Slaan

Inge Steenhuis reisde door Afrika als tekenlerares.

Illustratie xx

Het slaan van leerlingen blijft natuurlijk een taboe. Mijn Nederlandse collega’s gruwen allemaal bij de gedachte. Ghanese directeuren zeiden: „Inge, als alle docenten slaan en jij bent de enige die het niet doet, hebben we een probleem.”

Bij iedere docent lag een stok op het bureau. Vaak was mijn stok gebroken of weg. Dan stuurde ik een kind naar buiten om in een boom te klimmen en een nieuwe tak te halen. Ze vochten om dit voorrecht. Als een leerling brutaal was, keek iedereen me zwijgend en afwachtend aan: ik moest slaan. Als ik het niet deed riepen ze de directeur erbij: „Madam Stonehouse wil niet slaan!” Ik sloeg dan met een rokje ertussen. Dat vonden ze kinderachtig.

Toen ik na weken wachten eindelijk een doosje drop uit Nederland opgestuurd kreeg, maakte ik het watertandend open met de kinderen om me heen. Ze wilden weleens drop zien. Ik waarschuwde hun dat ze dat niet zouden lusten. Toch nam er een een dropje in zijn mond, keek heel vies en spuugde het in het zand. Toen sloeg ik voor het eerst uit mezelf. Dat zagen ze en vanaf toen groetten ze me anders: voorheen was het Hello en nu salueerden ze. Vanaf toen werd ik serieus genomen.