De wereld herontdekt

S. Montag

Hoe ontdekt een modern mens bij zichzelf een gebrek? Dat hangt ervanaf hoe het is ontstaan. Dat kan ruwweg op twee manieren: revolutionair of geleidelijk. Iedere dag staat de krant vol met nieuws over revolutionaire gebeurtenissen die het leven van een mens radicaal veranderen. Dat zijn de ongelukken. Het eigenaardige is dat we eraan gewend zijn geraakt. Hoe vaak komt het voor dat iemand bij een verkeersongeluk een been of een arm verliest? Dat weten we niet. We hebben de statistieken met de dodelijke ongelukken, de zwaar- en de lichtgewonden, we worden uitvoerig ingelicht over alle mogelijke veiligheidsmaatregelen, maar het leven van degene die het voortaan met één been moet doen, blijft onbesproken. Er zit iets onrechtvaardigs in.

Hoe staat het intussen met degenen die geleidelijk ten prooi raken aan de vanzelf groeiende gebreken? Om te beginnen: dat is niets bijzonders. Het is de ouderdom, daar ben je op voorbereid. Als je iemand van een jaar of tachtig in een voorbeeldige sprint de tram ziet halen, ga je twijfelen. Een bekende Nederlander? Iemand die niet helemaal goed snik is? Als je ouder dan tachtig bent, hoor je met een wandelstok te lopen. Een stevig drafje hoort er niet meer bij. Maar er zijn uitzonderingen.

Het lezen van boeken, kranten, het tikken op de toetsen van mijn laptop hoort tot mijn beroep. Toen werd ik een jaar of twee geleden getroffen door endocarditis, een ernstige aandoening van de hartkleppen. Vijf weken ziekenhuis. Daarna ging ik fris als een hoentje weer de vrije wereld in, dat dacht ik tenminste. Weer stukjes tikken. Maar er was iets met mijn toetsenbord gebeurd.

De W stond op de plaats van de M, de R en de B waren verwisseld. De hele orde van Bill Gates was in een chaos veranderd en dat was niet zijn schuld. Ik dacht aan Gregor Samsa, de held van Franz Kafka’s verhaal Die Verwandlung. Op een ochtend ontdekt hij bij het opstaan dat hij in een insect is veranderd. Zes poten in plaats van vier ledematen, geen neus meer maar twee voelhorens. Dit is het verhaal van een fysieke revolutie.

Op kleinere schaal heb ik iets vergelijkbaars meegemaakt. Jaren geleden is de Volkskrant begonnen met het publiceren van de rubriek ‘Voetnoot’ van Arnon Grunberg op de voorpagina, een kort, snedig commentaar bij het wereldgebeuren. Ik las het graag maar op zeker moment merkte ik dat het me moeite begon te kosten. De tekst stond afgedrukt op een steunkleur, een stukje van de pagina dat een donkerder kleur had. Ik hield het dichter bij het raam. In het begin heeft dat geholpen, maar geleidelijk ging mijn blik op de samenhang verloren. Die heb je bij het lezen ook nodig. Een brief aan de redactie geschreven met de boodschap dat ZWART OP WIT altijd het allerduidelijkst is. Het heeft niet geholpen.

Intussen waren ook andere grote kranten met het opvrolijken van hun opmaak begonnen, met leuke foto’s, leuke diagonaal afgedrukte kolommen, leuke tekeningen, alles leuk. En het leek wel alsof alles in een steeds kleiner lettertype werd gedrukt. Toen kwam het merkwaardige. Als je je ergens aan ergert wil je er ook zoveel mogelijk precies van weten. Ik ontdekte dat het niet lag aan de kwaliteit van wat ik in mijn blikveld kreeg maar aan de scherpte van mijn gezichtsvermogen. Kort gezegd: ik leed aan de oogziekte staar. De contouren van de wereld vervaagden in een toenemend tempo.

Ik heb me laten opereren, moest plat op een hard bed gaan liggen, mocht niet meer hoesten en daar begon de dokter. In de diepte van het oog verscheen een klein bolletje van hels vuur, dat doofde weer, de dokter ging verder met zijn magische werk en binnen een half uur had ik een nieuwe lens. De hele wereld was in een dikke mist verdwenen. Ik mocht weer naar huis met een dikke klep voor het geopereerde oog.

En nu het wonder. Binnen een paar dagen begon de wereld uit de mist te herrijzen, de overkant van de straat werd weer herkenbaar, ik kon de krant en de magerste lettertjes op mijn beeldscherm weer lezen. Het gebrek was verdwenen, de herontdekking van de wereld was begonnen.