Ik wil geen arbeidsmarkt van 9 miljoen eenlingen

Het wordt „heel spannend” of de wet voor vaste banen zal werken of niet, erkent de minister voor Sociale Zaken.

Lodewijk Asscher: „Zonder idealisme zijn we allemaal boekhouders”.
Lodewijk Asscher: „Zonder idealisme zijn we allemaal boekhouders”. Foto David van Dam

Er waren schoonmakers op ministeries die huilden van blijdschap toen het was gelukt. Vanaf begin volgend jaar komen tweeduizend schoonmakers geleidelijk in vaste dienst van de rijksoverheid. Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) wilde per se dat de overheid het goede voorbeeld zou geven. Juist nu, met de Wet werk en zekerheid die 1 juli ingaat, moeten meer mensen een vast contract krijgen.

Asscher leerde er wel van dat het „niet van de ene op de andere dag goed gaat”, als je tijdelijke medewerkers die vast werk doen in vaste dienst wilt nemen, zegt hij. Want de weerstand in Den Haag tegen het aannemen van de schoonmakers was „gigantisch”. „Ook van goedbetaalde beleidsambtenaren op hoog niveau. Ik was er verbijsterd over. Waarom verzet je je er zo fel tegen dat die mensen de keus krijgen om in vaste dienst te komen? Die schoonmakers gaan er niet in salaris op vooruit, maar ze hoeven niet meer ’s nachts wakker te liggen: heb ik volgende maand nog wel werk?”

Asscher zegt het al jaren: hij wil de minister zijn die de arbeidsmarkt fatsoenlijker maakt. Naast de Wet werk en zekerheid, die flexwerkers beter moet beschermen en ontslag eenvoudiger en goedkoper maakt, geldt vanaf komende week ook de Wet aanpak schijnconstructies die uitbuiting moet tegengaan.

Alleen: Asscher kan ook de politieke geschiedenis ingaan als een minister met goede bedoelingen, maar weinig resultaat. Zullen laagopgeleide, onderbetaalde Roemenen écht grote Nederlandse bedrijven gaan aanklagen nu het kan? En worden uitzendkrachten die eerder recht krijgen op een vast contract juist niet eerder op straat gezet? Vakbond CNV kreeg al zo’n tweehonderd meldingen. ING wilde ook uitzendkrachten ‘dumpen’, maar kwam erop terug toen een boze Asscher belde met het hoofdkantoor.

U kunt toch niet elk bedrijf gaan bellen dat tijdelijke medewerkers snel nog wil ontslaan?

„Nee. En uiteindelijk is het aan de werkgevers zelf. Ik heb ook begrip voor kleine werkgevers die ternauwernood door de crisis zijn gekomen en nu benauwd zijn voor deze verandering. Maar een grote, gereputeerde werkgever die het zich kan permitteren om een enorme loonsverhoging aan de top door te voeren en beknibbelt op kleine bedragen bij uitzendkrachten?”

Wat ís een fatsoenlijke arbeidsmarkt?

„Dat is er een waarin werkgevers en werknemers samen iets opbouwen, in het besef dat mensen meer zijn dan een kostenpost en niet eindeloos onzeker werk blijven doen. Op zo’n arbeidsmarkt kijk je naar elkaar om: als mensen hun werk kwijtraken, is er een fatsoenlijke inkomensvoorziening. Aan de basis staan onze Nederlandse waarden, niet het Amerikaanse model van hire and fire.”

We hebben een Bosatlas meegenomen. Kunt u een land aanwijzen met zo’n arbeidsmarkt?

„Dan gaat mijn vinger natuurlijk meteen naar, laat ik eens kijken, Bolivia... Nee, als u bedoelt dat Nederland al een geweldige traditie en reputatie heeft – dat klopt. Maar de arbeidsmarkt is voor steeds meer mensen niet meer fatsoenlijk. Je ziet dat mensen net als in de negentiende eeuw als dagloners worden ingehuurd. Mensen worden ook bang om hun mond open te doen en dan verlies je creativiteit en productiviteit.”

Wat we bedoelen: is het geen utopie die u nastreeft, tegen de tijdgeest in?

„Het zal nooit voor iedereen altijd goed zijn, het zal ook nooit bij alle bedrijven in orde zijn. In die zin is het utopisch. Maar ik vind dat je de maatschappij moet proberen in te richten naar waarden. Zonder idealisme zijn we allemaal boekhouders. Als je toe wilt naar een arbeidsmarkt van negen miljoen eenlingen die voor zichzelf zorgen, heb je geen werknemersverzekeringen nodig en geen dienstbetrekkingen.”

Nederland is internationaal koploper in flexibele contracten. Werkgevers zien hun mensen toch allang als kostenpost?

„Vijftien jaar terug waren we een middenmoter. We zijn enorm opgeschoven. Dat heeft ook veel goeds gebracht, het Nederlandse bedrijfsleven is heel winstgevend. Maar het heeft wel tot grote onzekerheid geleid: ook hoogopgeleide jongeren hebben last van burn-out en stress. Zo verschuif je naar een Amerikaans systeem.”

VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra zei pas nog: ‘flex is de norm’. Uw coalitiepartner wil dus niet dat de wet meer vast werk oplevert.

„Zijn pleidooi klonk precies als ‘negen miljoen keer ik’ en ‘nul keer wij’, waarbij ieder voor zich de risico’s inschat. Dan krijg je een groep die het héél goed heeft en een grote onzekere groep die zelfs geen huis kan huren. Maar ik beoordeel de coalitiepartner op zijn daden: er is steun voor de Wet werk en zekerheid en de Wet aanpak schijnconstructies. Ik denk dat zijn woorden vooral gingen over zijn langetermijnvisie en de manier waarop hij kiezers tegemoet wil treden.”

U zei eerder dat voor de Wet werk en zekerheid een cultuurverandering nodig is. Bij de Wet aanpak schijnconstructies hoopt u op een ‘preventieve werking’. Hoopt u niet te veel?

„Het is eerder mijn verwachting dat de wet tegen schijnconstructies preventief werkt. Als bedrijven een melding krijgen van misstanden en weten dat ze aansprakelijk zijn, gaan ze harder lopen. Door de Wet werk en zekerheid maken werkgevers een andere rekensom: als jij net een metaalbewerker hebt opgeleid om met een peperdure machine te werken, moet je hem na twee jaar weer zes maanden wegsturen voordat je hem een nieuw los contract mag geven. Een vast dienstverband ligt dan voor de hand.”

Dat blijkt niet uit meldingen van mensen die hun contract juist kwijtraken. Tweede Kamerleden kijken ook met twijfel terug op hun steun aan de wet. Twijfelt u zelf wel eens?

„Het is natuurlijk heel spannend of de wet gaat doen wat hij moet doen. Het was wel al duidelijk dat niet iedereen hierdoor een vast contract krijgt. De wet is ook niet bedoeld voor werk dat níét blijft: als de zon schijnt en er even extra mensen nodig zijn op het terras. Het gaat om vast werk dat je de laatste twintig jaar vervangen zag worden door losse contracten. Je ziet nu dat bedrijven in anticipatie op de wet risico’s mijden. Dat zie je vaker bij grote veranderingen. De wet moet zich nu eerst een paar jaar in de praktijk bewijzen en als blijkt dat het doel onvoldoende wordt bereikt, zal ik hem aanpassen.”

Had u de ophef over deze wet zien aankomen?

De minister zucht. „Ja en nee. In de Tweede Kamer waren alle punten van discussie al aan de orde gekomen en op die punten is het nu ook het meest spannend. Is twee jaar voldoende om voor elkaar te krijgen dat mensen sneller een vast dienstverband krijgen? Is het te lang, te kort? Een transitievergoeding bij ontslag verplicht stellen voor werkgevers die iemand twee jaar in dienst hebben gehad, is dat te snel of te laat? We willen allemaal vooraf de zekerheid dat we in 2019 zeggen: de wet heeft gebracht wat we ervan hoopten. Maar die zekerheid is er niet.”

Waarom twee jaar wachten op een vast contract? Waarom niet één, zoals de vakbonden wilden of drie, de wens van de werkgevers?

„Na twee jaar weet je wel of iemand goed functioneert en in het team past. Maar iedere termijn heeft iets arbitrairs. Vakbonden en werkgevers zijn er samen uitgekomen dat dit redelijk is.”

Werkgeversvoorzitter Hans de Boer van VNO-NCW verwacht niet dat deze wet banen gaat opleveren. Wat verwacht u van hém?

„Ik verwacht dat hij lobbyt voor de grote bedrijven. Maar ook dat zijn werkgevers investeren in duurzame arbeidsrelaties met werkenden. Een wet die de arbeidsmarkt reguleert gaat niet meer of minder banen opleveren. Ik begrijp Hans de Boer heel goed als hij zegt: er komt meer bij kijken. De lasten op arbeid moeten omlaag om meer banen te creëren.”

Maar doen de werkgeversorganisaties nu genoeg om hun achterban zover te krijgen dat ze zich aan de bedoeling van de wet houden?

„Ik denk dat ze meer kunnen doen aan voorlichting aan bedrijven, bijvoorbeeld over maatwerk dat binnen de wet mogelijk is. Er zijn nog onvoldoende bedrijven die daarvan weten.”

Waarom lukt het de overheid niet om zelf het goede voorbeeld te geven? Denk aan constructies die worden bedacht in de thuiszorg of overheidsinstellingen die nu ook zelf tijdelijke contracten niet meer verlengen.

„De overheid heeft twintig jaar achter de rug van ‘doen alsof we een bedrijf zijn’ en ‘BV Nederland-denken’. Dat gaat niet in de koude kleren zitten. Het is goed dat de overheid probeert om efficiënt met overheidsgeld om te gaan, maar ga niet alles outsourcen en weg-organiseren. De enige manier om dat te veranderen, is om er per keer heel serieus naar te kijken en het verbeteren. Ik zal doen wat ik kan.”