Opinie

Een valse karikatuur

Allereerst even waarin Jesse Klaver gelijk heeft. De GroenLinks voorman heeft gelijk als hij zegt dat er meer is in het leven dan economische groei. Dat niet alles van waarde in geld valt te meten. En dat het politieke debat waarin elke partij zegt dat het hén om banen gaat nogal hol kan zijn.

Dit is ongeveer de kern van Klavers betoog afgelopen week in De Balie. Mijn probleem met zijn verhaal is dan ook niet de kern – daar zal ieder mens het wel zo ongeveer mee eens zijn, ik ben geen uitzondering. Mijn probleem met zijn verhaal is de karikatuur die hij maakt van onze overheid, van de economische theorie en vooral van zijn collega-politici. Met dat betoog doet hij zijn collega’s tekort.

Klaver keert zich tegen het ‘economisme’. Dat is in zijn definitie: „het idee dat alle politieke en maatschappelijke problemen terug te brengen zijn tot een rekensom. Dat het financiële argument altijd doorslaggevend is.” Het maakt politiek „een soort boekhouden voor gevorderden”. Klaver noemt vijf mythes die voortvloeien uit dit economisme (1. De onzichtbare hand zorgt voor een optimaal resultaat. 2. Als de economie groeit, gaat iedereen erop vooruit. 3. Marktwerking leidt tot kostenbeheersing. 4. Een stevig sociaal vangnet maakt mensen lui. 5. Collectieve uitgaven zijn een probleem, private uitgaven een zegen.) Hij zegt dat die mythes ons altijd gepresenteerd zijn als neutrale feiten en dat PvdA, VVD, CDA en D66 allemaal in de mythes geloven.

Maar bovenstaande partijen geloven heus niet allemaal blind in de mythes die Klaver noemt. PvdA, VVD, CDA en D66 brengen bovendien niet alle maatschappelijke problemen terug tot een rekensom. En bij overheidsbeleid zijn financiële argumenten bepaald niet altijd doorslaggevend. Als dat zo was, zou PvdA-minister Asscher geen 600 miljoen euro uitgeven aan banenplannen. Volgens diverse economen verspild geld.

Klaver loopt al lang mee op het Binnenhof en weet zelf ook wel dat hij overdrijft. Hij schetst een valse karikatuur. Hij zegt: de overheid mag best activistisch zijn. Hij doet alsof hij daar niet bang voor is en politici van de middenpartijen wel. Maar de overheid ís al activistisch.

Op tv noemde Klaver het voorbeeld van de pakjes sigaretten. „Als ik aan iedereen hier sigaretten uitdeel, is dat goed voor de economie maar slecht voor onze gezondheid.” Ja, Jesse, en daarom is de belasting op de pakjes immens en staat er in koeienletters op ROKEN IS DODELIJK. Dit soort inzichten hebben je collega’s in de politiek ook al een tijdje.

Neem de mythe ‘Als de economie groeit, gaat iedereen erop vooruit’. Het is waar dat velen dit lang dachten en dat er nu twijfels over zijn. Maar Klaver concludeert dat „actief overheidsbeleid nodig is om te zorgen voor een eerlijke verdeling van welvaart.”

Dat dóet de overheid al. Er wordt in maar weinig landen in de wereld meer welvaart herverdeeld dan hier. Geen partij die beweert dat de overheid moet stoppen met herverdelen. Dus tegen welk fantoom strijdt Klaver hier? Volgens mij wil hij gewoon zeggen: het mag meer. Prima, maar zeg dat dan. Doe niet alsof je alleen staat.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Klaver zet zich af tegen een karikatuur en propageert beleid dat er al is. Het is wel heel makkelijk om van je politieke concurrenten in je betoog eerst een onderontwikkelde Neanderthaler te maken en vervolgens te roepen: kijk, wat een Neanderthaler!

Ja, het is nodig om opnieuw te discussiëren over de rol van de overheid in economie en samenleving, over de best denkbare economische politiek anno 2015. Maar als je met Klaver in gesprek wil, moet je eerst een waanbeeld ontmantelen. Hinderlijk. Voor een overtuigend politiek verhaal hoef je anderen niet tekort te doen.