Slechts één keuze is van invloed op je identiteit

Twintigers en dertigers kampen met keuzestress. Maar het begrip keuzevrijheid is gebaseerd op triviale keuzes, betoogt Simon Gusman.

Illustratie Tjarko van der Pol
Illustratie Tjarko van der Pol Illustratie Tjarko van der Pol

Je kent het wel, het is vrijdag en je bent doodmoe van de week. Je ploft net neer op de bank om een avondje te netflixen, maar ziet op Facebook dat je vrienden allemaal naar een hip feest gaan. Maar er is ook dat nieuwe festival en de nieuwe blockbuster die je echt gezien moet hebben, omdat iedereen het erover heeft. Wat gaat het worden?

Veel twintigers en dertigers kampen met keuzestress. Om een leuk leven te leiden en een interessant persoon te zijn moet je zo veel mogelijk doen en meemaken. Een interessante studie of baan, bij de juiste feestjes zijn, veel festivals bezoeken, verre reizen maken: noem maar op. Helaas zorgen gebrek aan geld en tijd ervoor dat je moet kiezen, en dit zorgt voor stress aangezien je zo min mogelijk wilt missen. Dit wordt ook wel FOMO genoemd, wat staat voor Fear of missing out. Het idee ontstaat dat je pas echt vrij bent om je eigen leven gestalte te geven zoals je zelf wilt, als je zo veel en vaak mogelijk kunt kiezen.

Het resultaat hiervan is bijvoorbeeld de collectieve bindingsangst die ik vaak zie: geen lange relaties aan willen gaan omdat je bang bent daarmee andere mogelijke partners mis te lopen. Ook jobhoppen van baan naar baan, en dus altijd de ogen ophouden voor een betere is zo’n gevolg. Dit zijn allemaal voorbeelden van het maken van één bepaalde keuze, namelijk het aannemen van een bepaalde houding, die ervoor zorgt dat je in de toekomst zo veel mogelijk gebruik kan maken van je keuzevrijheid en dus zo weinig mogelijk vastlegt.

Trouwen of zo veel mogelijk partners?

Belangrijke keuzes zijn echter keuzes waarbij je iets vastlegt. Het kiezen om een persoon te zijn die zo veel mogelijk hippe clubs wil bezoeken is een fundamentelere keuze voor je identiteit dan de keuze naar welke club je dit weekend gaat. Of je iemand bent die zich toelegt op één aspect van het leven – of dat nou een studie, baan, relatie of hobby is – is net zo goed maar één keuze als de keuze dat je iemand bent die zo veel mogelijk wil meemaken. Die laatste zorgt misschien uiteindelijk dat je meer triviale keuzes kan maken, maar in beide gevallen is er maar één keuze die echt van invloed is op je identiteit. In het geval van de keuze om te trouwen en de keuze zo veel mogelijk liefdespartners te hebben maak je maar één fundamentele keuze, hoewel je bij de laatste uiteindelijk meer keuzemogelijkheden hebt.

Toch worden deze twee verschillende soorten keuzes als het gaat over keuzestress vaak op een hoop geschoven. Veel mensen zullen het er mee eens zijn dat je identiteit bepaald wordt door de keuzes die je maakt, maar dit is niet hetzelfde als het idee dat iemand die zo vaak mogelijk kiest dus ook iemand is die het leven meer in eigen hand heeft. Het meest vrij zijn en het vaakst kiezen zijn niet hetzelfde. Er is sprake van een inflatie van het begrip keuzevrijheid, als we zeggen dat onze vrijheid om ons eigen leven vorm te geven schuilt in alle keuzes die we maken. Het idee van keuzevrijheid verliest haar waarde doordat het zich verliest in de vele triviale keuzes.

Als we echter inzien dat alleen fundamentele keuzes ertoe doen, en dat dit er niet meer of minder worden in het licht van vorige keuzes, vervalt ook het idee dat meer keuzes meer vrijheid betekent.

Laat ik nog een ander voorbeeld geven van de inflatie van het begrip keuzevrijheid. Op de universiteit waar ik werk is sinds kort een Meat Free Monday. Met het idee om iets goed te doen voor wereld en milieu wordt er op een aantal dagen geen vlees in de kantine geserveerd. Dit schoot een aantal studenten en medewerkers in het verkeerde keelgat. Zij prediken dat het niet aanbieden van vlees hun keuzevrijheid inperkt. Wat hier opvalt is dat het begrip keuzevrijheid alleen wordt toegepast op volledig triviale keuzes: het gaat over de vrijheid om tijdens de lunch te twijfelen tussen een broodje ham of een broodje kaas. De keuze van een universiteit om iets goeds te doen voor de wereld en studenten een sterk signaal proberen te geven, wordt op hetzelfde vlak geplaatst als de uiteindelijk triviale keuze over welk broodje je op maandag eet. Fundamentele keuzes worden op hetzelfde vlak gezet als triviale keuzes. Daarmee verliest keuzevrijheid, de vrijheid om zelf te bepalen wie je bent en hoe je in het leven staat, volledig haar waarde. Wellicht zou je hier tegenin kunnen brengen dat bepalen of je iets goeds voor de wereld wilt doen of alles kunnen eten wat je wilt een fundamentele keuze is, maar dat is niet de manier waarop de keuzevrijheid wordt gepresenteerd.

Sartre maakte al onderscheid

Het onderscheid tussen fundamentele keuzes en ‘gewone’ keuzes komt van Jean-Paul Sartre. de Franse filosoof staat bekend om zijn idee dat de mens radicaal vrij is. Dat wil zeggen, in iedere denkbare situatie heeft iedereen altijd een keuze. Zelfs iemand die gevangen en geketend is, kan kiezen hoe diegene zich verhoudt tot het gevangenschap. Sartre ging zo ver te zeggen dat alle ervaring altijd een keuze is. Als ik tijdens een wandeling een steen op de weg zie, kan ik ervoor kiezen om die te zien als obstakel of als uitdaging om erop te klimmen. Sartre zag echter ook wel in dat we deze keuzes niet bewust maken. We maken op een eerder moment de keuze om ons op een bepaalde manier tegenover de wereld om ons heen te verhouden. In het geval van de steen bijvoorbeeld dat je altijd zo veel mogelijk tegenslagen als uitdagingen ziet. Dit is de fundamentele keuze: een keuze die bepaalt op wat voor manier je triviale keuzes gaat maken. Het zijn deze keuzes die uiteindelijk jouw identiteit bepalen en waarin de vrijheid waar het echt om gaat zich toont. Een fundamentele keuze zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat je geen dingen doet alleen om het gevoel te hebben om erbij te zijn geweest, of juist dat je wel mee wilt kunnen praten. Deze keuzes maken je mede de persoon die je bent, niet de vele triviale keuzes over wat je concreet gaat doen.

Welke keuzes bepalen wie je bent?

Wat is uiteindelijk de les die we hieruit kunnen trekken? Het ideaalplaatje van zo veel mogelijk kiezen wordt minder aantrekkelijk als je je realiseert dat alleen fundamentele keuzes bepalen wie je bent, en dat de hoeveelheid triviale keuzes daar geen invloed op hebben. Toch zal dit onderscheid tussen fundamentele en triviale keuzes je niet vertellen hoe je van je keuzestress afkomt en wat je nou eigenlijk moet kiezen. Wat het wel doet, is orde scheppen in de vele keuzes die er zijn. Als je dan toch moet stressen, laat het dan in ieder geval zijn over keuzes die ertoe doen.

In dit stuk staat 59 keer het woord keuze, maar ook dat was een bewuste keuze.