De witte met het zwarte hart

Dwars door Charleston, in de Amerikaanse staat South Carolina, loopt een lijn. Je ziet hem niet, maar iedereen weet van het bestaan. De lijn bepaalt wie je vrienden zijn, welke winkels je bezoekt. Wie een goede baan krijgt, en wie bij de Burger King terechtkomt.

Aan de ene kant van de lijn, zegt Denise Cromwell, hoor je de preppy white talk van de blanken. „Zoals ik nu tegen jou praat. O-ver-dre-ven langzaam en netjes. Anders versta je me niet.” Aan de andere kant van de lijn spreken ze Geechie, het zwarte accent waarbij je woorden vet aanzet vanuit je keel. Ze doet het voor: „I’mma tell ya how I féél, cuz’ I don’t cáre.

Niemand, zegt ze, steekt de lijn over. Op 3 juni 1991 deed Denise Cromwell het toch. Zij en haar man Lamar adopteerden op die dag Asia, een baby van drie dagen oud. Denise en Lamar zijn zwart. Asia is nu 24. Ze is blank.

Het was geen bewuste keuze, of een politieke stellingname. Het gebeurde per ongeluk. Denise en Lamar wilden een kind, maar zwanger worden lukte niet. Voor ivf was geen geld. Ze meldden zich aan bij een adoptieprogramma voor Defensiepersoneel – Lamar werkte bij de luchtmacht.

Een blanke moeder, hoorde het echtpaar, wil na de geboorte haar baby afstaan. De vrouw was verkracht door een zwarte man, had ze gezegd. De baby zou ‘biraciaal’ zijn. „Ze zeiden eigenlijk: ‘misschien biraciaal’. Maar ik luisterde nauwelijks, ik was zo opgewonden”, zegt Denise. „We dachten: biraciaal, prima. Lamar heeft ook een iets lichtere huidskleur. Niemand zou het gek vinden.”

Kraamkamer

Toen Denise Cromwell zich een paar dagen na de bevalling in het ziekenhuis meldde, merkte ze dat een groepje artsen en verpleegkundigen achter haar aanliep, de kraamkamer in. Zij wisten het al, bedacht ze zich later, en wilden haar reactie zien. Die ging ongeveer zo. Denise gaat staan en zet grote ogen op. „WOAH! WOAH! Twee keer schrok ik. Ten eerste omdat de baby roomblank was. Ten tweede omdat ik in een rare droom ook een blanke baby had.”

Onzeker belde Denise haar oma. Zij vroeg: „Heb je gebeden voor een baby?”

„Ja, oma.”

„Heb je gebeden voor een zwárte baby?”

„Nee, oma.”

„Dan had je specifieker moeten bidden.”

Ik ontmoette Denise Cromwell vorige week. Ze stond voor Emanuel AME Church in Charleston. Ze kende Clementa Pinckney goed, de dominee die een dag eerder met acht andere kerkgangers was doodgeschoten. Ze wilde bloemen neerleggen voor de slachtoffers, en erop toezien dat het rustig bleef. Als ze niet werkt, is ze veel op straat te vinden. Ze is actief in de kerk, en brengt voedsel langs bij daklozen. Ze is lang, goed gekleed, kort kapsel, Prada-bril. Ze komt uit een familie van militairen. Haar man is ex-militair. Ze is niet snel bang.

Het bleef die avond rustig, en waardig. De rassenoorlog die Dylann Roof, de schutter, wilde beginnen, bleef uit. Charleston reageerde met saamhorigheid. Blanke en zwarte Charlestonians omhelsden elkaar tijdens diensten, stille tochten en wakes. Die „uitbarsting van eenheid”, zei president Obama, „kan de restanten van de haat uitwissen”. Het was prachtig, zegt Denise. Op televisie ziet ze de beelden weer voorbijkomen, ze schiet vol.

Precies een week later spreek ik Denise opnieuw, nu in haar kapperszaak in North Charleston, een Afro-Amerikaanse voorstad van het grotendeels blanke Charleston. Asia is er ook.

Denise is emotioneel. Ze is bedreigd, zegt ze. Gisteravond was ze weer bij de kerk. Het was rustig, de meeste journalisten zijn al dagen weg. Toen verscheen een groep zwarte activisten van buiten de stad. Het waren aanhangers van de radicale zwarte leider Malik Zulu Shabazz, een voormalige leider van de New Black Panthers. „Wie is de vrouw met dat blanke kind?”, riep een van hen. „Het werd zo bedreigend”, zegt ze. „Eentje riep: ‘We schieten de white folks dood.’ Een groepje begon te roepen: ‘Fuck Denise!’.”

