‘Fietsen voorkomt jaarlijks 11.000 sterfgevallen in Nederland’

Dat melden verschillende media waaronder de NOS

illustratie Martien ter Veen
illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Dat fietsen gezond is, dat dachten we natuurlijk al. En nieuw onderzoek van de Universiteit Utrecht lijkt het ook te bevestigen. „Fietsen voorkomt volgens de studie jaarlijks 11.000 sterfgevallen in Nederland”, stond afgelopen maandag op de site van de NOS, over dat onderzoek. Klopt dat? We gaan het checken.

Waar is het op gebaseerd?

Het getal van 11.000 wordt ook genoemd in een nieuwsbericht op de site van de Universiteit Utrecht. Deze studie laat volgens de onderzoekers voor het eerst zien wat de meetbare, concrete gevolgen zijn van fietsen voor Nederlanders.

De studie valt onder het Healthy Urban Living onderzoeksprogramma van de Universiteit Utrecht. Dit is een samenwerkingsprogramma van een aantal onderzoeksgroepen- en instituten zoals het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en TNO. Voor het betreffende onderzoek werd gebruikgemaakt van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Door middel van enquêtes werden mobiliteitsgegevens verzameld van circa vijftigduizend Nederlanders. De resultaten van het onderzoek zijn op 11 juni gepubliceerd op de site van het wetenschappelijke tijdschrift American Journal of Public Health.

En, klopt het?

Allereerst is het goed om te weten dat er nu niet onderzocht is of fietsen an sich gezond is. Wat wél is onderzocht: hoeveel Nederlanders fietsen en wat de gevolgen hiervan zijn. Daarvoor hebben de onderzoekers de zogenoemde Health Economic Assessment Tool gebruikt, een rekentool die ontwikkeld is door de Wereldgezondheidsorganisatie. Hiermee is in grote lijnen berekend hoeveel minder sterfgevallen er zijn doordat mensen regelmatig fietsen.

Iets preciezer: uit de data van het CBS blijkt dat de gemiddelde Nederlander ongeveer 75 minuten per week fietst. Vervolgens is gekeken wat het gemiddelde sterftecijfer per leeftijdsgroep is. De onderzoekers gaan ervan uit dat per 100 gefietste minuten per week, er 10 procent minder sterfgevallen zijn. Dit cijfer is ontleend aan eerdere, buitenlandse onderzoeken, die maten wat de gezondheidsgevolgen zijn van fietsen. Het is dus een aanname. Uit de berekeningen van de onderzoekers bleek dat als van alle leeftijdsgroepen 10 procent van de sterfgevallen voorkomen wordt, je uiteindelijk jaarlijks 11.000 sterfgevallen voorkomt.

We bellen even met Johan Mackenbach, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, naar wie verwezen wordt in het onderzoek. Hij heeft één kritiekpuntje: het was goed geweest als ook de onzekerheidsmarges van het onderzoek waren aangegeven. Iedere stap in de berekening gaat gepaard met onzekerheden en die kunnen bij elkaar opgeteld de uitkomsten flink beïnvloeden. De 11.000 sterfgevallen die voorkomen worden, zouden er volgens hem ook bijvoorbeeld 4.000 of 20.000 kunnen zijn.

Onzekerheidsmarges zijn normaal bij een onderzoek, hoewel in dit geval vrij fors. Maar er is nog iets: er is een fout in het onderzoek geslopen. Als we de onderzoekers bellen, hebben ze net de avond ervoor ontdekt dat er een fout in de Excel-sheet zat, waardoor er werd verwezen naar de verkeerde cel.

Gevolg: er worden minder sterfgevallen voorkomen dan aangenomen. In een nieuw persbericht van de onderzoekers wordt nu gesproken over 6.500 voorkomen sterfgevallen.

Conclusie

Uit de cijfers van verschillende onderzoeken blijkt dat fietsen gezondheidsvoordelen oplevert en dat het je leven kan verlengen. Maar het is moeilijk om exact te zeggen hoeveel sterfgevallen fietsen jaarlijks voorkomt. Elk getal is een schatting. En in dit geval is de schatting te hoog, zeggen de onderzoekers zelf, door een foutje. Daarom beoordelen we de stelling als grotendeels onwaar.