Vanaf toen altijd eerst op zoek naar de nooduitgang

NRC-lezers helpen de verwoeste Hoogstraat te herbouwen. Vandaag de familie Schoenmaker. Die moest vluchten van nummer 56-58, waar ze pas een pension waren begonnen.

Het gezin wordt op 14 mei 1940 gewekt door een collega van vader Nico, ambulancechauffeur bij Maas & Co Tax. „Nico wordt wakker. Het is oorlog”, roept zijn maat vanaf de straat. Schoenmaker snelt naar buiten en laat zich bijpraten. Voordat hij aan het werk gaat, instrueert de jonge vader van vier kinderen zijn echtgenote om papieren stroken over de ramen te plakken. „Dan vliegt het glas er niet uit door de luchtdruk van eventuele bommen.”

Terwijl zijn echtgenote doet wat haar is opgedragen, kijkt enige dochter Beppie nieuwsgierig toe. Ze wordt die dag drie jaar en wacht vol spanning af wat haar verjaardag zal brengen. Als Schoenmaker rond de middag thuiskomt, heeft hij slecht nieuws. „Annie we moeten hier weg. Het bombardement kan elk moment losbarsten”, zegt hij gehaast tegen zijn echtgenote. De ambulancechauffeur heeft dat naar eigen zeggen vernomen van het militair commando waarvoor hij gewonden vervoert.

‘Annie’ weigert te vluchten, zo vertelt ze haar dochter later. „Ons huis annex pension was net nieuw ingericht. De volgende dag zouden de eerste gasten komen. Mama veranderde pas van gedachten toen het Mariabeeldje in de woonkamer van zijn sokkel trilde door het gebulder van de kanonnen. Als overtuigd katholiek zag ze dit als een waarschuwing, zegt Bep (78) terugblikkend in een e-mail.

Haar broers Nico (Niek) en Thomas (Tom), destijds 12 en 13 jaar, zouden het bewuste moment ook nooit vergeten. Inpakken en wegwezen, zei moeder. Van dat eerste kwam niks. Met alleen de kleren die we aan hadden, zijn we gevlucht”, verklaren ze in 2013 in de NTR-documentaire Die vijf dagen in mei.

Moeder wilde volgens de broers zo dicht mogelijk bij haar pension blijven en het bombardement afwachten in de kelder van de tegenoverliggende Galeries Modernes. Vader beslist anders. Hij neemt zijn gezin mee naar het café van zijn broer in Kralingen. Als de vlammen van de brandbommen de eerste panden van de Vlietkade in lichterlaaie zetten, brengen zijn broer en hij hun gezinnen naar het Kralingse Bos. In de open lucht en tussen tientallen andere ontheemden wachten de moeders en kinderen bang af.

Pas ’s avonds keren de vaders terug. Met goed en slecht nieuws: het café is gespaard gebleven voor de vuurzee, het pand in de Hoogstraat niet. Nico’s zoons Tom en Niek herinneren zich in 2013 nog woordelijk het gesprek tussen hun ouders. „Annie, we hebben niets meer, zei vader.”

Het drama slaat een diepe wond in het gezin. Vier weken nadat Anna en Nico hun armoedige woning naast het café aan de Vlietkade hadden verruild voor het sjieke bovenhuis met de marmeren trap, rode loper en koperen leuning in de Hoogstraat, zijn ze dakloos geworden. Zoons Tom en Niek worden noodgedwongen ondergebracht bij een pleeggezin buiten de Randstad. Na zes maanden keren ze terug naar Rotterdam, waar vader en moeder met hulp van oom Jan een nieuw bestaan opbouwen.

Over de rest van het leven van Anna en Nico Schoenmaker en dat van hun oudste zoon Chris is vooralsnog niets bekend. Over de levenswandel van dochter Beppie evenmin, behalve dat ze in het Belgische Schoten woont. Broer Tom gaat na de oorlog werken bij Philips en trouwt de dochter van de molenaar uit het boerendorp waar hij in het pleeggezin zat. Het stel verhuist naar Twello en krijgt drie kinderen en vier kleinkinderen. Toms echtgenote overlijdt in 2008, hijzelf in 2013 op 86-jarige leeftijd. Broer Niek begint in 1961 een eigen zaak en emigreert naar Australië. Hij trouwt een Australische, krijgt vier kinderen en elf kleinkinderen en is sinds enkele jaren weduwnaar.

De vuurzee na het bombardement liet diepe sporen na bij de broers. „Als we voor ons werk ergens logeerden, gingen we altijd eerst op zoek naar de nooduitgang”, zo verklaarden ze in 2013.