Iedereen speelt Het dak eraf

De musicals die het einde van de basisschool markeren, zijn kant en klaar te koop. Noem het gerust een industrie. Honderden kinderen schitteren deze weken in dezelfde rol.

Eén octaaf. Dat is het bereik van de gemiddelde groep 8 leerling. Daar moet je als musicalproducent rekening mee houden, legt Bart Peters uit. Zijn vader maakte al musicals voor Benny Vreden Kinderproducties, sinds 1964 de godfather van de Nederlandse schoolmusical, dus hij kan het weten.

Zo kent Peters meer ijzeren musicalwetten: een musical moet in twee zinnen uit te leggen zijn, speelbaar zijn door 20 tot 30 kinderen, zowel in gymzaal als theater op te voeren zijn en circa acht liedjes tellen, met melodieën die eenvoudig genoeg zijn om ook met hevige plankenkoorts te kunnen worden gezongen. „Het moet voor de kinderen een feestje zijn.”

De slotmusical van groep 8 is op bijna alle 6.500 Nederlandse scholen de climax en uitsmijter van de basisschooltijd. Ouders in de zaal zien alleen hoe uniek hun kind op het podium is. Ze realiseren zich niet dat in deze weken misschien wel duizend kinderen precies dezelfde rol spelen. Want bijna alle scholen kopen een musical, een enkele streng gereformeerde school uitgezonderd. En een handvol producenten levert het gros van de stukken: Het Musical Mysterie, Het Dak Eraf, De Koning te Rijk: ze worden op honderden, soms meer dan duizend scholen gespeeld. Peters: „Onze best verkochte musical is De Trein. Sinds 2010 hebben we die 1.800 keer verkocht.”

Benny Vreden is nog steeds marktleider („wij waren lang de Wehkamp van de schoolmusical”), maar er zijn de laatste jaren stevige concurrenten bijgekomen, zoals Rep en Roep Musicals, Spotlight Musical Productions en Muzikantine. Ook Warchild, dat gratis musicals weggeeft in ruil voor fondsenwerving door de school, is met 2.500 opgevoerde musicals sinds 2011 een serieuze speler.

Dat Albert Verlinde, Marco Borsato en Guus Meeuwis zich eraan verbonden, zal zeker geholpen hebben. Al blijft schoolmusicals produceren een vak apart, zegt Bart Peters: „Niet elke school kan uit de voeten met liedjes van twee octaven, acht decors en spelers die in rook opgaan. Je ziet dus vaak dat scholen die gratis musicals wel downloaden, maar er uiteindelijk toch eentje kopen.”

Ook de muurbloempjes

Schoolmusicals zijn in het onderwijs een branche op zichzelf. Dat zie je op afscheidsmusicalportaal.nl, waar Etienne Oosterhoff alle aanbieders en musicals verzamelt. Oosterhoff denkt dat maar heel weinig scholen zelf een musical maken, voor 150, 200 euro heb je een compleet, professioneel pakket met toeters en bellen. Want een musical is, anders dan in 1964, allang niet meer alleen een script en wat bladmuziek. Er zijn apps voor leerlingen om liedjes in te studeren, dansvideo’s, workshops (met Carlo Boszhard!), masterclasses en vippremières (met Guus Meeuwis!). >> >> Intussen zijn de thema’s minder aan verandering onderhevig. Een verhaal met een plot, iets om te lachen, iets met de liefde. Er zijn heus verschillen tussen producenten. De één profileert zich met humor, de ander is beter in liedjes, maar aan het einde van elke musical komt alles goed en komen alle spelers samen voor het daverende slotlied.

Het dak eraf, van Spotlight, is dit jaar, met rond de duizend verkochte exemplaren, één van de populairste musicals. Een verhaal over een landhuis dat voor de helft aan daklozen en voor de andere helft aan miljonairs wordt verhuurd, met als apotheose een gezamenlijk feest (als dat maar goed gaat!). Hij voldoet aan alle slotmusicalwetten. Hij telt acht liedjes plus een medley en ongeveer twintig scènes in vijf kwartier.

Producent Hans van Wingerden: „Toen we acht jaar geleden begonnen, vonden we de liedjes van de bestaande producenten vaak nogal goedkoop klinken. Wij leggen er echt eer in om de arrangementen mooi uit te voeren. En wij hebben het roer omgegooid qua hoofdrollen. Geen twee of drie, maar heel veel hoofdrollen. En ook grote rollen met weinig of geen tekst. Zo hadden we eens een holbewoner die voortdurend op het podium stond, zonder één regel tekst. Er is altijd wel een jongetje dat precies in zo’n rol past.” Zoals ook alle klassen wel zo’n muurbloempje hebben dat in die laatste musicalweken ineens tot bloei komt.

Boer zoekt vrouw

Als iets opvalt, is het dat slotmusicalmakers eerder bevlogen pedagogen zijn dan commerciële producenten. „Het gaat me echt aan het hart”, zegt Bart Peters van Benny Vreden, „dat het kunstonderwijs zo achteruit gegaan is de laatste jaren. Kinderen haalden vroeger zo drie noten hoger, er werd gewoon veel meer gezongen in de klas.” Van schoolmusicals maken is nog nooit iemand rijk geworden, zegt hij.

Hoewel de meeste scholen het om het geld niet hoeven laten, is er op een enkele school nog een leerkracht zo gek om de kerst- en voorjaarsvakantie op te offeren om zelf een musical te schrijven. De Amsterdamse school de Achthoek voerde dit jaar een bewerking op van een musical die docent Chrétien Gabriëls al eerder schreef. „Ik heb er nu acht op de plank liggen. Die we dit jaar speelden heette ooit Boer zoekt vrouw, maar iedere klas geeft er weer een eigen draai aan.”

Gabriëls heeft weleens gezocht naar bestaande musicals, „maar de liedjes zijn vaak zo zoetsappig. En de verhalen zo kinderlijk. Ik vind het leuk als de musical ook een laag heeft boven de hoofden van de kinderen. Met liedjes van Abba en Queen. En grappen waar alleen de ouders om lachen.” Zo komt bij Zin in een spelletje? ineens Leontine uit Rad van Fortuin langs met haar bordjes. Geen kind dat het snapt, maar de zaal gaat plat. <<