Opinie

Vergeven?

Dylann Roof vergeven? Never nooit niet, schrijft deze week Roxane Gay in een opmerkelijk heftig artikel op de opiniepagina’s van The New York Times. Zij is zwart, schrijver en hoogleraar. „Ik heb niet rechtstreeks te maken met wat in Charleston gebeurde, behalve dat ik mens ben en zwart, maar ik denk niet dat ik hem ooit zijn misdaden zal vergeven, en ik voel me helemaal op mijn gemak bij die keus.”

Haar artikel valt op in de zee van publicaties over de negenvoudige moordenaar van Charleston – juist door die, voor een intellectueel, onverzoenlijke toon. Roxane Gay heeft zich geërgerd aan allerlei meningen en interpretaties die na de moordpartij van Charleston opgeld deden. Ze wijst waarschuwend naar de media: zij proberen de terrorist te vermenselijken door zijn haat te verklaren; er móét immers een verklaring zijn voor zo’n afschuwelijke actie.

Dan was er een rechter die niet alleen de families van de vermoorde mensen slachtoffer noemde, maar ook de familieleden van de terrorist. „Er zijn geen grenzen aan de witte macht bij de roep om genade”, vindt Gay. „De roep om vergeving is een pijnlijk bekend refrein als zwarte mensen lijden. Witte mensen omhelzen verhalen over vergevensgezindheid, zodat ze kunnen doen alsof de wereld fatsoenlijker is dan hij in werkelijkheid is, en racisme louter een overblijfsel is van een pijnlijk verleden in plaats van een onuitwisbaar deel van ons heden.”

Tot hier is haar kritiek nog gangbaar te noemen: ‘zwart’ Amerika reageert zich af op ‘blank’ Amerika. Maar ze zet een belangrijke stap verder: ze hekelt ook de vergevensgezindheid die een deel van de zwarte gemeenschap, de families van de slachtoffers voorop, uitdraagt.

„Ik heb groot respect voor de families van de negen slachtoffers die deze terrorist en zijn moorddadige racisme kunnen vergeven. Ik kan niet begrijpen dat zij in staat zijn tot zoveel welsprekende barmhartigheid en genade onder zoveel bedreiging. Negen mensen zijn dood. Negen zwarte mensen zijn dood. Ze zijn vermoord bij een terroristische aanslag.”

Zij citeert met verbazing enkele familieleden, zoals Nadine Collier, die haar moeder verloor en zich tot de dader richtte met de woorden: „Je nam iets heel kostbaars van me weg. Ik zal nooit meer met haar kunnen praten. Ik zal haar nooit meer kunnen vasthouden. Maar ik vergeef je, ‘and have mercy on your soul.’”

Gay is katholiek opgevoed, maar ze vecht nog steeds met het geloof. „Ik geloof dat God een God van de liefde is, maar ik kan niet begrijpen dat die liefde niet sterk genoeg is om ons te redden van onszelf.” Het mag een mooie gedachte zijn om altijd maar te vergeven, maar er moet een grens zijn, vindt ze. „Ik ben vooral niet bereid om diegenen te vergeven die geen spijt tonen, die geen enkele belangstelling hebben voor verzoening.”

Er kwamen veel reacties op het artikel van Gay. Er was bijval, maar ook kritiek. Ik vond het een moedig stuk en las het ook met instemming, maar er was één reactie die me aan het wankelen bracht. Een lezer schreef: „Het is de daad van vergeving die hen [de zwarte bevolking] bevrijdt van wrok en van de macht die de schutter over hen had. Vergevensgezindheid werkt bevrijdend, voor ons allemaal.”

Dat was ook de opvatting van Abel Herzberg: als je blijft haten, blijf je in de macht van de dader. Hij vond dat je je haat moet beheersen.