NS en staat: een slecht huwelijk

Het persbericht dat NS 5 juni uitbracht over de positie van toenmalig topman Timo Huges sprak duidelijke taal. De raad van commissarissen had het vertrouwen in hem opgezegd en de staat stemde daarmee als aandeelhouder in. „De heer Huges heeft hieruit zijn consequentie getrokken en zijn ontslag aangeboden.” Van een vertrekvergoeding kon geen sprake zijn. Want Huges, voorzitter van de raad van bestuur, had onjuiste en onvolledige verklaringen afgelegd. Zeg maar: gelogen, over zijn rol in de kwestie rond de bedrijfsspionage bij de aanbesteding van openbaar vervoer in Limburg.

Drie weken na dat bericht is de stand van zaken dat Huges betwist dat hij ontslag heeft genomen en staat vast dat de voorzitter van de raad van commissarissen, Carel van den Driest, wél is opgestapt. Hij heeft deze week laten weten dat hij „de harde publieke afstraffing” van Huges zeer betreurt. Al doelde hij op de bittere woorden die minister Dijsselbloem aan de NS-topman wijdde, gegeven dat eerdere persbericht is het opmerkelijk berouw.

Van den Driest diende zijn ontslag in bij Dijsselbloem, de minister van Financiën die namens de staat als aandeelhouder figureert. In die brief stelt Van den Driest vast dat de rommelige wijze waarop „het beoogde ontslag” – let op het woord ‘beoogde’ – van Huges tot een gecompliceerde juridische situatie heeft geleid. Daar is niets overdreven aan en hetzelfde geldt voor zijn constatering dat er veel is misgegaan in de communicatie tussen Financiën en NS.

Het conflict tussen Dijsselbloem en Huges dreigt in een rechtszaak uit te monden. De minister houdt vast aan een ontslag zonder vergoeding, zoals hij eerder van mening was dat een bonus voor de toenmalige NS-topman voor vroegere werkzaamheden te hoog was uitgepakt. Huges beweert dat hij alleen maar zijn functie heeft neergelegd, maar geen ontslag heeft genomen. Aangezien hij, voor zover bekend, zich niet tot conducteur laat omscholen, zal de inzet van het conflict een handdruk van nog te bepalen edelmetaal zijn.

Hoe het ook zij: zowel bij de raad van commissarissen als bij de enige aandeelhouder hoort de kennis aanwezig te zijn hoe ze moeten omgaan met een topman in wie zij het vertrouwen hebben verloren en daarom zijn congé willen geven. Als Huges alsnog een vertrekpremie moet worden toegekend, hebben zij op dit punt gefaald.

In een brief aan de Tweede Kamer lamenteerde de minister dat dit alles zo „buitengewoon zuur” is voor medewerkers van NS die „dag en nacht hun best doen”. Dat is zo, maar een les voor de minister is vooral dat net als 15 à 20 jaar geleden, toen het Fyra-debacle werd voorbereid, de verhouding tussen NS en zijn aandeelhouder, de staat, veel te wensen over laat. Die relatie is aan herijking toe.