De picknick perfectionist

Foto Inge Trienekens

Ik ken mensen die ’s ochtends twee sneetjes brood in een plastic zakje stoppen om die later op de dag ergens op een bankje langs een fietspad op te peuzelen en die dat picknicken noemen. Mijn ouders zijn zulke mensen en ik heb bewondering voor het feit dat zij gelukkig worden van twee boterhammen met kaas in de buitenlucht. Appel erbij, pakje halfvolle melk.

Alleen een snob is van mening dat een maaltijd van koude gebraden kip, komkommersandwiches, rijpe brie en aardbeien met slagroom, begeleid door gekoelde zalmroze rosé uit klinkende glazen en geserveerd vanuit een rieten mand op een geruit kleed aan een zacht kabbelend beekje, een betere picknick is. Het zit hem niet in de vorm, het zit hem in de stemming.

„Geen twee picknicks zijn hetzelfde”, schrijft Walter Levy in zijn boek The picnic. „De realiteit is dat alle picknicks variaties op een thema zijn. Gelukkige mensen hebben de neiging gelukkige picknicks te hebben, terwijl ongelukkige mensen eerder ongelukkige picknicks hebben.”

Levy’s boek staat vol met dit soort interessante observaties. Verderop schrijft hij: „Picknickers die op zoek zijn naar het ideaal, zullen alleen genoegen nemen met een perfecte dag.” Hetgeen natuurlijk betekent dat teleurstelling om de hoek ligt. Elk onverwacht bezoek van regen, mieren of luidruchtige mederecreanten zal immers de stemming versjteren. Dag perfecte picknick.

Wat ik bedoel is dit: picknicken is net als het leven zelf. Je maakt de prachtigste plannen, maar je hebt niet alles in de hand. De kunst is ervan te maken wat ervan te maken valt. Zij die dat kunnen zijn gezegende bon vivants.

Nog twee tips. De eerste is van Levy. Hij suggereert om voor het eten eerst wat te spelen, op een klein avontuur te gaan of de liefde te bedrijven. Dat is sowieso een goed plan. De tweede is van mij: pas alsjeblieft op voor teken. Ik vond er tijdens mijn laatste picknick eentje op mijn been en dat is niet per se bevorderlijk voor de romantiek.

Janneke Vreugdenhil