Nummer 8 voor Federer?

Net als Pete Sampras won Roger Federer zeven keer het toernooi in Londen. Wil hij het alleenrecht op dat record, dan moet het nu gebeuren. Maakt de Zwitserse tennisser (34) nog kans? „Ja, hij is fit.”

Bij belangrijke toernooien neemt Federer zijn vrouw en vier kinderen mee, plus enkele nanny’s. „Anders mist hij ze.”
Bij belangrijke toernooien neemt Federer zijn vrouw en vier kinderen mee, plus enkele nanny’s. „Anders mist hij ze.” Foto Getty Images/Jan Kruger

Bij spektakelspeler Boris Becker kon fotograaf Paul Zimmer de ruwe emoties van het gezicht lezen. Bij Roger Federer ziet hij op de baan vooral een strakke, wat koude blik. Een gesloten bastion, waar zijn vaste volgers niet doorheen kunnen prikken.

Zimmer begon Federer te fotograferen toen hij als vijftienjarig talent in het internationale jeugdcircuit speelde. Nu is de Duitser (57) bevriend met de Zwitser (33), hij is de vaste fotograaf voor zijn website en sponsors. In al die jaren maakte hij zo’n 300.000 foto’s van hem.

Hij zit dicht op de baan, op een paar meter afstand van de spelers. Maar ook in die positie is het onmogelijk om Federer volledig te doorgronden. Zimmer is sinds 1978 freelance fotograaf in de tenniswereld, in het verleden fotografeerde hij Steffi Graf en Boris Becker veel. „Normaal kan je zien hoe iemand de baan opkomt, of de speler vertrouwen heeft”, zegt Zimmer in een telefoongesprek. Niet bij Federer. Het is zijn onzichtbare wapen. „Zijn kracht is dat je niets aan zijn gezicht kan aflezen. Naar buiten toe werpt hij een blokkade op.”

Zimmer zit in de trein richting Wimbledon, dat maandag begint. Op weg naar een nieuw toernooi, met meester Federer. Het grandslamtoernooi is het hoofddoel in zijn seizoen, zei Federer deze week tegen persbureau AP. „Daar wil ik op mijn best spelen.” Een beetje zoals Pete Sampras, die zich in de nadagen van zijn carrière eigenlijk alleen nog maar kon opladen voor ‘zijn’ Wimbledon.

Woonkamer

Zeven keer won Federer op het Londense gras, een record dat hij deelt met diezelfde Sampras. Als hij de Amerikaan voorbij wil gaan, moet het nu gebeuren, in de schemerjaren van zijn loopbaan. Kan Federer – in augustus wordt hij 34 – Wimbledon nog één keer winnen?

Ja, zegt zijn manager Tony Godsick. „Hij is fit en goed afgestemd.” Ja, zegt zijn oude jeugdcoach uit Basel, Madeleine Bärlocher. „Waarom niet? Hij kan iedereen verslaan.” Ja zegt ook toernooidirecteur Roger Brennwald, die Federer jong leerde kennen, onder meer als ballenjongen bij zijn toernooi in Basel. „Zeker. Wimbledon is als zijn woonkamer. Zijn kansen op gras zijn bijzonder goed.”

Natuurlijk is hun visie gekleurd, ze zitten in of dichtbij het kamp-Federer. Want vanzelfsprekend is het allang niet meer dat hij een grandslamtoernooi wint: Wimbledon 2012, waar anders, was de laatste keer. De victoriedroogte op grandslams duurt inmiddels drie jaar. In de tussentijd won zijn landgenoot Stan Wawrinka uit het niets twee grandslamtoernooien. En toch, zolang Federer meedoet op Wimbledon, zijn er altijd de verwachtingen, is er de buzz en behoort hij automatisch tot de topfavorieten.

Vorig jaar verloor hij na een vijfsetter de finale van Novak Djokovic. Door velen werd dat gezien als zijn laatste kans op een Wimbledon-zege. „Laatste kans?”, schampert Godsick. „Nee dat denk ik niet. Hij had toen last van blessures en toch haalde hij de finale.”

