Opinie

Nog even en Schengen is verleden tijd

Macedonië heeft een opmerkelijk besluit genomen: het gaat gratis trein- en buskaartjes aan migranten uitdelen, op voorwaarde dat ze binnen 72 uur het land verlaten. Zo probeert dit transitland tussen Griekenland en Servië van het migrantenprobleem af te komen. De laatste tijd haalde de politie per dag 2.000 buitenlandse zwartrijders uit de trein, die dan te voet verder noordwaarts gingen of de volgende trein pakten. Dat geeft overlast, trekt smokkelaars aan en zorgt voor ongelukken. In april werden veertien Somaliërs en Afghanen overreden toen ze over de rails richting Servië wandelden.

Macedonië denkt aan zichzelf. Deze migranten, redeneert Skopje, gaan naar rijke EU-landen waar werk is. Macedonië is arm en zonder veel asielvoorzieningen – geen migrant wil daar blijven. Waarom deze reizigers tegenwerken? Je spaart kosten en energie als je ze helpt door te reizen.

Maar buurland Servië is in alle staten. De Serviërs wisten van niks. Servië is zelf transitland, richting Hongarije. En Hongarije bouwt een vier meter hoge muur op de grens met Servië. Ook daar wist Belgrado niets vanaf, terwijl de Hongaarse minister die de bouw vorige week aankondigde op een seminar in Oostenrijk uren net naast de Servische president had gezeten. Servië vreest nu dat migranten in het noorden van zijn land klem komen te zitten.

Macedonië en Servië zijn geen lid van de EU. Hongarije wel. Maar wie enig verschil ziet mag het zeggen. Iedereen doet precies wat hem uitkomt. Precies voor dit soort situaties is vanaf de jaren negentig een gemeenschappelijk migratie- en asielbeleid opgetuigd. Om, als er een Europees migratieprobleem opduikt, een Europees antwoord te formuleren.

In zo’n groot gebied, vrijwel zonder binnengrenzen maar met grote verschillen in uitkeringen en opvangregelingen, móet je een gemeenschappelijk antwoord formuleren. Maar nu het erop aankomt dat beleid uit te voeren, gaat elk EU-land zijn eigen gang. Hongarije neemt geen asielzoekers terug. Ook Bulgarije bouwt een muur. Oostenrijk behandelt geen asielverzoeken meer. Frankrijk weert migranten aan de grens bij Ventimiglia. Dit is geen beleid, maar paniek. Elk land duwt de problemen een buurland in.

Extreemrechtse partijen spelen er gretig op in met angstcampagnes. In Denemarken, Oostenrijk, Hongarije en Frankrijk schoten ze afgelopen weken in de peilingen omhoog. Regeringen proberen hen rechts in te halen. Nog even, en Schengen is verleden tijd.

Europese landen proberen migranten af te schrikken en te weren. Maar ze komen toch, want hier is werk. Dus stimuleren we een hele industrie van smokkelaars. Ook sturen we ‘ontwikkelingshulp’ om migranten in hun regio te houden. Goedbedoeld. En ondoordacht. Economische ontwikkeling helpt mensen juist om te migreren: ze kunnen eindelijk de overtocht betalen. Een reden dat zoveel Afrikanen naar Europa trekken, is dat het economisch beter gaat met Afrika.

De Canadese VN-rapporteur voor Migranten, François Crépeau, stond eens in Djibouti over de zeestraat naar Jemen te kijken, waar per jaar 100.000 migranten oversteken. Een op de tien verdrinkt. Crépeau dacht: „Waarom beginnen we geen veerdienst? Dan verdrinkt niemand meer, zijn smokkelaars niet meer nodig, en kun je elke migrant registreren.”

Zo kun je echte politieke vluchtelingen meteen selecteren, die je volgens een verdeelsleutel asiel geeft in EU-landen. De rest geef je een lijst mogelijkheden tot legale arbeidsmigratie: van aspergeoogst tot druivenpluk. Na één seizoen, zegt Crépeau, „gaan velen weer naar huis als ze weten dat ze volgend jaar terug kunnen komen.” Het wordt tijd eens naar zulke ideeën te luisteren.