Probleem ligt bij land van herkomst

Mensensmokkelaars profiteren van het feit dat landen van herkomst de terugkeer van illegale migranten blokkeren. Dat is een belangrijke oorzaak van de drama’s op de Middellandse Zee, betoogt Hans Faber van de Dienst Terugkeer & Vertrek.

Illustratie Patrick Chappatte

Wie het debat over migranten op de Middellandse Zee volgt, wordt nogal eens verrast. Zo stelde migratiedeskundige Hein de Haas op 16 mei in NRC dat de stijgende aantallen bootvluchtelingen het gevolg zijn van strenge Europese grenscontroles. Zijn oplossing? Versoepel de grenscontroles en het migratiebeleid.

Een te gemakkelijke redenatie. Niet elke migrant is een vluchteling die zijn land verlaat uit lijfsbehoud. Niet elke migrant kan aanspraak maken op een beter bestaan. En niet elke migrant zal afzien van de illegale reis als hem een visum wordt geweigerd of uit zichzelf vertrekken als verblijf wordt afgewezen, ook niet als de migratieregels versoepeld worden. De mogelijkheden om migranten toe te laten zijn beperkt. Daarom zijn er grenscontroles.

Onschuldig verschil van inzicht? Nee. Door de verantwoordelijkheid voor de tragedies op zee eenzijdig neer te leggen bij EU-lidstaten, worden de herkomstlanden niet bewust van hun verantwoordelijkhei: het terugnemen van illegale migranten is belangrijk voor regulering van migratie.

Deze medewerking is nodig, omdat iemand niet teruggestuurd kan worden naar het land van herkomst zonder instemming van dat land. Dit heeft negatieve gevolgen voor deze landen zelf, voor de Europese lidstaten en, niet in de laatste plaats, voor de migrant. Een migrant die niet uitgezet kan worden, komt vaak terecht in een schemergebied. Zonder verblijfsdocument heeft hij nauwelijks perspectief op een toekomst in het land van bestemming: een baan is vrijwel niet mogelijk. Toch werken deze migranten vaak niet mee aan zelfstandige terugkeer, in de hoop toch een verblijfsvergunning te krijgen. Als gedwongen terugkeer gangbaar is, zal de migrant andere keuzes maken. Vrijwillige terugkeer zal dan toenemen. Dat biedt ze een betere start voor het opbouwen van een toekomst in eigen land.

Ook smokkelorganisaties profiteren van landen die hun onderdanen niet gedwongen terug willen nemen. Zij kunnen hun ‘klanten’ immers garanderen dat zij na aankomst voor lange tijd kunnen blijven in het bestemmingsland. Als landen beter meewerken, zou dit het verdienmodel van de smokkelaars ondergraven. Tot slot is samenwerken aan terugkeer goed voor het internationaal partnerschap.

Personenverkeer tussen landen kan alleen plaatsvinden als dit niet leidt tot illegale vestiging. Terugname van personen die zich illegaal vestigen, maakt daar deel van uit. Vrijwel ieder land erkent dit beginsel. Landen van herkomst die weigeren hun eigen onderdanen terug te nemen, schenden dit principe. Terwijl juist samenwerken aan gedwongen terugkeer laat zien hoe serieus een partnerschap is. Zo’n partnerschap is belangrijk, zowel voor de opvang van vluchtelingen in Europa en in de regio, als voor het aanpakken van de basisoorzaken van illegale migratie zoals instabiliteit en armoede.

In gesprekken met de landen, benadrukt de Dienst Terugkeer & Vertrek dat meewerken aan terugkeer het beste is dat zij voor hun burgers kunnen doen. Het bespaart illegale migranten een gevaarlijke reis, waarbij alleen al op zee dit jaar haast 2000 mensen aan hun eind kwamen. Het dwarsboomt de mensonterende activiteiten en voorkomt dat uitgeprocedeerden jarenlang doorprocederen. Het zou een verrijking zijn van het debat, als ook deze kant van het complexe migratievraagstuk aandacht krijgt.