Godsick irriteert zich aan de rituele dans over het afschrijven van Federer, de huidige nummer twee van de wereld. Al vanaf zijn slechte jaar 2008 – Federer was nog maar 26 jaar – wordt er gesproken over de neergang en zijn mogelijke afscheid. Maar Federer is onuitroeibaar. Keer op keer wist hij terug te komen na een mindere periode, al is hij lang niet meer zo monsterlijk dominant als voorheen.

„Kampioenen worden zonder uitzondering allemaal te vroeg afgeschreven, en velen van hen geven hun legende nog extra glans door weer terug te knokken wanneer de wereld denkt dat hun tijd voorbij is”, schrijft Chris Bowers in de biografie Roger Federer, over een mindere periode in 2011. „Het was te vroeg om Federer af te schrijven.”

Wat heeft hij nog te winnen na het recordaantal van zeventien grandslamzeges en de Davis Cup vorig jaar? Hij wil sowieso doorgaan tot en met de Olympische Spelen van volgend jaar in Rio – hij won nog nooit goud in het enkelspel. Van een gepland einde van zijn carrière is nog geen sprake, vertelt Godsick. „Ik heb het met hem nog nooit over zijn afscheid gehad.”

Het is de pure liefde voor het spelletje die hem drijft. „He loves tennis”, zegt Godsick. Hij speelt zolang hij het leuk vindt, zegt Godsick. Dat impliceert dat Federer nog lang doorgaat. Natuurlijk, het vele reizen is slopend, en hij moet er een normaal privéleven voor opgeven. Maar Federer klaagt niet, hij dwingt zichzelf een positieve instelling aan te nemen, vertelt hij in de biografie. Zo probeert hij de donkere kanten van het profbestaan te verwaarlozen. En dus zegt hij in het boek, enigszins geforceerd: „Reizen is geweldig en het zorgt ervoor dat ik verschillende culturen en locaties kan zien, die ik niet zou zien als ik geen tennisser was.”

Zo bezocht Federer eind april voor het eerst in zijn leven Istanbul, waar een nieuw toernooi werd georganiseerd. „Hij was gewoon nieuwsgierig”, vertelt toernooidirecteur Stefan Tzvetkov per telefoon. Toerist Federer bezocht het stadscentrum en won het graveltoernooi.

Huilen

Madeleine Bärlocher kent Federer sinds zijn zevende. Zij runde eind jaren tachtig de jeugdopleiding van tennisvereniging Old Boys in Basel, toen de moeder van Federer vroeg of haar zoon lessen kon volgen bij Bärlocher. Opvallend talentvol was hij niet, zegt zijn oude coach. „Hij was als alle andere kinderen. Ik dacht niet dat hij ooit nummer één van de wereld zou worden.”

Het emotionele ventje – hij schreeuwde veel op de baan – won in zijn jeugdjaren weinig wedstrijden. „Toen hij een keer verloor, trok hij zich huilend terug onder de scheidsrechtersstoel. Met moeite kreeg ik hem er weg.”

Het tekent het trotse karakter van Federer, zegt Bärlocher (74). Verliezen was het einde van de wereld. Hij kreeg zijn emoties pas onder controle toen hij begin twintig was, waarna de grote doorbraak volgde.

Bärlocher volgt haar oude pupil op afstand en ze heeft nog goed contact met zijn moeder, Lynette Federer. Belangrijk voor de gemoedstoestand van Federer is of hij zijn gezin mee kan nemen naar toernooien, vertelt ze. Een gezin dat steeds groter wordt. Vorig jaar beviel zijn vrouw Mirka Vavrinec van een tweede tweeling, ze kreeg twee jongens, na de bevalling van twee meisjes in 2009.

Bij belangrijke toernooien – zoals nu met Wimbledon – reist het hele gezin mee. Ze huren een groot huis en nemen twee of drie nanny’s mee. Voor wedstrijden slaapt hij apart, zodat hij geen last heeft van babygehuil. Waar het voor veel spelers een belemmering zou zijn, leeft Federer juist op van de familiaire sfeer. Bärlocher: „Dat is psychologisch belangrijk voor hem, dat hij zijn kinderen en vrouw naast zich heeft. Anders mist hij ze.”