Asia: „Mam! Echt?”

Denise: „Ze hebben een baksteen naar een blanke vrouw gegooid. Zo naar.”

Later die avond ging ze eten in het laatste zwarte restaurant in de buurt van de kerk. Charleston wordt steeds duurder. Afro-Amerikanen trekken langzaam maar zeker weg naar het verpauperde North Charleston. „In het restaurant kwam een vrouw uit de groep naar me toe, een van de opgewonden standjes. Ze stond nog steeds achter haar opmerking over blanken, maar vond het vervelend voor Asia. Ze bood haar excuses aan.”

De telefoon gaat voortdurend. Ze drukt alle oproepen weg, zelfs van een bezorgd Congreslid. Ze is nog te kwaad. Het incident doet haar denken aan de verdeeldheid in de Afro-Amerikaanse gemeenschap na de dood van de tiener Trayvon Martin, in 2012. Daarmee begon de groei van het verzet tegen geweld, en onderhuids racisme. Het was tegelijk een afrekening met de mythe van een ‘postraciaal’ Amerika. „We hielden een grote demonstratie. Het begon eensgezind, maar na een tijdje stonden de leiders van mijn gemeenschap te vechten om de microfoon.”

Grasveldje

Grote gebeurtenissen doorbreken de status quo, en confronteren blank en zwart weer even met elkaar. Charleston heeft dit jaar eerder zo’n moment gehad. Op een grasveldje, een paar honderd meter van de kapperszaak, schoot een blanke agent de 50-jarige Walter Scott dood, een zwarte man. Scott werd in de rug geschoten, bleek uit een filmpje, nadat hij was weggerend bij zijn aanhouding. Het filmpje veroorzaakte een nationale rel, en liet een diepe kloof zien tussen bevolking en politie in North Charleston. Driekwart van de bevolking is zwart, 80 procent van de politie blank.

Denise Cromwell laat de plek zien. Daar, wijst ze, 42 stappen van het hek, gebeurde het. Ze heeft er stiekem een plantje in de grond gestopt, want de eigenaar van het veldje, „een latino”, gooit alle bloemen en kransen weg. „Ik wil het veld kopen en er een monument bouwen. Hij vraagt een miljoen dollar. Dus ik ben aan het sparen.”

Maar raciale spanningen liggen veel dieper dan de hate crimes, of gevallen van politiegeweld die wereldnieuws worden. Als je écht wil weten hoe het werkt, zegt ze, dan moet je naar de opvoeding van Asia kijken. „Dan zie je wat er gebeurt als je de ongeschreven wetten overtreedt. Een zwart kind in een blank gezin mag, dat zie je soms wel. Een blank kind in een zwart gezin is ongehoord, zeker hier in het Diepe Zuiden. Toen Asia jong was, dacht iedereen dat ik haar nanny was. Toen ze ‘mama’ begon te zeggen, begonnen de rare blikken. Vooral de blanken zijn goed in afkeurend kijken.”

Ze heeft ook van de verwarring genoten, zegt ze. Al in het ziekenhuis liet ze zich in een rolstoel naar de auto rijden, Asia op schoot. Puur om het schokeffect. Ze knuffelde Asia veel op straat, omdat een nanny ongeïnteresseerd hoort te zijn.

Asia draait in haar stoel. Ze is blond en werkt als receptionist in de kapperszaak in een strip mall, een anonieme strook winkels langs een drukke weg. Na de zomer gaat ze een technische opleiding doen. Ze houdt van klussen, en droomt ervan ooit in de Boeing-fabriek te werken. „Ik heb me nooit blank of zwart gevoeld”, zegt ze. „We hebben nooit ‘het gesprek’ gehad aan de keukentafel. Ik zag nauwelijks het verschil.” Denise: „Tot je een jaar of acht was.”

Asia: „O, dat was traumatisch! Jij haalde me op van school, en een klasgenoot zei: ‘Dat is je echte moeder niet. Zij is zwart, jij bent blank’. Ik zei: ‘Nee, het schoolbord is zwart’. Ik lette echt niet op jouw huidskleur.”

