Scholieren scoren iets hoger op rekentoets middelbaar onderwijs

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) tijdens het overleg over de rekentoets.
Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) tijdens het overleg over de rekentoets. Foto ANP / Martijn Beekman

Scholieren hebben op de rekentoets iets hoger gescoord dan vorig jaar. Waar ze vorig jaar gemiddeld een 5,9 haalden, scoren ze nu een 6,1, zo blijkt uit de voorlopige resultaten in de Voortgangsrapportage Rekenen over het eerste halfjaar van 2015.

Daarmee is niet gezegd dat ze ook beter rekenen, want dit jaar wordt gebruik gemaakt van “een nieuwe vaardigheidsschaal”, aldus het ministerie van Onderwijs. De resultaten van het mbo, waar de toets de afgelopen jaren slecht werd gemaakt, worden pas na de zomer bekend.

De rekentoets telt vanaf aankomend schooljaar, dus 2015-2016, officieel mee voor het diploma. Alle leerlingen die eindexamen doen op de middelbare school en het mbo, moeten de toets maken. Wie hem niet haalt krijgt geen diploma, zelfs als je voor alle andere eindexamenvakken een goed cijfer hebt. In het eerste jaar moeten leerlingen een 5 of hoger scoren. Op dit moment haalt ruim 87 procent van de leerlingen dat, bijna 64 procent heeft een 6 of hoger. Vorig jaar was dat 58 procent.

De rekentoets is ingevoerd na klachten uit het bedrijfsleven en van universiteiten en hogescholen over de matige rekenvaardigheden van jongeren. Ruim vijf jaar geleden is een breed plan gelanceerd om het taal- en rekenniveau van leerlingen te verhogen. Toen is ook de rekentoets aangekondigd. In 2010 besloot de Tweede Kamer de toets in te voeren voor eindexamenkandidaten.

kritiek op de toets

Het verzet vanuit het onderwijsveld is groot. De rekentoets zou niet deugen, te talig zijn, te moeilijk zijn, kinderen zouden massaal zakken. Zeven grote onderwijsorganisaties, waaronder de VO-raad, de Algemene Onderwijsbond en scholierenorganisatie Laks, schreven in januari een brief aan de Tweede Kamer met het dringende advies de toets niet mee te laten tellen voor het eindexamen.

Ook wiskundelerares Karin den Heijer en emeritus hoogleraar wiskunde Jan van de Craats kwamen fel in verzet tegen de inhoud van de toets. De toetsvragen zouden volgens hen niet het rekenniveau meten, maar “eerder toetsinzicht, leesvaardigheid en concentratievermogen – want leerlingen mogen hun rekenmachine bij de toets gebruiken.”

“Uit onderzoek blijkt dat je niet per se beter gaat rekenen van hoofdrekenen” zei staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) in reactie op de kritiek in een interview met nrc.next (€).

“Je gaat ook niet per se beter rekenen van realistisch rekenen. Je gaat beter rekenen van beter rekenonderwijs. Ongeacht of je nu kiest voor realistisch of toegepast rekenen. In de toets zitten beide onderdelen.”

Lees ook in nrc.next: Echt, we hebben naar de kritiek geluisterd (€), het hele interview met staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD).