Duiken in zacht zand zonder rode knieën te krijgen

Voor het WK beachvolleybal is zo’n 4.000 kubieke meter zand gestort.
Voor het WK beachvolleybal is zo’n 4.000 kubieke meter zand gestort. Foto ANP

Zoef. Als de vrachtwagen kiept, ploft een flinke hoop zand in één ruk neer op het Plein in Den Haag. Matthijs Agterberg woelt wat in de bult en pakt een hand vol met zand. „Normaal”, zegt hij „kan je er een bal van knijpen.” Maar het zand glipt door zijn vingers. „Dat is goed, anders wordt het zo hard als beton.”

Agterberg – werkzaam voor het gelijknamige familiebedrijf – is een belangrijke schakel achter het zand op het WK beachvolleybal, dat vanavond begint. Het aannemingsbedrijf zorgde ervoor dat de afgelopen dagen 175 vrachtwagens met zand op de velden in de speelsteden Amsterdam, Rotterdam, Apeldoorn en Den Haag werd gestort – in totaal 4.000 kuub.

Het is niet zomaar zand van het strand – er is geen schelpje te zien. Het WK-zand moet aan speciale eisen voldoen van de internationale volleybalbond. Er wordt een vrij grove korrel verlangd, vertelt Agterberg (26). „Dit zand is een beetje los, waardoor het indeukt en je demping hebt.” Te fijn zand is niet geschikt: het veld wordt dan te hard en bij forse regenval zakt het water niet weg.

Na vier keer proberen kwamen ze bij Agterberg tot de juiste mix. Het is een mengsel van vier verschillende zandtypes uit de driehoek tussen Arnhem, Nijmegen en Utrecht. „Het is puur Nederlands zand, van het vasteland.” Een monster – een emmertje zand – werd opgestuurd naar de keuringsinstantie in Canada, waar het werd goedgekeurd.

Agterberg, die zelf op redelijk niveau beachvolleybalt, heeft deze week proef gespeeld. „Het voelt goed, als je hier in duikt krijg je geen rode plekken op je knieën.”

Het zand wordt na het WK verkocht aan volleybalclubs. „Het blijft altijd goed. Wel moet je oppassen voor kattenpoep.”