Denise: „Wij dachten: we praten niet over ras. De Amerikaanse cultuur is overwegend blank. Als je een zwart kind hebt, moet je die leren te overleven in die dominante cultuur. Dat hij netjes en duidelijk moet praten, blikken moet ontwijken. Asia hoefde niet te leren wat het is om blank te zijn, dachten we. Nu heb ik spijt. Ze heeft haar hele jeugd met verdriet rondgelopen, hoorde ik achteraf.”

Asia: „Mijn eerste dag in het hoger onderwijs, toen ik mijn boeken ophaalde, kwamen alle blanke studiegenoten naar me toe.” Ze doet ze na: „Dus jij woont bij de zwarten? Hoe is dat nou?” Asia sloeg lessen over, en wilde niet meer in de klas zitten.

Familiefoto’s

Het wordt avond, en Lamar haalt Denise en Asia op. Thuis, een vrijstaand huis in een gegoed deel van North Charleston, praten ze verder. Een getekend portret van Obama aan de muur, tientallen familiefoto’s. „Vanaf het begin zagen we er strikt op toe dat hier in huis alles multiraciaal was – zonder dat het expliciet benoemd werd. De figuren in de kerststal bijvoorbeeld: de helft was zwart, de helft blank. Jezus was lichtbruin, dat leek het eerlijkst. Asia kreeg twee poppen: een zwart, een blank. Denise had ze in de winkel uit verschillende pakken moeten scheuren, want klanten kopen zwarte óf blanke poppen.

Asia laat een jurkje met borduurwerk zien, dat haar natuurlijke overgrootmoeder ooit maakte. Met haar natuurlijke moeder belt ze nog af en toe, de rest van de familie ziet ze niet meer. „Als kind werd ze getolereerd”, zegt Denise. „Toen ze ouder werd, was ze niet meer welkom. Ze vonden Asia te black ghetto.”

Asia heeft één keer Kerst bij haar natuurlijke familie gevierd, ze was een jonge tiener. Het fotoalbum van die vakantie in Michigan is nog altijd een van haar dierbaarste bezittingen. Tussen de familiefoto’s heeft ze Mickey Mouse-stickers geplakt, of ‘Ho ho ho Santa!’ geschreven. „Ik vond het zo leuk, dat ik ’s zomers weer wilde. Toen legde mijn moeder uit: je familie heeft problemen met ons ras.” Ze barst in tranen uit. „Ik heb een halfzus, ik zou haar vriendin willen zijn. Ik zie haar misschien nooit meer.”

Het gesprek komt op Rachel Dolezal, een leider van de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP). Zij noemt zich al jaren zwart, maar bleek in werkelijkheid blank. Ze had jaren gelogen. Het land viel over haar heen. Ook zwarte leiders waren woedend: hoe durft ze? Zwarten die zich blanker voordoen, dát komt voor. Andersom: nooit. Dat roept associaties op met blackface, zoals blanke acteurs vroeger deden als ze een Afro-Amerikaan speelden.

Asia voelt zich zwart, maar haar huid is wit. In de VS, waar je voortdurend je ras moet invullen op documenten, geeft dat problemen. „Als kind vulde ik gedachteloos ‘zwart’ in. Ik voel me zwart. Ik praat zwart.”

Denise: „Je moet slim zijn. Als je je op een school inschrijft, moet je jezelf ‘zwart’ noemen. Dan krijgt de school extra geld voor achterstandsleerlingen. Maar als je solliciteert: uh-uh.”

Asia is al eens afgewezen voor een baan als receptionist in een hotel „waarvan iedereen in de stad weet dat ze alleen blanken aannemen”. Brief geschreven, ‘blank’ ingevuld, meteen werd ze uitgenodigd voor een gesprek. Ze hoefde alleen nog maar te tekenen. Toen ze daar haar mond opendeed, maakte de manager snel een einde aan het gesprek. Ze heeft nooit meer iets gehoord.

Stil even, roept Denise abrupt. „We zijn op tv!” De lokale nieuwszender bericht over het „vreselijke incident” van gisteren, met de zwarte activisten, de bedreiging, en een paar opstootjes. Leider Malik Zulu Shabazz is boos, zo blijkt, omdat de nabestaanden van de vermoorde kerkgangers vergiffenis schonken aan de moordenaar. Hij roept de zwarte bevolking op de wapens op te nemen tegen de blanke overheersing.

Denise snuift van woede. „Ze zijn hier niet meer welkom. Ik stuur ze weg als ik ze weer zie. Het is ons Charleston. Kan de saamhorigheid echt maar een paar dagen duren?”