Smijten met massa

De werkelijkheid kan absurdistischer zijn dan fictie. Ilona Verhoeven ziet meer dan zij ziet.

De woede en de balorigheid liggen dicht bij elkaar. Het zijn twee kanten van een waardeloze munt. Beide leveren weinig op, behalve opluchting en vaak dat niet eens. De buurvrouw, een overweldigende Russin, een dame op leeftijd en nog altijd op haar manier bekoorlijk, is met tussenpozen woest.

De wereld is verrot, iedereen weet dat, maar de buurvrouw trekt het zich aan. Ze laat het nooit merken, althans ze doet haar best het niet te laten merken. Tot ze, ogenschijnlijk uit balorigheid, zomaar met dingen gaat smijten.

Noem het een manifestatie van Einsteins revolutionaire inzicht, noem het een Freudiaans vergrijp. Het eerste het beste voorwerp dat haar voorhanden komt, gebruikt ze. Iets in haar tas, een halveliterfles wodka, een doos kersenbonbons, hoewel, de wodka is eigenlijk zonde, en een hele bonbondoos is te massief, die ketst af.

Gisteren was ze eerst begonnen met schreeuwen. Door de intercom, die altijd kapot is, toen tegen de deur. Niemand deed open. Haar man was niet thuis, die zit altijd bij Max & Moritz of die kroeg op de hoek zonder duidelijke naam.

Later hadden ze haar zien lopen met een grote doos vol chocoladedingen.

Dat is wat de andere buren wisten te melden. Dit keer geen kersenbonbons, ook geen rumkogels, geen chocopinda’s tot rotsen gestold of lolly’s met kauwgom erin - ze heeft een voorkeur voor gevuld snoep, ze eet zelfs van die met lichtgele prut ingelegde chocobanaantjes. Maar: één soort moet ze niet. Doordringen doe je tot de kern, vindt ze, niet tot de kleverige massa.