrijheid een stapje terug”, waarschuwde Jean-Pierre Mas, voorzitter van een groep Franse reisbureaus. Hij noemde de aanslag tegenover het persbureau AFP „rampzalig”.

Tunesië dreigt daardoor nu, net als andere Arabische landen, in een vicieuze cirkel terecht te komen. Meer werkloosheid leidt tot meer gefrustreerde jongeren en een steeds grotere voedingsbodem voor extremisme.